Meimeringen | Vier namen

Zomaar vier namen. Hans, Harry, Eibert en Chris. Zomaar schrijf ik, maar er was niets zomaar aan. Het lot dat deze mannen trof, kwam veel te vroeg, veel te naar, veel te oneerlijk en soms ook nog eens heel onverwacht.

 

Nee, ik kende ze niet alle vier. Sommigen van in de wandelgangen. De ander omdat hij de broer is van mijn arts. En omdat zijn vader en moeder een stuk volkstuin naast me hadden. We spraken er wel eens over: dat hij ziek was. Maar ook dat het best goed ging. Maar dat ze ook wel wisten dat dit ding, dit verschrikkelijk nare ding in zijn hoofd, eigenlijk niet te verslaan was.

 

Met Eibert werkte ik op de zeilmakerij. Wel 35 jaar geleden, maar hij bleef me altijd bij. Grote stoere man die nooit al veel woorden vuil maakten aan alles, maar de mooiste sprayhoods en andere zeilboot zaken maakte. Gewoon zo’n man waar je op kunt bouwen, zo’n beer die je altijd tegenkwam op zijn fietsje. Hans, van zijn eigen zeilmakerij waar hij voor leefde. Maar ook omdat hij gewoon iemand was die bij Lemmer hoorde. Niet opvallend, maar gewoon deel van. Maar die ook bij zijn vrouw hoorde. Bij zijn kinderen hoorde. Chris kende ik niet; maar zijn foto zei genoeg. Dat, zijn geboortedatum en het rijtje geliefden.

 

Vier jonge mensen in de bloei van hun leven. Die van alles hebben moeten doorstaan, die geliefden achterlaten. Hebben moeten achterlaten. Wiens geliefden, vrienden, familie nu verdriet hebben. Die misschien ook vrede hebben met het feit dat er in sommige gevallen nu geen leed meer is, maar die ongetwijfeld zelf lijden. Ik hield de krant vast met hun namen in het zwart gedrukt en zag ernaast letters staan die zinnen vormden over dingen waar we wel invloed op kunnen hebben. We hebben het nog steeds niet begrepen dacht ik. Dat het eigenlijk alleen maar daar om draait. En dat ik, ondanks dat het mijn werk is, er deze keer eigenlijk geen woorden aan kan geven.