Recensie | Eeuwig vieve striphelden: Douwe Dabbert, Roodbaard, Heinz en Prins Valiant

JOURE

Van vier o, zo geliefde stripfiguren verschenen onlangs nieuwe uitgaven in albumvorm. De uitvoering is zo perfect dat er lezers en verzamelaars zijn, die met graagte hun oude exemplaren wegdoen om de nieuwe ervoor in te ruimen. Douwe Dabbert, Roodbaard de schrik van de zeven zeeën, Prins Valiant en kater Heinz kunnen er zo weer jaren tegenaan.

Thom Roep & Piet Wijn: ‘Douwe Dabbert 14. Op het spoor van kwade zaken’. Uitgeverij L. ISBN 978 90 8886 388 2 (softcover). ISBN 978 90 8886 389 9 (hardcover).

In deel 14 van de 23 delige Douwe Dabbert-serie ‘Op het spoor van kwade zaken’ komen we zes verhalen tegen, die het duo Roep-Wijn in de jaren tachtig maakte voor Donald Duck en een reclame-uitgave. In Wijns sprookjesachtige op Toonder gebaseerde stijl, die hij een totaal eigen invulling gaf, ontmoet Douwe weer een aantal criminele lieden, die hij van repliek weet te dienen. Dat zijn toverknapzak daarbij een belangrijk aandeel heeft, zal de vele liefhebbers van de dwerg allerminst verbazen. Ook dit deel, dat als album in 1988 voor het eerst verscheen, is opnieuw op fraaie wijze ingekleurd door studio Leonardo.

Gaty & Olivier: ‘Roodbaard 11. De schrik van de zeven zeeën’. Uitgeverij Sherpa. ISBN 978 90 8988 158 8.

Met het uitkomen van band 11 van de te verwachten 13 delen van ‘Roodbaard integraal’ is de Haarlemse uitgeverij Sherpa haast bij de finish waar het de avonturen van deze zeeschuimer betreft. In het toegevoegde dossier lezen we hoe Roodbaard, in Frankrijk beter bekend als ‘Barbe-Rouge’, na een uitstapje bij Alpen Publishers in 1993, terugkeert bij de uitgever waar hij zijn successen begon: Dargaud. De twee delen die er verschenen zijn bij Alpen krijgen een hertekend omslag met zowel een nieuw logo als een kersvers dubbelportret van de twee hoofdpersonages: de glorieuze zeevaarder Roodbaard en zijn geadopteerde zoon Thierry de Montfort, bij de lezers beter bekend als Erik Lerouge. De omslagen ademen nu weer de sfeer uit van grootmeester Victor Hubinon (‘Roodbaard’, ‘Buck Danny’), die Roodbaard ooit de wereldzeeën opstuurde op de fameuze scenario’s van Jean- Michel Charlier.

De drie verhalen in deze integrale uit respectievelijk 1995, 1996 en 1997 grijpen wat het illustratiewerk én de omslagen betreft terug naar het werk van Hubinon. De veelal ogenschijnlijk schetsmatige illustraties van ‘Piraten in Indische wateren’ en ‘De Groot-Mogol’ lijken vervangen door rustiger ogende “minder wilde” platen van dezelfde illustrator Christian Gaty. Overigens zou deze verzuchten het eigenaardig te vinden dat Roodbaard “met deze oubollige formule”, anders gezegd de stijl van Hubinon, weer succes verkreeg. Toen Gaty en scenarist Jean Ollivier het erover eens waren dat ze niet meer tot in lengte van jaren aan de reeks, die ze niet zelf hadden verzonnen, wilden werken omdat ze niet hielden van hun eigen “na-aperij” van Victor Hubinon, viel het doek voor beiden. Twee aankomende talenten zouden de serie vervolgens naar hun hand zetten. In band 12 van ‘Roodbaard integraal’ zullen die aan de lezers gepresenteerd worden. Evenals de vorige 10 delen is ook deze Roodbaard een heerlijk kijk- en leesavontuur, prachtig vormgegeven met een fraai dossier. Wordt vervolgd dus in deel 12…

Windig & De Jong: ‘Heinz van H tot Z: deel Z’. Uitgeverij Scratch. ISBN 978 94 92117 717.

Dol was René Windig op zijn kat Heinz, die vernoemd was naar de destijds zeer geliefde Ajax-doelman Heinz Stuy. Toen hij en zijn vriend Eddie de Jong in 1986 dan ook op het idee kwamen een gagstrip op te zetten met in de hoofdrol een eigenzinnige kater stond diens naam meteen vast: deze moest en zou Heinz heten!

Vanaf januari 1987 zou Heinz als strip verschijnen in verscheidene lokale Nederlandse kranten en het Parool, aanvankelijk in zwart-wit en na het jaar 2000 tot het jaar van Heinz’ verscheiden in 2006 in kleur. Een hele stapel albums zou er verschijnen van Heinz, de kater die er indirect voor verantwoordelijk zou zijn dat het Amsterdamse tekencollectief Windig & De Jong in 1991 de Stripschapprijs werd toegekend.

In 2009 zouden de scheppers van Heinz beginnen aan een klus van tot dan ongekend formaat: het uitbrengen van álle Heinz-stroken vanaf het begin tot het eind in vijf kloeke delen, te weten H, E, I, N, en Z., de periode 1987-2006. Hiermee zou deze serie, wie weet, één van de eerste “integralen” worden binnen het Nederlandse taalgebied! Anders gezegd: alle illustratiewerk de kater betreffende aangevuld met voetnoten, zodat letterlijk iedere tekenstrook die dat behoeft de nodige uitleg krijgt.

Met deel Z, het laatste, volgen we de periode 1997-2006 op de voet. In het dossier dat voor de echte liefhebbers van Heinz als een Credo opgevat zal worden (een kleine honderd pagina’s!) komen we alle relevante aan Heinz verwante zaken tegen: familiefoto’s van zowel de familie De Jong als Windig, reclame-uitingen, curiosa uit de laatste decennia,grammofoonplaathoezen, werk van collega-illustratoren, interviews, expositiefoto’s, enzovoorts. Een nauwkeuriger geschiedenisnotatie is in dezen dan ook ondenkbaar! Ook de Heinz-affaire rond de stroken wordt niet verbloemd. Toen Windig en De Jong er eind 1999 even doorheen zaten, besloten ze een aantal stroken uit Heinz’ grijze verleden te gaan herpubliceren. De misstap werd ontdekt met alle negatieven gevolgen van dien waaronder het stopzetten van de strip bij vele kranten en de daaropvolgende inkomstenderving…

Deel Z is een geweldige afsluiter geworden van een stripserie, die een kleine twintig jaar door honderdduizenden lezers op de voet gevolgd zou worden. De inkleuring in pastel van alle stroken is hierbij eveneens niet te versmaden! Na deze bundeling is het wachten nu op ‘Heinz, the movie’, de lange animatiefilm, die eind dit jaar in de bioscopen zal gaan draaien.

Hal Foster: ‘Prins Valiant 30. Jaargang 1966’. Uitgeverij Sivester. ISBN 978 94 6306 354 8.

In het jaar 1966 werkte de in Halifax geboren Hal Foster (1892-1982) nog steeds zestig uur per week om één pagina voor de zondagskrant af te ronden. Ondersteund door zijn zoon Arthur James (achtergronden, inkleuring) en assistent Philip Blaisdell, die weldra alles zou tekenen, hield Foster senior zich met name bezig met het weergeven van de gezichten van de hoofdrolspelers. Het resultaat mag desalniettemin verbluffend genoemd worden! Overigens zou Foster pas in 1980 totaal geen bemoeienis meer hebben met zijn held, die hij 43 jaar eerder had gecreëerd. De bijnaam, die Foster al in de jaren dertig kreeg toen hij werkte aan Tarzan, ‘Michelangelo of the comic strip’ was op dat moment op hem nog steeds van toepassing.

In jaargang 1966 zijn het weer allerlei volkeren, die Prins Valiant naar het leven staan. Zo is daar Mordred, die het gemunt heeft op Koning Arthurs kroon, maar daarbij tegengewerkt wordt door de eeuwenoude haat tussen de Picten en de Schotten. Ook ontdekt Arn Mordreds lage bedoelingen, maar Prins Valiant gelooft hem niet. Pas wanneer baby Galan ontvoerd dreigt te worden, trekt hij zijn conclusies.

Weer een spannend verhaal, enigszins plechtstatig verteld, maar zo mooi dat het tijdloos is! De fraaie pastel inkleuring geeft het verhaal, zoals altijd, extra charme. Een pracht uitgave!


Auteur

Koos Schulte