Recensie | Belevenissen van Koning Hollewijn deel 3

JOURE

Van 20 maart 1954 tot en met 26 juni 1971 verschenen er in totaal 73 stripverhalen van Koning Hollewijn in De Telegraaf. Hierna zouden dagstrips met daarin meer actie de plaats van de bedachtzame koning gaan innemen.

In de jaren vijftig, zestig en zeventig zouden er bij diverse uitgevers Koning Hollewijn-uitgaven verschijnen. In 1981 werd het pas echt menens toen boekhandelaar, uitgever en schrijver van de Bommelbiografie Henk Mondria uit Hazerswoude besloot de serie te voltooien in paperbackvorm. Tien jaar later had hij de verhalen 16 tot en met 73 in dertig delen uitgegeven, destijds een hele monsterklus. In de jaren nadien zouden de diehards onder de verzamelaars blijven aandringen op een nieuwe integrale Koning Hollewijn-editie. De diverse uitgaven op telkens wisselende formaten was hen een doorn in het oog.

In 2012 verscheen bij uitgeverij Panda het eerste deel van Koning Hollewijn op groot formaat in rood kunstleer. Vanwege drukke uitgeversperikelen zouden hier slechts twee delen uitgebracht worden. Uitgeverij Cliché uit Maarssen nam de serie over en zet er nu vaart achter om de serie, die in totaal negentien delen zal beslaan, uit te geven. Ditmaal is het deel 3 dat is verschenen. Met deze vuurdoop van uitgever Ton Mackaaij, aangaande Koning Hollewijn, bewijst deze uit het goede hout gesneden te zijn. Op waardige wijze ligt dit deel te pronk voorzien van een voorwoord en bescheiden dossier. Koning Hollewijn- én Marten Toonder-liefhebbers hebben in de toekomst zeker niet meer te klagen over al te diverse boekuitgaven van hun geliefde laatste koning van de Oude Wereld.

Marten Toonder: ‘De belevenissen van Koning Hollewijn, 3’. Uitgeverij Cliché, Maarssen. ISBN 978 94 92904 05 8.

Het was Lo Hartog van Banda (1906-2006), die in 1948 bij de Toonder Studio’s solliciteerde en die zich daar als tekstschrijver zo goed profileerde, dat Marten Toonder steeds meer een beroep op hem ging doen. Zowel nieuwe series als lopende (bijvoorbeeld Panda en Tom Poes) kreeg hij onder zijn hoede. Zijn manier van schrijven, inzichten, en onuitputtelijke fantasie kwamen overeen met die van Toonder, zodat het niet verwonderlijk mag heten dat Marten Toonder regelmatig met hem ging brainstormen.

Toen De Telegraaf bij de Toonder Studio’s aanklopte voor een nieuwe dagstrip, kwam Toonder met het personage Koning Hollewijn. Van Banda oordeelde ogenblikkelijk dat “een figuur (Koning Hollewijn), die altijd in het midden staat, niet in beweging komt”. Een tegenpool zou nodig zijn om het verhaal meer Schwung te geven. Zodoende ontstond Wiebeline Wip, het teener meisje met het hart op de tong.

Na het eerste verhaal ‘De holle appel’ zou Lo Hartog van Banda de teksten helemaal voor zijn rekening nemen. Wel werd het plot voortijdig met Marten Toonder doorgenomen. Als tekenaars werden aanvankelijk Ben van ’t Klooster en Ben van Voorn aangesteld, waarbij de laatste tevens de strip inktte met Toonder zelf. Voorwaar een gouden driemanschap!

De verhalen in band 3

De drie verhalen uit band 3 dateren uit de jaren1955-1956. Evenals in de avonturen van heer Bommel is de actualiteit van toen terug te vinden in de plots. In ‘Het dubbele leven van koning Hollewijn’ gaan hij en Wiebeline genieten van een welverdiende vakantie aan zee. Daar ontmoeten ze een marionettenspeler, die tevens goed gelijkende maskers kan maken. Wiebeline vraagt de poppenspeler of hij “als koning” in kan vallen, zodat Hollewijn het niet meer zo druk heeft. Klaas Mommelink de poppenspeler gaat akkoord, maar zodanig dat hij de macht in handen krijgt. Vele maskerades zijn het gevolg.

Het verhaal is doorweven met prachtige filosofische teksten: “De koning trekt aan de touwtjes. Maar het is zo gesteld dat de koning ook aan touwtjes hangt…” Of: “De kunst is niet om koning te worden, maar ook om het te blijven…” En: “Niet het uiterlijk, maar het innerlijk bepaalt wie de ware koning is”.

In ‘Koning Hollewijn zoekt een iemand’ is het minister-president Dreutel die het ontslag van het kabinet aanbiedt. De koning vraagt zich af wat hij moet beginnen. “Een koning zonder ministers is immers als een mens zonder zintuigen”. Het verhaal kent als actualiteit dat minister-president Drees in 1956 eveneens demissionair was. Zo gaat de koning op zoek naar de opvolger van Dreutel. Het is Wiebeline, die al snel de beoogde opvolger meent te vinden: zanger en acteur Jimmy Cray. Van Banda baseerde dit personage op Johnnie Ray (1927-1990), die met hits als ‘Cry’ (gepersifleerd door Andre van Duin in 1982: ‘Als je huilt…’), ‘Such a night’, ‘Just walkin in the rain’ en ‘Yes tonight Josephine’ de teeners aan zich wist te binden. Toch slaagt Hollewijn erin een vertrouwde opvolger voor Dreutel te vinden: “Ik zoek geen politicus. Ik zoek een mens. Een bekwaam en hoogstaand mens. Dat zie ik als mijn plicht.”

In ‘De Korstheuvel’ erft de koning een heerlijk buiten: ‘Korstheuvel’. De locatie blijkt echter totaal vervallen te zijn en de mensen die er wonen lopen wel heel erg achter op de actualiteit. De jonge Pieper wordt verliefd op Wiebeline, waarbij ze te werk gesteld wordt bij mevrouw Rubarber, een als een heks uitziende pijp rokende dame, die als motto heeft: “Ik kan niet heksen…” Wanneer het uiteindelijk tot een treffen komt tussen de mensen van Korstheuvel en die van de koning, memoreert deze het als volgt: “Er schijnt ergens gevochten te worden. Ik vermoed dat men bezig is met ontwapening…” Nadat er uiteindelijk een hek om het gebied van Korstheuvel is geplaatst, keert de rust terug. Maar wie zitten er nu achter het hek, de mensen van Korstheuvel of die uit het land van koning Hollewijn..?

Zij die gek zijn op het proza van Marten Toonder, waarbij ik haast vanzelfsprekend in de eerste plaats denk aan ‘Heer Bommel’, zullen genieten van Van Banda’s taalgebruik, hoewel Marten Toonders naam altijd vermeld wordt als auteur van de serie! De taalrijkdom van Koning Hollewijn is gelijk aan die uit het Heer Bommel- en Tom Poes-oeuvre. Hier en daar moet je juist bij Koning Hollewijn in de overtreffende trap spreken!

Band 3: prachtige verhalen in een boeiende setting!


Auteur

Koos Schulte