Recensie | Oudgedienden in heerlijke stripzomer

JOURE

‘Suske & Wiske’ en ‘De Rode Ridder’ zijn stripseries, die doorgaan voor de beste uit het oeuvre van Willy Vandersteen (1913-1990). Hoewel de series nu al weer jarenlang door andere tekenaars en scenaristen voortgezet worden en de personages meegeëvolueerd zijn, mogen ze zich nog altijd verheugen op een grote bijval van vele lezers.

Zij die iets meer geld willen besteden aan strips, zullen verheugd zijn met bundelingen van klassiekers van voorheen: ‘Comanche’, ‘Nero’, en ‘Agent 327’. Laatst genoemde zien we echter van tijd tot tijd nog opdagen in stripblad ‘Eppo’.

Willy Vandersteen, scen. Marc Legendre, en tek. Fabio Bono: ‘De Rode Ridder 258. De hellehond’. Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 26545 7.

Sedert album 250 uit 2016 ‘De uitverkorene’ houdt het duo Legendre en Bono zich bezig met de avonturen van De Rode Ridder, deelgenoot van de Ridders van de Ronde Tafel. Na een vervolgcyclus bestaande uit acht delen, hervat ridder Johan de serie, maar nu met op zichzelf staande verhalen.

Tijdens zijn rondreis belandt Johan ten huize van koopman Ludolf en diens dochter Rinelt. Ludolf is er van op de hoogte dat zijn schoonzoon Sibert uit is op zijn fortuin. Maar…. ook Rinelt ontpopt zich tot een meedogenloze vamp, die uit is op de erfenis. Hellehonden geven het verhaal een lugubere wending… Johan, De Rode Ridder, slaagt er bovendien niet in zijn belofte aan Merlijn na te komen. Een spannend verhaal met een afwisselende pagina-indeling, erg filmisch getekend en warm ingekleurd door Dimitri Fogolin.

Willy Vandersteen, scen. Peter van Gucht en tek. Luc Morjaeu: ‘Suske & Wiske 344. BRBS 2.0’. Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 26532 7.

Hoewel Lambik twee linkerhanden heeft installeert hij toch de badkamer bij Sidonia. Dit lijkt uit te lopen op een mislukking totdat Lambik de klus toch succesvol geklaard heeft. Even later blijkt dat hij indirect hulp gehad heeft van Professor Barabas, die met zijn nieuwe uitvinding, de barabol, een super computer, die alle bestaande overbodig maakt, ook Jerom, Suske, Wiske en tante Sidonia van deze techniek wil laten gebruikmaken. Barabas’ motto: “De mens heeft nood aan een beter leven. Verbeter de levenskwaliteit van de mens” lijkt echter mooi, maar pakt in de praktijk heel anders uit. De techniek krijgt zo de overhand dat de professor aan het eind van het verhaal een wel heel drastische maatregel moet nemen… Sidonia, die naast Lambik zit op de bank relativeert de gebeurtenissen met: “Soms zit het geluk gewoon naast je in de fauteuil…”

Hermann & Greg: ‘Comanche 1. Red Dust’. Uitgeverij Sherpa. ISBN 978 90 8988 120 5.

In 1965 wordt Greg, alias Michel Regnier, de nieuwe hoofdredacteur van stripweekblad ‘Kuifje’, in Frankrijk ‘Tintin’ geheten. Hij wil bewijzen dat hij vol nieuwe ideeën zit en schrijft tal van scenario’s voor veel tekenaars. Ook haalt hij auteurs binnen, die hun stempel zullen zetten op het Europese beeldverhaal zoals Derib, Auclair, Fahrer, Mora en Pratt. Onder zijn leiding wordt Kuifje weer het blad voor iedereen “van 7 tot 77 jaar”. Van 1966 tot 1977 schrijft hij twintig avonturen van ‘Bernard Prince’ waarvoor hij de Belgische tekenaar Hermann Huppen, “Hermann”, heeft weten te strikken. De serie zou veel succes kennen en mag als een echte leerschool voor de aankomend tekenaar Hermann gelden. In het dossier van deze op groot formaat uitgebrachte band uit de mond van de tekenaar van ‘Comanche’ lezen we: “Ik heb nog steeds veel waardering voor hem, maar hij was geen geweldig pedagoog. Soms begon hij driftig over mijn plaat te krassen omdat hij zich eraan ergerde dat ik hem niet snel genoeg begreep…”

Beide mannen blijken echter uit te groeien tot een hecht team, zo hecht dat ze besluiten een nieuwe serie op te zetten, een western. In de lange historie van ‘Kuifje’ waren die altijd het ondergeschoven kindje geweest. Door strips als ‘Jerry Spring’ en ‘Blueberry’, die in collega-stripbladen veel roem oogstten, wachtte hen een zware taak. Een western maken, die niet op voorhand vergeleken werd met de hier aangehaalde…

In december 1969 ging ‘Comanche’ van start in ‘Kuifje’ met het eerste verhaal ‘Red Dust’ dat in hoofdstukken voorgepubliceerd zou worden. De knappe rancher Comanche is vastbesloten de landerijen die haar vader haar heeft nagelaten succesvol te exploiteren. Het gaat echter al snel bergafwaarts met de 666-ranch waar een faillissement dreigt. Met de komst van de Ierse, roodharige Red Dust als voorman, de jonge zwarte Toby, ‘Roetkop’, die vaak slachtoffer is van zijn huidskleur, en de schutter Tenderfoot ontstaat een hecht team. Met het verstrijken van het verhaal ontwikkelen zich de karakters en worden de , soms lastige, onderlinge relaties duidelijker. Comanche, die het als vrouw lastig genoeg heeft en bovendien als blanke is grootgebracht door indianen, is daarvan hét voorbeeld. In ‘Wanhoop en dood op de prairie’ komt het traditionele thema aan de orde: indianen die door blanke kolonisten van hun land zijn verjaagd en zodoende beroofd zijn van hun traditionele middelen van bestaan. Toch weet scenarist Greg op integere, uitgedachte wijze het scenario zo te vormen dat een bloedige oorlog voorkomen wordt. De Cheyenne Maanvlek gaat zelfs deel uitmaken van het team van de 666-ranch.

Met deze tweede bundel op groot formaat van ‘Comanche’ , symbolisch uitgebracht in een oplage van 666 exemplaren, ontvangt de lezer een uniek stuk striphistorie. De serie, die zou kunnen worden omschreven als een graphic novel, kent een nieuwe vertaling, een dossier voorin over de makers en de drukgegevens, en achterin nog een beelddossier over ‘Comanche’ en veel illustraties, die ooit de westernfeuilleton ‘Dylan Stark’ uit de periode 1968-1970 verlevendigden in ‘Kuifje’. Een pracht uitgave!

Mark Sleen & Dirk Stallaert: ‘Nero. De Stallaert jaren’. Uitgeverij Matsuoka. ISBN 978 90 02 26224 1.

Bij Matsuoka, een imprint van Standaard Uitgeverij, verschenen de verhalen van Nero, zoals Dirk Stallaert die tussen 1993 en het einde van 2002 zou tekenen. Het is de eerste band van een serie die uiteindelijk tien delen zal beslaan met daarin alle tweeënveertig verhalen van Stallaerts hand. Matsuoka heeft ervoor gekozen de strips in zwart-wit uitvoering uit te geven, evenals de verhalen destijds als feuilleton in de krant ‘De Standaard’ verschenen.

Zoals we onderhand gewend zijn van veel integrale uitgaven kent ook dit album weer een indrukwekkend dossier. Foto’s, tekeningen, schetsen en brieven geven inzicht in de jaren waarin deze strips verschenen. Ontroerend is te lezen hoe een trotse moeder Stallaert aan Marc Sleen, één van de Godfathers van het beeldverhaal in Vlaanderen(!), in oktober 1961een stapel kindertekeningen opstuurt van haar nog net vijfjarige zoontje. Sleen beantwoordt haar schrijven met: “Zijn hand verraadt een vaste trek, een scherpe opmerkingsgave en zekere zin voor humor”, om even later te eindigen met: “Laat u hem gerust zijn gangen gaan met tekenen, talent is de dag van vandaag meer dan zeldzaam!”

Wanneer Marc Sleen zeventig wordt wil hij gaan afbouwen. ‘Het Volk’ organiseert een “talentenjacht” om na te gaan of er een eventuele nieuwe “Nero-tekenaar” opgestaan is. De resultaten vallen echter tegen. Nero lijkt opgegeven te worden… Dirk Stallaert, die dan werkt aan ‘Nino’, onlangs nog in deze krant gerecenseerd, besluit een verhaaltje van dertig stroken Nero af te maken en aan Sleen toe te zenden. Sleen gelooft zijn ogen niet als hij het tekenwerk onder ogen krijgt en weet dat er een nieuwe Nero-tekenaar is opgestaan. Tien jaar lang zal Stallaert al zijn ziel en zaligheid leggen in de hem toevertrouwde ‘Nero’. Deze bundel bevat de eerste vijf verhalen.

In ‘Barbarijse vijgen’ krijgt Nero twee lastige opdrachten te vervullen van zowel zijn baas als zijn dokter. ‘Wonderboy’ verhaalt de belevenissen van een super intelligent kereltje dat even intelligent en geleerd is als Nero’s Adhemar. In ‘De kroon van Eisabeth’ komen we naast de Britse koningin op strook 30 een naam tegen van een “oude bekende”: ‘Martin Lodewijk’straat. Deze Nederlandse tekenaar van Agent 327 had zich namelijk eerder erg positief uitgelaten over Marc Sleen… Ook ‘De steen van Abraham’ en ‘De kolbak van How’ spelen zich af in Groot-Brittannië. Dolkomische avonturen met daarin veelal subtiele verwijzingen naar de actualiteit van toen.

Vol verwachting kijk ik uit naar de fraaie vervolgbundels die er zullen verschijnen van ‘Nero. De Stallaert jaren’. Haarscherp tekenwerk, interessante plots, en telkens een prachtig omslag van Dirk Stallaert, de tekenaar die Marc Sleen bijzonder hoog in het vaandel had staan!

Martin Lodewijk. ‘Agent 327. Integraal 1. 1966-1968’. Uitgeverij L. ISBN 978 90 8886 435 3.

Het moest er toch van komen. Hoewel Agent 327 in onwetendheid verkeerde over het uitbrengen van de eerste integraalband , is dit gegeven nu een feit. Voorzien van een prachtige cover, veel extra illustraties, en “ouderwets mooie” schutbladen ligt het boek op tafel te pronken.

Een prachtig tekstdossier van ruim veertig pagina’s vol foto’s, advertenties, reclameopdrachten en foto’s is de aanzet van dit boek dat vervolgens zo’n 160 pagina’s Agent 327 bevat. Elk verhaal kent als aanzet een tekening van de geheim agent, waarbij Rob van der Nol vaak een omslag van stripweekblad ‘Pep’ uit de archieven van de periode 1966-1968 heeft opgeduikeld. Dat legendarische stripblad zou immers de bakermat worden van Agent 327, “de behuizing” waarin hij zou uitgroeien naar Neerlands meest beroemde geheim agent, na James Bond. Hoewel: laatstgenoemde had Britse roots!

Zoals ook in de Belgische strip ‘Nero’ subtiel de actualiteit verweven was, verwerkte Martin Lodewijk deze in ‘Agent 327 eveneens. Omdat de korte verhalen wel vijftig jaar geleden hun première beleefden, zou de actualiteit van destijds de lezer van nu kunnen ontgaan. Zodoende heeft inleider Van Eijck alle hier gebundelde verhalen, de “dossiers”, in het kort van een uiteenzetting voorzien.

‘Dossier schouderholster’ draait om een bankoverval. Op dat ogenblik waren er net enige Amro-bank-filialen beroofd. In ‘Dossier Harmonica’ is het piratenzender Radio Veronica die centraal staat. Onder de naam ‘Radio Harmonica’ komen we Koos de Graayer en Gerard Indiaan tegen. Denk daarbij aan de dj’s Joost den Draaijer en Cowboy Gerard (‘Het spel kaarten’). ‘Dossier Moederliefde’ verwijst naar de zangers van het levenslied en hun bekeringsdrift: Gert en Hermien Timmerman, die in dit dossier Gerda en Herman Timmerhout heten. En in ‘Dossier Schoorsteenveger’ krijgt Agent 327, werkelijke naam: Hendrik IJzerbroot, het lastig wanneer hij zich vermomd als schoorsteenveger op de daken begeeft, die vol staan met antennes.

Zo verlevendigen de vele anekdotes de prachtige verhalen. Verhalen waarin de tekenstijl van Martin Lodewijk vooral in het begin de invloed van vriend en collega Jan Kruis verraden. Als voorbeeld mag gelden pagina 2 van ‘Dossier Schiphol’. Het verhaal waarin Sinterklaas meteen ontmaskerd wordt met de woorden: “Goeiemorgen meneer IJzerbroot”. De figuurtjes zouden door kunnen gaan als prototypes, afgeleiden van ‘Jan, Jans en de kinderen’.

Dit eerste deel van de in totaal acht te verschijnen delen ziet er geweldig uit. Als de vervolgdelen er ook zo verzorgd uitzien, heeft de lezer uiteindelijk een stuk stripgeschiedenis in handen waar je U tegen zegt!


Auteur

Koos Schulte