Japanse duizendknoop in de tuin? Verwijderen

JOURE

De Japanse duizendknoop is op 76 plekken in gemeente De Fryske Marren gevonden. De gemeente probeert de omgevingsschade van de plant te voorkomen door deze te bestrijden.

De wortels van de snelgroeiende woekeraar kunnen schade veroorzaken aan woningen, wegen en bouwwerken. De planten groeien zowel verticaal als horizontaal en komen soms elders weer boven de grond. Daar groeien ze uit tot nieuwe woekeraars. De groeitijd is van april tot november.

Gemeente De Fryske Marren brengt de groeiplekken in kaart om de openbare ruimte gevarieerd en veilig te houden. Inwoners kunnen melding doen van groei in de openbaren ruimte bij de gemeente. Wordt de plant gevonden in de eigen tuin, dan is het advies: verwijderen. ‘Zo voorkomen we dat de plant schade aanricht en eventueel doorgroeit naar andere tuinen of de openbare ruimte’.

Hoe ziet de Japanse duizendknoop eruit?

In april komt de Japanse duizendknoop uit de grond met kleine, rode knoppen en blaadjes. De plant groeit snel, binnen een paar weken is ze herkenbaar aan de dikke stengels. De stengels zijn hol, lijken op bamboe en hebben soms rode vlekken. Het blad van de plant wordt zo groot als een hand en krijgt in de zomer een frisgroene kleur. In augustus/september groeien aan het einde van de stengel witte bloemen. De plant kan tot november doorgroeien.

Uitgraven van de plant is het meest effectief. Belangrijk is dat alle wortels worden weggehaald omdat ieder wortelstukje kan uitgroeien tot een nieuwe plant. Is uitgraven te lastig of is de plant te diep geworteld, dan is het devies om de stengels enkele malen per jaar uit de grond te trekken. De plantresten moeten in de grijze container om verspreiding te voorkomen.

Naast de Japanse duizendknoop, houden de gemeente ook de vindlocaties bij van de reuzenberenklauw, reuzenspringbalsemien en distels (deze laatste is geen exoot).