‘Bestrijd berenklauw adequaat’

DFM

CDA De Fryske Marren wil dat de Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân hun wettelijke taken oppakken en actief de reuzenberenklauw gaan bestrijden. Dit laat op sommige plekken in De Fryske Marren nog te wensen over, constateert de partij. Het CDA is bovendien kritisch op het beheer van bermen door de eigen gemeente. ,,Het rommelige beeld binnen de bebouwde kom laat zien dat beleid en praktijk verschillen.”

De weelderige groei van de reuzenberenklauw op verschillende plekken in De Fryske Marren en vragen van inwoners heeft CDA-fractievoorzitter Luciënne Boelsma er toe aangezet schriftelijke vragen over aanpak te stellen. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid en bestrijdt de exoot actief. Toch groeit de plant uitbundig onder andere bij het recreatiepad langs de Tsjûkemar tussen Echten en Echtenerbrug, bij Delfstrahuizen en de Put van Nederhorst. ,,Ook Provinsje Fryslân en Wetterskip Fryslân moeten hun wettelijke taak tot bestrijding adequaat uitvoeren”, vindt zij. Inmiddels heeft Wetterskip de handschoen opgepakt. ,,Het is belangrijk dat ze dit blijvend in de gaten houdt.”

De reuzenberenklauw is niet ongevaarlijk. Het sap kan namelijk ernstige brandwonden en zelfs blindheid veroorzaken bij contact met de ogen. Luciënne Boelsma is daarom blij dat de gemeente zich actief voor de bestrijding inzet. ,,Bepaalde bermen zijn echter in beheer van Wetterskip en Provincie.” De CDA-fractievoorzitter heeft het college van burgemeester en wethouders opgeroepen om de provinciale instanties op bestuurlijk niveau in kennis te stellen van de problematiek. ,,Zodat ook zij de reuzenberenklauw gaan bestrijden.”

Waar de gemeentelijke aanpak van de reuzenberenklauw de fractie van het CDA kan bekoren, is de partij kritischer op het algemene bermenbeleid in De Fryske Marren. Boelsma stelde in de commissie ruimte vragen over het verschil tussen het beheer binnen en buiten de bebouwde kom. ,,Uit de beantwoording kwam naar voren dat er een verschil is. Binnen de bebouwde kom wordt het gras vaker kort gehouden, werd aangegeven.” De fractievoorzitter van het CDA is niet geheel tevreden met dit antwoord en roept het college op om uitleg over het daadwerkelijke beleid te geven. ,,De praktijk laat namelijk iets anders zien. Bijvoorbeeld in mijn eigen woonplaats Idskenhuizen. Daar staat het gras binnen de bebouwde kom ontzettend hoog. Dat geeft een rommelig beeld en kan voor onveilige situaties zorgen. Dit is in meer dorpen aan de orde.”

Ook voor onkruidbestrijding houdt de partij een vinger aan de pols. ,, De vraag is of het gewenste kwaliteitsniveau wordt gehaald. Daar hebben wij twijfels over. Misschien moet er wel een tandje bij of moet de lat wat hoger worden gelegd. De eerste inventarisatie heeft inmiddels plaatsgevonden en we zijn benieuwd naar de resultaten.”