Grommende vliegtuigmotoren

Zon, zee en strand. Dat moest het worden het afgelopen weekend. En na een route vol omleidingen en niet duidelijke bebording werd het dat ook even. We supten. Soort van, omdat we er bij bleven zitten op die plank, terwijl de regels geloof ik gebieden dat je het staande doet. We lagen op het board en genoten van de omgeving, het kabbelende water en de zomer. We aten een hapje en dronken een drankje. Met de deuren wijd open probeerde we vervolgens de hitte te verdrijven uit onze ietwat primitieve beachlodge, door lief tot bakkerij omgedoopt omdat je er zo brood in kon bakken.

’s Avonds werd echter alles opeens anders, zoals dingen soms opeens iemands leven 360 graden kunnen omdraaien. Ik hoorde het als eerste: grommende vliegtuigmotoren. Althans dat dacht ik. Vliegveld Rotterdam dacht lief. Maar dat leek me toch wel wat ver weg. Ik dacht aan uitbreiding van vliegveld Lelystad, maar daarvoor zaten we te ver weg en aan de andere kant van het land. Het gegrom bleef niet alleen aanhouden, het werd heviger. Alsof er meer vliegtuigen waren. Na het openen van de deur – die uitzicht bood over het meer waaraan we logeerden - zag ik al dat het foute boel was. Drie helikopters met grote schijnwerpers vlogen systematisch over het meer en beschenen daarbij minutieus het water. Zwaailichten vanaf de andere kant lieten tevens zien dat het serieus was. Aj zei ik, daar zijn mensen vermist. Ik kende ze niet die mensen. Toch togen we met zaklantaarns rond het meer. Misschien dachten we. Misschien vinden we iets dat kan helpen. We vonden niets dat kon helpen.

Ik kon de slaap die nacht niet vatten. Er kropen mensen door mijn hoofd die ik niet kende, maar die niet veilig waren. Zoals er in Lemmer ook mensen waren geweest die niet veilig waren geweest. Vermist. Op het Tjeukemeer, op het water bij het strand. Mensen in een ver land, overvallen door een tsunami. Ik moest aan hen allen denken, aan het verdriet, het leed dat hun dierbaren toen hadden doorgemaakt en ongetwijfeld nog steeds met zich meedragen. Het stormde in mijn hoofd, terwijl er op die dag geen storm te bekennen was. ‘Onze’ mensen van hier zijn heel lang zoek geweest, maar ‘gelukkig’ toch gevonden. Een dag na ons bezoek hoorde we de vermisten van daar na 2 dagen. Maar in beide gevallen is ‘gelukkig’ een vreemde benadering van een gebeurtenis die alles veranderde.

Meisje (www.meisjelemmer.blogspot.com)