Op naar volgende bezuinigingsrondes

JOURE

De burgers van de gemeente De Fryske Marren kunnen zich weer opmaken voor de volgende bezuinigingsronde. Omdat er structureel meer dan 3 miljoen tekort is in het sociaal domein, zal er vanaf 2020 jaarlijks 2,5 miljoen bezuinigd moeten worden. B&W hopen dat dit eerst beperkt zal blijven tot het Sociaal Domein, maar kan dat niet met zekerheid zeggen.

Blijkbaar is niet duidelijk hoe het zo ver heeft kunnen komen, want het college van burgemeester en wethouders heeft besloten om onderzoeksbureau van buiten in de arm te nemen die moet kijken naar het ontstaan van die tekorten, de effecten van de veranderingen die al zijn doorgevoerd en mogelijk te treffen bezuinigings- en beheersmaatregelen. De gemeente wil vooral kijken naar wat ze kan beïnvloeden op dat gebied, want nadat ze 3 jaar verantwoordelijk was voor de wetgeving rond jeugd, zorg en participatie blijkt dat er heel veel dingen toch nog steeds niet goed gaan.

Met name de administratieve processen en daarmee zicht krijgen op de uitgaven is een lastig dossier gebleken, zo stellen B&W in het rapport Zicht op het sociaal domein - ‘Grutsk op ús wurk, fertrout nei de takomst’.

In 2015 hevelde de rijksoverheid veel taken over rond jeugd, zorg en participatie naar de gemeenten, maar gaf voor de uitvoering daarvoor niet genoeg geld. Toen al was de verwachting dat veel gemeenten daardoor in de knel zouden komen. Soms steeg het aantal mensen niet eens dat een beroep deed op de gemeente, maar waren de kosten eenvoudigweg veel hoger. Zo maakten op 1 januari 2018 2208 inwoners gebruik van 1 of meer WMO-voorzieningen (wet Maatschappelijke Voorzieningen). Dat was 200 personen minder dan in 2015, maar de kosten waren wel veel hoger. Dit omdat inwoners veel duurdere zorg nodig hadden dan in 2015, zoals individuele begeleiding en dagbesteding. Omdat bovendien veel meer mensen een beroep op de gemeente deden met een minimaal inkomen, kwam er van die kant ook weinig binnen. Burgers moeten namelijk een eigen bijdrage betalen afhankelijk van de hoogte van hun inkomen. Omdat dit laag was, kwamen er tonnen minder binnen, terwijl de vraag naar hulp duurder werd. En ondanks dat er allerlei maatregelen werden getroffen om die hulpvraag te verkleinen.

Ook lukte het de gemeente niet om de bezuinigingen voor de Jeugdwet die het rijk vanaf 2015 bij de gemeenten heeft neergelegd in dat tempo te realiseren. Een beter zorgaanbod tegen een lagere prijs is na 3 jaar nog niet behaald.

Verder zorgde de verhoogde instroom van statushouders ervoor dat de kosten van re-integratie fors stegen. Annex daarmee stegen ook de kosten voor facilitaire kosten. Vooral de kosten voor vervoer zijn gestegen doordat veel meer deelnemers daarvan gebruik moeste maken. Maar er was ook meer personeel nodig voor handhaving en afwerking van processen. De begrote bedragen voor 2018 en 2019 bleken daardoor dus ook onvoldoende.

Verder waren er in vergelijking tot de rest van Nederland veel meer bijstandsgerechtigden. Dit had deels te maken met de verhoogde instroom van statushouders en deel doordat mensen vanuit de WW in de bijstand terechtkwamen. Vanaf 2017 daalden die cijfers overigens wel weer, maar ook niet voldoende.

Tevens bleek bij de WMO dat de partijen niet genoeg tot elkaar kwamen. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 omschrijft een aantal verplichtingen voor de uitvoering van de wet, maar geeft ook heel veel beleidsruimte. Toch bleek wel dat de oude manier niet meer voldeed en er veranderingen doorgevoerd moesten worden. Dit ging echter moeizaam tussen aanbieders en de gemeente. Aanbieders wilden dat de gemeente duidelijker aangaf wat ze wilde. De gemeenten vonden dat de aanbieders vooral aan het afwachten waren en de stappen aan de gemeenten overlieten.

Daarnaast kon de gemeente het grote aantal opdrachten voor het leveren van diensten en producten, goed voor zo’n 50 miljoen per jaar, niet meer behappen. Er is wel een contractmanager aangesteld, maar die zou structureel moeten gaan werken, vindt B&W. Verder vindt de gemeente dat ze een functionaris informatievoorziening/data-analyse nodig heeft om al die zaken wel duidelijk te krijgen.

Meintje Haringsma