Recensie | ‘Panda’, langstlopende Nederlandse krantenstrip ooit in boekvorm bij uitgeverij Cliché

JOURE

In maart 1941was tekenaar-schrijver Marten Toonder begonnen met zijn Tom Poes-dagstrip. Omdat hij al garant moest staan voor vijf stripreeksen moest hij medewerkers aantrekken omdat hij alle werkzaamheden in zijn eentje niet aankon. Het begin van de legendarische Toonder Studio’s!

Na vijf bewogen oorlogsjaren werden er diverse projecten opgezet om herrijzend Nederland mee van dienst te zijn. Zo verschenen er kalenders, puzzels, prentbriefkaarten, spellen en wandplaten, veelal in het teken van Tom Poes en Heer Bommel. Met als gevolg dat er meer medewerkers zouden worden aangetrokken, vaak jonge mensen die hun opleiding kregen bij de “Hollandse Disney”.

In het laatste oorlogsjaar had Toonder al diverse strippersonages in gedachten, die vooral als middel om krantenlezers aan te trekken in diverse dagbladen en tijdschriften goede sier zouden kunnen maken. Eén daarvan was ‘Plukkie Panda’, uiteraard een gepersonifieerd pandabeertje, een beertje in zwart-wit, ideaal om in de destijds “saaie” zwart-wit krant te gaan figureren.

23 december 1946

Eind december 1946 was het dan zo ver. In een aantal regionale dagbladen verscheen de eerste aflevering van Panda: ‘Panda en de meester-dief’. Toonder had hiervoor zowel de tekst als het tekenwerk verzorgd, hoewel hij het inkten van de pagina’s overliet aan de allereerste medewerker die hij had aangesteld: Wim Lensen. Een tekenaar, die in later tijd als geen ander als inkleurder van de vele Toonder-strips naam zou maken.

Met de kennis van nu zou je kunnen stellen dat Panda van meet af aan een fraaie variant op Ollie B.Bommel zou kunnen worden. In het eerste verhaal komt hij van verre aanlopen in een zomers landschap, hoewel buitenshuis de koudste winter in Nederland en België heerst, sedert de revolutiewinter van 1789! Panda’s vader zou hem de wereld ingestuurd hebben met de boodschap: een fatsoenlijk leven te gaan leiden en om te proberen in de wereld vooruit te komen. Royaal als vaderlief was had hij zijn zoon een rijksdaalder meegegeven; natuurlijk moest er dan nog wel een goede betrekking komen om écht rond te komen! Hoewel Panda zelf door het leven gaat als een saai, zich vervelend, en soms verontwaardigd persoontje, zouden het de bijfiguren zijn, die de strip zijn charme zouden ontlenen. Zo verscheen in het eerste Panda-verhaal meteen een personage dat gaandeweg de verhalenreeks legendarisch zou worden: de sluwe vos Joris Goedbloed alias Baron van Malpertus, gentleman-misdadiger; de vos die op slinkse wijze telkens weer misbruik maakt van de kleine goedgelovige panda. De vos, die Toonder zou laten figureren in enige Heer Bommel-avonturen. En de vos, die Panda onder geen beding wil verraden aan de maatschappij. Panda, slachtoffer van zijn eigen fatsoen! Panda, die ooit dankzij zijn goede gedrag miljonair wordt, maar zich vertwijfeld afvraagt of er hier of daar niet een baantje voor hem is…

Schrijvers en tekenaars

Na voor de verhalen 2 tot en met 5 de teksten geschreven te hebben, laat Marten Toonder het vanaf verhaal 6 helemaal over aan zijn (studio)medewerkers, zoals de schrijvers Dirk Huizinga, broer Jan Gerhard Toonder en Lo Hartog van Banda. Tekenaars als Wim Lensen, Ben van Voorn en Harry Hargreaves, ondersteund door kundige inkters zullen vervolgens tot in lengte van dagen het ene na het andere frisse Panda-verhaal afleveren. Dat Marten Toonder de verhalen nauwlettend volgt en zo nodig op- en aanmerkingen maakt, moge duidelijk zijn. De naamsbekendheid van de strip wordt zo groot dat er uiteindelijk tientallen (regionale) dagbladen zijn, die de verhalen publiceren. En ook in het buitenland worden de strips, de comics, met graagte afgenomen.

Juni 1970

Nadat er letterlijk tientallen zeer begaafde scenaristen en tekenaars zoals Dick Matena, Jan Steeman, Fred Julsing en Jan van Haasteren zich met de verhalen hebben beziggehouden, is daar in 1970 Piet Wijn. De zeer kundige illustrator, die tevens de verhalen zal schrijven, meer dan zeventig (!) tot een herseninfarct hem uiteindelijk noopt ermee te stoppen. Piet Wijn (1929-2010), die jarenlang zou meewerken aan de dagstrip van Tom Poes en Heer Bommel, Koning Hollewijn (eveneens een uitgave van Cliché) en aan de Kappie-dagstrips. Piet Wijn, die bij veel (oudere) lezers van het vrolijke weekblad ‘Donald Duck’ bekend zal zijn als maker van ‘Douwe Dabbert’, de dwerg met zijn toverknapzak waarvoor hij al met al zo’n 1000(!) pagina’s zou tekenen. Piet Wijn, die in 1986 opgevolgd zou worden door de verdienstelijke Jaap Lamberton, de illustrator die in 1991 zou overlijden. Omdat het toen uitermate lastig was een waardige opvolger voor de langstlopende Nederlandse krantenstrip ooit, ‘Panda’ , te vinden, besloot de toenmalige directie van Toonder Compagnie de stekker eruit te trekken. Op verzoek van Marten Toonder, ten teken van eerbetoon, tekende Piet Wijn het allerlaatste verhaal nummer 198 van dertig afleveringen: ‘Panda en de weldader’. Zodoende kwam er een eind aan de ooit door Marten Toonder begonnen dagstrips na het einde van Koning Hollewijn in 1971, Kappie in 1972 , Tom Poes in 1986 en uiteindelijk dus Panda in 1991.

De complete uitgave van ‘Panda’ bij uitgeverij Cliché in 44 banden

Nadat Hans Matla namens uitgeverij Panda in 2012 de aanzet gaf tot het uitbrengen van de serie ‘Panda-integraal’ verschenen daar inmiddels vier delen. Het fonds wordt nu voortgezet door uitgeverij Cliché van de in Maarssen woonachtige uitgever Ton Mackaaij. Als uitgever en verspreider van aan Marten Toonder gelieerde uitgaven dwingt hij respect af door de zeer verzorgde uitgaven uit zijn fonds. Twee van de eerder door uitgeverij Panda op de markt gebrachte delen uit de ‘Panda’-serie van Toonder, de delen 1 en 34 worden nu voor een kenningsmakingsprijs aangeboden. Een tegemoetkomer voor diegenen, die serieus overwegen de toekomstige delen aan te schaffen. Een serie, die uiteindelijk 44 banden zal beslaan, ruim één strekkende meter aan boeken op groot formaat van 23 x 31cm.

Natuurlijk zijn er in de loop der jaren talloze boeken van ‘Panda’ verschenen, langwerpige, de zogenaamde oblong uitgaven, pocketuitgaven, en reclame-uitgaven. Maar compleet, chronologisch uitgegeven en voorzien van heldere inleidingen, die de tijdgeest weergeven waarin de verhalen verschenen zijn, alsmede informatie over de makers dat ontbrak er aan.

Twee versies, Panda als tekst- en als ballonstrip

Van 23 december 1946 tot en met 8 november 1977, te weten de eerste 139 avonturen, verschenen de verhalen in “typisch Hollandse” vorm: plaatjes met onder tekst. De verhalen 140 tot en met 198 zouden van 9 november 1977 tot en met 31 december 1991dagelijks in de krant te lezen zijn, zij het met de verandering dat ze nu in ballonvorm verschenen, dus zonder de blokken tekst onder de illustraties.

Marten Toonder: ‘De avonturen van Panda deel 1’. Panda-Cliché. ISBN 978 90 6438 401 1.

Band 1 bevat de eerste drie Panda-avonturen uit 1946-1947: ‘Panda en de meester-dief’, ‘Panda en de meester-detective’, en ‘Panda en de meester-vlieger’. Al in het eerste verhaal probeert vos Joris Goedbloed Panda op slinkse wijze zijn voedsel te ontfutselen. De boze wereld in optima forma voor de kleine naïeve pandabeer. Aardig voor de Tom Poes- en Bommelliefhebbers is het personage: de hofmaarschalk. Qua uiterlijk zou deze familie kunnen zijn van Ollie B.Bommel! Het is uitgerekend Panda, die er in slaagt dat Joris zijn straf ontloopt…

In verhaal twee komen we een personage tegen dat zo door zou kunnen gaan voor de tweelingbroer van Bul Super uit het Bommel-epos: Jacobus Snufkens van beroep “detectief”. En in verhaal drie is het de brigadier, die op zijn beurt veel gelijkenis vertoont met commissaris Bulle Bas, eveneens een personage uit het Bommel-epos!

Marten Toonder: ‘De avonturen van Panda deel 34’. Panda-Cliché. ISBN 978 90 6438 434 9.

Band 34 bevat de verhalen 140 tot en met 144, ‘Panda en de ongelukszoeker’, ‘Panda en de meester-klungel’, ‘Panda en de spiegelbloemen’, ‘Panda en de meester-munter’ en ‘Panda en de sofnarren’. De avonturen in deze band, alle afkomstig van Piet Wijn, kennen aan het eind van iedere dagaflevering een spanningsmoment, een ‘cliff-hanger’, iets dat aanmerkelijk moeilijker is dan bij een ondertekststrip, waar veel meer ruimte is voor het opbouwen van de dagelijkse verhaalclimax, een gave die maar weinig stripmakers met talent hadden of hebben!

Dat ik enthousiast ben over beide voornoemde delen moge duidelijk zijn. Aangezien de hier beschreven delen door de uitgever in prijs verlaagd zijn, heb ik juist deze twee delen belicht! ‘De avonturen van Panda’, een fantastisch goed uitgegeven serie van Cliché waarop ik in de toekomst zeker terug zal komen!

Tekst: Koos Schulte