Recensie | De Atlantikwall, groots project van Nazi-architect Albert Speer nu in stripvorm

Joure

In de jaren ‘40-‘45 zou de westkust van Hitlers Derde Rijk, met een lengte van 6200 kilometer, het grootste bouwproject van de twintigste eeuw worden. Volgens de architect van het Derde Rijk Albert Speer zou hiervoor 13.134.500 kubieke meter beton gebruikt zijn.

De Oosterbeekse illustrator Hennie Vaessen, gespecialiseerd in het in stripvorm weergeven van met name historische (oorlogs)gebeurtenissen schreef hierover ‘Atlantikwall’. Vooral de weergave van de verschillende bunkerstellingen in Zuid-Holland zal door velen als verrassend worden ervaren.


Hennie Vaessen: ‘Atlantikwall’. Pelikaanpers, Oosterbeek. ISBN 978 94 90000 11 0.


Met de opmars in Rusland door de legers van Hitler in 1941 was het vooral de ijzige kou van de Russische winter die voor tegenslag zou zorgen. De Führer vreesde dat een tweede invasie van de geallieerden vanuit Groot-Brittannië voor twee fronten zou zorgen. Zodoende werd er een Atlantikwall aangelegd, stellingen die aangevuld zouden worden met duizenden kolossale bomvrije bunkers, de zogenaamde Ständige Bunker. Muren en daken van twee tot drieënhalve meter dik van gewapend beton en zware pantserdeuren moesten dienen ter verdediging en bescherming van de dienstdoende soldaten. Sommige bunkertypen zouden in álle landen gebouwd worden.


De Atlantikwall in Zuid-Holland


Aan de kust van Zuid-Holland zouden vijf verdedigingsgebieden worden opgezet: Katwijk/Noordwijk, Scheveningen/Den Haag, Hoek van Holland, en de eilanden Voorne en Goeree. Diverse bouwondernemingen uit Duitsland én uit Nederland zouden de bouw verrichten. De bunkerbouwers waren veelal ingezet vanwege de Arbeitseinsatz en ontvingen daarvoor nog een redelijke vergoeding. Dit trok vrijwilligers aan om de vaderlandse kust te ruïneren. Ook de Duitse soldaten moesten zich inzetten bij de bouw, een onderbreking van het eindeloze wachtlopen, oefenen en wapens reinigen.


Een afschrikwekkend effect


Het aanzien van de Atlantikwall was beklemmend. Strandversperringen, mijnenvelden en het onder water zetten van grote stukken land zouden veel impact hebben. Dat de eens zo rustige natuur aan de kust op de schop ging, de duinen, het strand en de boulevards met de levendige badcultuur verboden gebied werden, en dat in dorpen en steden aan zee de huizen gesloopt werden om een vrij schootsveld voor de Duitse artillerie te creëren, geeft Vaessen op indringende wijze weer. Dat de bewoners door de Duitse bezetter naar onbekende evacuatieadressen gebracht zouden worden, een ongewisse toekomst tegemoet, en het achterliggende gebied straat na straat, blok na blok werd afgebroken wordt integer maar haast beklemmend in beeld gebracht.


Hans en Willy


Door twee soldaten van de Wehrmacht in ‘Atlantikwall’ op te voeren, Hans en Willy,  krijgt het verhaal een diepgang, die verder reikt dan alleen de strategie van de verdedigingslinie. Angst, twijfel, heimwee gaan deel uitmaken van de dagelijkse sleur. Het ontvangen van post is iets waar een hele week naar uitgekeken wordt.
Aan het einde van het boek komen we een bejaarde Hans tegen, die herinneringen ophaalt aan de tijd van toen en hoe het ooit was. Over zijn vlak na de oorlog overleden dienstmaatje Willy merkt hij op: “Ik mis hem nog… Hij was mijn beste vriend…”


Door op deze wijze een diepere inkijk te geven op het verschijnsel Atlantikwall, hoe deze ontstond, wie deze bouwden, wie er woonden en wat er na de oorlog met deze symbolen van Duitse machtspolitiek gebeurde, is uiterst navrant om te lezen. 
Het restant overgebleven bunkers valt momenteel onder cultuurhistorisch erfgoed, een tastbare herinnering aan een oorlog vol leed, opoffering en pijn. Een aanleiding om toekomstige generaties te vertellen over een tijd die niet vergeten mag worden. 
Hennie Vaessen heeft op realistische wijze , waarbij hij de personages vaak licht karikaturaal weergeeft, de tijd verbeeld. Zowel oudere lezers als de jeugd (spreekbeurt!) zullen pas nadat ze de laatste pagina omgeslagen hebben het boek sluiten!


Koos Schulte  
 


Auteur

Koos Schulte