Recensie | ‘Stripglossy nummer 11’ en haar “helden”

JOURE - Hoewel ‘Stripglossy nummer 11’ al weer even in de schappen ligt van de tijdschrift- of boekhandelaar is het zeker weer een nummer geworden om even bij stil te staan.

In de drie jaar van haar bestaan heeft het zich ontwikkeld tot een blad van formaat dat zowel qua strips als qua informatie over het medium strips uniek is. Hoe lang is het geleden dat bladen als ‘Wordt Vervolgd’, ‘Titanic’, of ‘De Toestand’ op soortgelijke wijze een tijdschrift over strips vulden?

‘Stripglossy nummer 11’. Uitgeverij Personalia.

Ruim dertig pagina’s zijn er uitgetrokken voor de Vlaamse tekenaar Philippe Delzenne. Hoewel hij bij onze zuiderburen al een begrip is, is hij dat hier iets minder. In België zou hij eerst tekenen aan de strips van Peyo: ‘De Smurfen’ om vervolgens als opvolger van Jef Nys diens serie ‘Jommeke’ voort te zetten, een klus waaraan overigens ook Gerd van Loock tekent. Bijna was Delzenne bij ons (ook) een begrip geworden! Eind jaren tachtig zag het er namelijk naar uit dat de tekenaar voor Toonder aan de slag zou gaan. Doordat de reeks ‘Bommel en Tom Poes’ destijds op haar eind liep, ging de deal niet door… Dat Delzenne ook als realistisch tekenaar hoge ogen gooit, blijkt uit het verhaal ‘Trace-Noël’ in deze ‘Stripglossy’.

Ditmaal start ‘Jelmer’ het boeiende historische stripverhaal van Roelof Wijtsma en Josse Pietersma. Hierin volgen we de Fries Jelmer van Bedum op de kruistocht van 1214-1218. Lezers van de Leeuwarder Courant kennen deze strip uit de zaterdageditie! Heel aardig is ‘Nick Name’ een strip, die refereert naar het Amerika van de jaren vijftig en die mede dankzij het accentueren van de pixels doet denken aan de kunstuitingen van Roy Lichtenstein.

Verder komen we tegen het vervolg van ‘Saul’, weer een prachtig verhaal van ‘De Generaal’, het vervolg van de Nederlandse oorlogsstrip ‘De Meimoorden’ van Eric Heuvel, een ‘Kronkel’ naar Simon Carmiggelt van de hand van Dick Matena, en vanzelfsprekend nieuwe afleveringen van ‘De tijdverdrijver’, het nieuwste Tom Poes- en heer Bommel-verhaal van Tim Artz en Ruud Straatman naar Marten Toonder. Het omslag van Delzenne verbeeldt zowel heer Bommel en Tom Poes als figuren uit ‘Jommeke’. Vlamingen én “Hollanders” zullen ermee in hun schik zijn!

Jef Nys: ‘Jommeke 293. Balletkoorts’

Ballon Comics. ISBN 978 94 6210 663 5.

De geestelijk vader van ‘Jommeke’ Jef Neys zou tot aan zijn dood, hij werd 82 jaar, 250 verhalen tekenen. Hierna waren het de eerder aangehaalde Philippe Delzenne en Gerd van Loock, die de serie zouden voortzetten. Delzenne neemt er jaarlijks drie voor zijn rekening en Van Loock twee. ‘Balletkoorts’ komt uit de teken- en schrijverspen van de laatste. Wanneer de balletschool van Zonnedorp een jubileumballet gaat opvoeren met een heuse uitvoering van Tsjaikovski’s ‘Het Zwanenmeer’ danst de prima ballerina Rosalie ver onder de maat, zodat ze moet afhaken. Een prima ballerina van het Bolsjojtheater, Pasharova, zal haar plaats nu gaan innemen. Als prins Siegfried wordt Jommeke aangesteld, die voor het tilwerk wel een krachtpil moet slikken… Helaas is de pil te straf en moet Rosalie zowaar de rol van Pasharova weer overnemen. Een alleraardigst album!

S. Carmiggelt: ‘Kronkels in beeld gebracht door Dick Matena’

De Arbeiderspers. ISBN 978 90 295 2637 1.

Dick Matena (1943), die op 17-jarige leeftijd al werkzaam was op de Marten Toonder Studio’s, om in zijn latere loopbaan als tekenaar en scenarist veel eigen producties op te zetten, zou vermaard worden als maker van graphic novels van Dickens, Wolkers, Reve, Elsschot, Thijssen, enzovoorts. Naar de Kronkels van Simon Carmiggelt (1913-1987), de cursiefjes uit ‘Het Parool’ die in de periode 1946-1982 dagelijks in die krant verschenen, bewerkte Matena er een aantal. Ze werden gebundeld in ‘Kronkels’ en wie de verhalen leest en de prenten aandachtig bekijkt, zal weer helemaal meegezogen worden in het Amsterdam van die periode. Vertellingen, die ook nu nog weemoed en een glimlach weten op te roepen.

Het is interessant om te zien dat Matena op drie verschillende manieren de verhalen heeft vormgegeven. In kleur zien we de licht karikaturaal getekende platen, in grijs- rose de meer naturalistische illustraties, en dan zijn daar nog de strips, die Matena tekende zoals (vroegere) krantenstrips, stroken met daarin tekstballonnen, dan wel illustraties met daaronder de tekstblokken. Welke tekenstijl Matena ook hanteert, het gegeven blijft dat hij feilloos de sfeer weet te verbeelden, die Carmiggelt wist op te roepen met woorden: die van het café, de Westertoren, de Wallen, de Dam, en de kleine neringdoenden. Een pracht uitgave!

Marten Toonder: Deel 37. ‘De avonturen van Panda’

Uitgeverij Cliché. ISBN 978 94 92904 13 3.

In de periode 1946-1991 zouden er in totaal 198 verhalen van ‘Panda’ dagelijks in de kranten te volgen zijn. Daarmee zou het de langstlopende Nederlandse krantenstrip zijn van Marten Toonder en zijn medewerkers. Hoewel hij slechts aan vijf verhalen uit de begintijd van deze strip zijn medewerking had verleend, zou Toonder op de achtergrond het pandabeertje nauwkeurig in het vizier houden. Veel medewerkers, scenaristen, tekenaars en inkters, gingen zich met de strip beziggehouden. Richard Klokkers en Piet Wijn zouden de meeste op hun naam schrijven. In deel 37 van ‘De volledige werken van Panda’ is het de laatste waarom alles draait. Wijns Panda-avonturen uit de jaren 1982-1983 zijn dan al ballonstrips waarvoor hij zowel de verhalen als het tekenwerk voor zijn rekening nam, een monsterklus als men nagaat dat Piet Wijn hiernaast op hetzelfde moment nog veel ander strip- en illustratie werk voor zijn rekening nam, zoals de ‘Heer Bommel en Tom Poes-dagstrip’ en ‘Douwe Dabbert’.

Zoals de verhalen rond heer Olli B.Bommel en Tom Poes vaak beginnen op de thuisbasis slot Bommelstein, zo beginnen de verhalen van Panda vaak op diens behuizing, huize Hobbeldonk. En zoals heer Bommel zich vaak geruggensteund weet door bediende Joost, zo heeft Panda steevast bediende Jollipop aan zijn zij. Jollipop en Hobbeldonk werden beiden in 1951 bedacht door Jan Gerhard, de broer van Marten Toonder.

Hoewel de actualiteit in de Panda-verhalen nooit echt een rol speelt, in tegenstelling tot de avonturen van heer Bommel van dezelfde auteur Marten Toonder, waar recht en onrecht en de dagelijkse gang van zaken uit de jaren van het verschijnen van de verhalen onderhuids steeds voelbaar zijn, wordt de tijdgeest wel in ‘Panda’ weerspiegeld. Zo heeft Piet Wijn in die strips vaak een warm hart voor het milieu, waarmee hij zijn tijd ver vooruit lijkt te zijn… Hoewel het eigenlijk niet verwonderlijk is dat Wijn dit gegeven aankaart: In veel van zijn werk domineert immers het sprookjesachtige, het nostalgische, datgene waarmee in veel gevallen ook het werk van Toonder doordrenkt is. In ‘Panda en de oproerkraai’ zijn het antiautoritaire tendensen die domineren als bediende Jollipop niet meer de knecht, maar de meester wordt… In ‘De nieuwe IJstijd’ vindt professor Kalker een weermachine uit die koude lucht aanzuigt. Er komt een heuse immigratiegolf op gang vanaf de Noordpool met alle gevolgen van dien. Detective Pat O’Nozel zien we terug met zijn onafscheidelijke vergrootglas en zijn Sherlock Holmes-pet. In ‘Panda en de dolle delver’ komen we de fictieve wezentjes tegen waar Piet Wijn altijd zo dol op was: het trollenvolk. Nb: ten tijde van dit verhaal werkte hij voor ‘Jippo’, het blad voor kinderen vanaf acht jaar nadat deze “te groot” waren voor de ‘Okki’, aan de ‘Trollen verhaaltjes’. In het zevende Panda-avontuur dat we in deze band tegenkomen, ‘Panda en de stuipenjager’ belandt de lezer in het verre oosten waar een wapenwedloop gaande is. Helaas is de goedmoedige Panda een roepende in de woestijn… In ‘Panda en de dromenhandel’ belanden we echt in de wereld van Piet Wijn, een wereld waarin de figuren zo ontleend zouden kunnen zijn aan die andere successtrips van hem: ‘Puk en Poppedijn’ dan wel ‘ Douwe Dabbert’.

De uitvoering van de banden van ‘De avonturen van Panda’ is elke keer weer een lust voor het oog: een prachtige donkergroen kunstleren band, een gedegen inleiding, en binnenwerk op getint papier. Letterlijk weer “een pracht band”!

Koos Schulte