Verzetsheld Sjoerd Wiersma krijgt eindelijk eigen straatnaam

JOURE - Verzetsheld Sjoerd Wiersma heeft zaterdag 14 februari zijn eigen straatnaam gekregen aan de Uilke Boonstralaan. Een postuum eerbetoon aan de verzetsman uit Joure, die samen met Uilke Boonstra, tijdens de Tweede Wereldoorlog veertienduizend mensen aan een onderduikadres heeft geholpen. Burgemeester Arie Aalberts en de vernoemde kleinzonen Sjoerd Wiersma en Sjoerd Wiersma hebben het bord onthuld.

Een kleine zestig familieleden en belangstellenden zijn zaterdag op het voormalige terrein van de Katholieke huishoudschool Maria Goretti bijeen gekomen voor de onthulling. Het nu nog braakliggende terrein is bestemd voor woningbouw. Twee dochters zijn nog in leven van de vijf kinderen. Dochter Johanna en de aangenomen dochter Jetty Leffring-Stouwer. Die laatste is aanwezig bij de onthulling, net als de schoondochters van Sjoerd Wiersma. De drie zonen van Wiersma zijn overleden. ,,It is in godswûnder dat ik hjir wêze mei’’, vertelt de nu 72-jarige Jetty Leffring-Stouwer. De Joodse heeft haar leven te danken aan Sjoerd en Trijntje Wiersma. Haar biologische familie heeft ze verloren in concentratiekamp Sobibor. ,,Allegear binne se dêr fergast. Ik wit allinnich fan myn heit net wêr’t syn lichem bleaun is.’’

Wasserij

Sjoerd Wiersma was eigenaar van een wasserij in Joure. Samen met Uilke Boonstra zette hij een organisatie op waarmee zij onderduikers hielpen. Een paar keer per week reden de verzetsmannen naar Amsterdam om onderduikers op te halen. ,,In eerste instantie wilde Sjoerd geen joden helpen’’, vertelt Freark Ringnalda van Historisch Wurkferbân Skarsterlân. ,,Hij was er van overtuigd dat Joden niet geholpen konden worden. Zij hadden immers Jezus gekruisigd. Boonstra dacht daar anders over en wist Wiersma te overtuigen van het tegendeel.’’ Onder de veertienduizend landgenoten, zijn uiteindelijk duizend joden door de twee vrienden geholpen. Boonstra en Wiersma werden begin 1944 verraden. Boonstra werd omgebracht, Wiersma ontkwam. Op het station in Heerenveen stond een buurman te wachten op de mannen. Een verrader bleek later. De Duitsers kregen Boonstra te pakken. Wiersma ontkwam door in de tram te stappen richting Joure. Vlak voor Joure, in de bocht waar de tram langzaam reed, sprong hij eruit. Daar stond een andere verzetsman. Samen liepen ze naar het huis van Wiersma.

Ingel

,,Hy hat letter wol ferteld dat it fielde ‘as wienen der ingelen om him ús hinne om ús te beskermjen', gaat Jetty verder. ,,De Dútsers hellen it hiele hûs oer de kop en de mannen rûnen der lâns as wie der neat oan 'e hân. Mem Trijntje wie delslein en lei út ‘e tiid op ‘e grûn. Ik lei te sliepen yn ‘e widze.’’ Vier maanden oud was Jetty toen ze in 1942 van de Albert Cuyp in Amsterdam naar Joure werd gebracht. Wiersma besloot dit kleine meisje te houden en op te voeden als zijn eigen kind. Van de nare voorgeschiedenis heeft ze in eerste instantie weinig meegekregen. Ze was ‘een fladderend jong vogeltje’.

Joodse afkomst

Tot aan de basisschool wist ze niets van haar Joodse afkomst. Een meisje uit haar klas op de Dr. Wumkesskoalle maakte op een dag een nare opmerking over Jetty en haar Joodse afkomst. ,,Wat it wie wit ik net. Miskien jaloezie, mar ik bin gûlend nei hûs rûn. Heit hat it my doe ferteld.’’ Wiersma besloot om Jetty gereformeerd op te voeden, maar nog niet te dopen. Eventuele overgebleven familie zou dat niet accepteren. ,,Op myn achttjinde bin ik offisjeel dochter wurden fan Trijntje en Sjoerd Wiersma. Doe ha’k my ek dope litten. Oare famylje wie der net mear. Yn dy tiid ha’k my ek altyd ‘Wiersma’ neamd. Pas sûnt ús trouen makke ik gebrûk fan myn famkesnamme, H.M. Leffring-Stouwer.’’

Familie

Later is Jetty baptist geworden. Dit geloof draagt ze nu uit. Het Joodse geloof speelt een kleine rol in haar leven. ,,Elts jier gean ik nei de synagoge foar de Joodse Onafhankelijkheidsdag. Elkenien komt dêr dan. En ik bin fiif kear yn Israël west. Sa kin ik sûnt in jier as fiif wat mear famyljeleden. Myn achterneef hat de oarloch oerlibbe, en ek in pear tantes. Mei in âld buorfamke út it gesin dat befreone wie mei us mem har famylje, ha ik no geregeldwei kontakt .  Fia har ha'k in beurske fan út mem krigen dat út Kamp Westerbork wei smokkele is. Dêr sieten mem har trou- en segelring yn. Sy hat my ek âlde foto's jûn fan heit en mem. Troufoto's, mar ek prachtige kampearfoto's en foto's fan feesten. Dat is feitlik it iennige wat ik fan har ha.'' Later vond haar dochter  in het Joods Museum in Amsterdam nog een gebedenboekje van haar vader dat hij op 13-jarige leeftijd had gekregen. Sjoerd Wiersma overleed in 1971 op 71-jarige leeftijd, zijn vrouw Trijntje in 1984 op 80-jarige leeftijd. Het echtpaar wilde nooit iets weten van een onderscheiding. De Wiersma's vonden dat zij gewoon hun plicht hadden gedaan. Dochter Johanna Wagenaar-Wiersma vroeg na de dood van het echtpaar alsnog een onderscheiding voor hen aan. Op 8 oktober 1996 nam zij de Yad-Vashem onderscheiding aan voor haar overleden ouders.

Lange strijd

Sinds 1976 hebben verschillende mensen aanvraag gedaan om een eerbetoon aan de gemeente in de vorm van een straatnaam. In augustus 2010 ontving Uiltsje Venema nog een brief van de gemeente met de boodschap dat de kans op vernoeming klein is. ‘Dat de heer Wiersma bij het vernoemen van verzetsstrijders niet in de straatnaamgeving is betrokken, kan te maken hebben met het feit dat de betrokkene bij het vernoemen van de straten nog in leven was en dat straten nooit naar personen werden genoemd, die niet tenminste tien jaar gelden overleden waren. Met uitzondering van het vernoemen van leden van het Koninklijk Huis’, wordt in de brief gesteld.

Ynze Dikkerboom

Voor Uiltsje Venema en Freark Ringnalda voelt de onthulling dan ook als een grote overwinning. ,,Nu hebben we drie straatnamen met lokale verzetshelden: Geert Knol, Uilke Boonstra en Sjoerd Wiersma. En nu Ynze Dikkerboom uit Oudehaske nog’’, roept Ringnalda aan het eind van zijn toespraak. Brenda van Olphen