Jouster (53) in moordzaak boekhouder Heeg: ‘Ik heb uit noodweer gehandeld’

LEEUWARDEN/JOURE - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag een gevangenisstraf van 16 jaar geëist in de strafzaak tegen de 53-jarige Jouster die ervan wordt verdacht dat hij op 6 februari vorig jaar de 56-jarige accountant Hans Boschma uit Heeg om het leven heeft gebracht.

Sporen achter gelaten

Officier van justitie Eelco Jepkema gaat ervan uit dat de Jouster het slachtoffer met een nylon touw heeft gewurgd. Vervolgens heeft hij volgens de officier allerlei sporen achtergelaten om het te doen lijken op zelfmoord. De verdachte ontkende in alle toonaarden. Volgens hem is een ontmoeting die hij had om te praten over de erfenis van zijn ex-schoonzoon - een 28-jarige Leeuwarder en achterneef van het slachtoffer- waarvan de Hegemer accountant de bewindvoerder was, verschrikkelijk uit de hand gelopen.

Erfenis

Het slachtoffer zou ook daadwerkelijk geld – 17.000 euro- naar de achterneef hebben overgemaakt, met een soort van excuusmail over de afhandeling van de erfenis. Toen de verdachte bij het verlaten van de woning opmerkingen maakte over de slechte afhandeling van de erfenis van de achterneef, zou hij door het slachtoffer zijn aangevallen. De man zou hem tot twee keer toe in zijn rug hebben geduwd, wat een pijnlijke plek was voor de Jouster. Vervolgens zou Boschma de Jouster om de nek hebben gegrepen.

Als een speer er vandoor

Vanuit ervaringen uit het verleden – hij zou ooit bijna zijn gestikt in een frikadel en hij was twee keer bijna verdronken- raakte de Jouster in paniek. Hij slaagde erin het touw bij Boschma om de nek te krijgen en trok het aan. Hij liet het touw pas vieren toen hij voelde dat het slachtoffer verslapte. Hij hoorde het slachtoffer rochelen en ging er vervolgens ‘als een speer’ vandoor. De hele middag had hij volgens zijn zeggen op de politie gewacht. Toen er niets gebeurde, dacht hij dat het slachtoffer tot het inzicht gekomen dat hij fout had gehandeld.

Bril

De Jouster werd op 11 april opgepakt. Tijdens de eerste zes verhoren ontkende hij in alle toonaarden. Uiteindelijk legde hij bekennende verklaringen af en kwam hij met het verhaal dat hij uit noodweer heeft gehandeld. Een zeer onaannemelijke verklaring vond de officier. Jepkema zag een hele reeks onvolkomenheden in de verklaringen: zo duidden de sporen in de woning in Heeg niet op een worsteling: niet in het kantoor van het slachtoffer noch in de hal. Ook lag de bril van Boschma nog op diens bureau, terwijl hij zonder vrijwel niets zag.

Geld

Ook waren er vier vergeefse pogingen gedaan om geld over te maken van rekeningen van het slachtoffer, met telkens verschillende bedragen. Bij de vijfde poging was het gelukt en was er 17.000 euro overgemaakt van de ervenrekening van de ouders van Boschma zelf naar de achterneef. Naderhand is van dat bedrag 8000 euro overgemaakt naar de verdachte. Die opdracht zou het slachtoffer in zijn mail aan de achterneef hebben gegeven. Een ander detail was dat de computermuis links op het bureau lag, terwijl het slachtoffer rechts is. De verdachte is linkshandig.

Financieel in zwaar weer

Ook vond Jepkema het opvallend dat het slachtoffer het geld had gestort met de mededeling dat het ging om een nabetaling van de erfenis van de vader van de achterneef. De bewindvoering was volgens Jepkema al in 2015 afgerond. ‘Verdachte had dringend geld nodig en ook de achterneef zat in financieel zwaar weer’, aldus de officier. De verdachte heeft volgens Jepkema Boschma opzettelijk om het leven gebracht met het oogmerk het slachtoffer geld afhandig te maken. Jepkema gaat uit van ‘gekwalificeerde doodslag’: het delict is gepleegd om een misdaad voor te bereiden, mogelijk te maken of te verhullen. Gekwalificeerde doodslag staat in het Wetboek van Strafrecht gelijk aan moord.

Schadevergoeding en smartengeld

Advocate Eva Bakx vond dat gekwalificeerde doodslag niet kon worden bewezen. Zij vond dat haar cliënt zich vanwege ‘een hevige gemoedstoestand’ kon beroepen op noodweerexces. Dat zou moeten leiden tot een ontslag van alle rechtsvervolging. Mocht de rechtbank de Jouster toch schuldig achten aan gekwalificeerde doodslag, dan zou hij volgens Bakx psychisch onderzocht moeten worden. De twee zussen van het slachtoffer dienden een schadevergoeding in van ruim 52.000 euro. Zij vorderen ruim 20.000 euro voor de uitvaart en een grafmonument. Verder willen de zussen de 17.000 euro terughebben die de verdachte naar zijn achterneef heeft overgemaakt. En ze vorderen 15.000 euro smartengeld. De Leeuwarder rechtbank doet op 28 februari uitspraak.

Renze van der Sluis