Verdachte Tesla-branden Joure is eerder veroordeeld voor brandstichting

LEEUWARDEN - De 32-jarige Noordwoldiger die ervan wordt verdacht dat hij in maart en april vorig jaar tot twee keer toe in Joure een Tesla in brand heeft gestoken, is eerder veroordeeld voor brandstichting.

Begin 2014 kreeg de Noordwoldiger, die toen nog in Harkema woonde, vier maanden cel omdat hij de auto van zijn ouders in brand had gestoken. Acht jaar eerder, in september 2006, legde de Leeuwarder rechtbank de zogeheten PIJ-maatregel op, ook wel jeugd-tbs genoemd. De man had tweeënhalf jaar eerder, in mei 2004, een boerderij aan de Blauwhuisterweg in Surhuisterveen in brand gestoken, nadat hij bij een inbraak niets van zijn gading kon vinden.

De Noordwoldiger zit nu vast omdat hij ervan wordt verdacht dat hij tot twee keer toe de Tesla van een advocaat die in Joure woont in brand heeft gestoken. De politie houdt er rekening mee dat de brandstichtingen verband houden met de werkzaamheden van de advocate. Zij was curator bij het faillissement van de CMS-werf in Leeuwarden. Ook daar zou brandstichting een rol spelen: er was brand uitgebroken op een binnenvaartschip.

De Noordwoldiger ontkent iedere betrokkenheid bij de Tesla-branden, zo bleek woensdag tijdens een zogeheten pro forma-zitting bij de Leeuwarder rechtbank. De man zit sinds begin november vast, mede op basis van de verklaringen van twee anonieme getuigen. Advocaat Peter Bonthuis wil deze getuigen horen. Volgens hem bevatten hun verklaringen ‘heel veel belastende dingen’. De rechtbank stemde daarin toe. Die verhoren zullen plaatsvinden onder het toeziend oog van de rechter-commissaris.

Bonthuis deed ook een verzoek om de voorlopige hechtenis van zijn cliënt op te heffen. Daar ging de rechtbank niet in mee. Er zijn tot twee keer toe auto’s in brand gestoken, die vlakbij een woonhuis stonden. Volgens de rechtbank zou voortijdige vrijlating van de verdachte zeker voor ‘een geschokte rechtsorde’ zorgen, een van de belangrijkste criteria voor het handhaven van de voorlopige hechtenis.

De Noordwoldiger heeft met een psycholoog gesproken. Die zou in zijn rapport een suggestie hebben gegeven richting een tbs-behandeling. De psycholoog heeft echter verzuimd in zijn rapport mee te nemen wat zijn advies zou zijn als de rechtbank de brandstichting bewezen acht. Dat advies moe alsnog aan het rapport toegevoegd worden. De psycholoog moet ook aangeven of hij het van belang vindt of de verdachte nog met een psychiater moet spreken.

De Noordwoldiger had weinig trek om met een psychiater te praten, omdat hij ooit al eens jeugd-tbs opgelegd heeft gekregen. Sowieso moeten twee gedragsdeskundigen rapporteren als een tbs-behandeling in zicht komt. De rechtbank wacht eerst het rapport van de psycholoog af, alvorens een beslissing te nemen over een gesprek met een psychiater. Een volgende pro forma-zitting staat gepland op 17 april. De inhoudelijke behandeling van de zaak is op 21 mei.

Tekst: Renze van der Sluis