Recensie | Hobbe Smith, de Friese chroniqueur van Amsterdam

JOURE - Hobbe Smith werd in 1862 geboren in Witmarsum waar zijn vader huisschilder was. Toen Hobbe elf was verhuisde het gezin naar Amsterdam.

 

Na de lagere school moest er een vak gekozen worden en Hobbe belandde bij een steendrukkerij om daar het beroep van lithograaf te leren. In de avonduren volgde hij tekenlessen aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus, het instituut waar een halve eeuw later ook Pieter Kuhn (tekenaar van de dagstrip ‘Kapitein Rob’) zijn opleiding zou genieten. Het zou uiteindelijk de onderdirecteur van het Rijksprentenkabinet zijn, de heer Adrianus Daniel de Vries, die hobbe Smith geldelijk zou ondersteunen om zo zijn opleiding te kunnen voltooien aan de Rijksacademie in de hoofdstad.

 

Hij wordt weldra een kunstenaar van naam en wanneer hem op 27-jarige leeftijd een aanmoedigingsprijs wordt toegekend door koning Willem III mag hij een jaar lang studeren aan de Academie van Antwerpen. Terug in Nederland trouwde hij met Catharina Elizabeth Daalmeijer waarmee hij twee zonen kreeg: Johan en Hobbe jr. Een succesvolle carrière volgde, die van hem een vermogend man maakte. Na zijn overlijden in 1942 zou pas in het jaar 2018 Stichting Ekspedysje Wytmarsum het werk van Hobbe Smith terughalen naar zijn geboorteplaats middels een tentoonstelling én een boek.

Gert-Jan Veenstra & Bob Hardus: ‘Hobbe Smith. De Friese chroniqueur van Amsterdam. Uitgeverij Noordboek. ISBN 978 90 5615 476 9.

Om uiteen te zetten wie Hobbe Smith was en waar hij in de geschiedenis van de beeldende kunst geplaatst kan worden verscheen er een overzichtscatalogus. De realistisch impressionistisch kunstschilder Gert-Jan Veenstra (Workum 1957) , die zelf opgroeide in het dorp van Hobbe’s vroegste jeugdjaren en in Offingawier een atelier heeft, verbeeldde het leven van Hobbe in een vlot getekend beeldverhaal, weergegeven op “Oud Hollandse wijze”, anders gezegd in illustraties waarbij onderteksten voor de uitleg zorgen.

 

We zien de jonge Hobbe in Witmarsum, volgen hem in zijn studie jaren in Amsterdam en Antwerpen, en zien hem in Den Haag belanden waar hij deel gaat uitmaken van Pulchri Studio, bakermat van De Haagse School. Als “vakman met de fluwelen toets” maakt hij naam, waarbij tentoonstellingen zorgen voor extra naamsbekendheid. De viering van honderd jaar monarchie levert hem de grootste opdracht op uit zijn loopbaan: het vervaardigen van twaalf gigantische doeken, 150 vierkante meter schilderij (!), waarin de bloeiende scheepvaart rond Amsterdam verbeeld gaat worden. Hobbe’s vermaardheid in het buitenland wordt gestagneerd door het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog. En als zijn wijze van schilderen evenals die van de eens zo populaire Haagse School-leden wordt afgedaan als belegen, ouderwets… overkomt hem het allerergste wat een artiest kan overkomen. Ten gevolge van een oogziekte verliest hij het gezichtsvermogen. Op 1 mei 1942 overlijdt Hobbe Smith in Amsterdam, de stad die hem zo dierbaar was geworden.

Amsterdam

Zoals eens Hobbe Smith in 1913 Amsterdam verlevendigde vanaf het water voor de ENTOS ( Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied), zo deed Gert-Jan Veenstra dat middels een moderne variant, geschilderd vanaf de A’DAM-toren. In de catalogus komen we het doek in al zijn glorie tegen.

Een beschouwing

In ‘Beschouwing Vincent & Hobbe’ plaatst journalist Bob Hardus de Friese kunstenaar en zijn beroemde tijdgenoten in een historisch perspectief. Veel reproducties van tijdgenoten waaronder Millet, Jozef Israëls, Jacob Maris, Anton Mauve, Mesdag en Breitner verlevendigen het essay. Of Hobbe Smith ooit een ontmoeting met Vincent van Gogh zou hebben gehad wordt breed uitgemeten naar aanleiding van een foto, die in het jaar 1888 zou zijn gemaakt. Op het groepsportret, genomen van een schilderklas aan de Académie Julian in Parijs komen we Hobbe tegen met rechts boven hem niemand minder dan Vincent van Gogh. Tenminste als het écht Vincent is, twijfels alom…

 

Met ‘Hobbe Smith’ hebben de makers op subtiele wijze de Witmarsumer om útens weer uit de anonimiteit gehaald. Wie de schilderijen er in het boek op naslaat, zal genieten van de gedrevenheid en het vakmanschap van deze kunstenaar wiens magnum opus, de twaalf gigantische doeken, momenteel gerestaureerd wordt door de eigenaar: Amsterdam Museum. De fraaie, al te korte expositie van ‘Project Hobbe’ is helaas alweer voorbij! Een heerlijk kijk-leesboek, niet in de laatste plaats door de link, die er gelegd wordt tussen de eigentijdse kunstenaar Gert-Jan Veenstra en diens verre voorganger Hobbe Smith.

 

Tekst: Koos Schulte