Maurice Wielenga: ‘In het Oost-Duitse Greifswald leek het of de tijd vijftig jaar had stilgestaan’

JOURE Maurice Wielenga uit Joure reisde in het voorjaar van 1989 per trein naar Greifswald, een stad in Mecklenburg-Vorpommern die toen op 8 mei van dat jaar vierde dat zij van het nazibewind af was. Na de Tweede Wereldoorlog viel de stad onder de oude DDR.

De Jouster reisde ernaartoe op uitnodiging van het Landesmuseum van Greifswald, om er geschiedenislessen te geven over het Nederlands verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

,,De stad leefde toen nog vijftig jaar terug in de tijd vergeleken bij West-Europa”, zegt Wielenga, die zijn ervaring op papier zette. Hieronder zijn eigen verhaal.

Dagelijks zag je in het centrum paarden en wagens met bruinkool of briketten die bij de huizen aan de markt werden afgeleverd. Ze werden zo op de stoepen gestort, waarna de brandstof via een luik naar beneden viel, uiteraard een flinke laag gruis op straat achterlatend.

In het kleine museum was een kamer voor mij gereserveerd, zodat ik vanuit de eerste etage een mooi uitzicht had over het plein met hobbelkeitjes, een kerk, het universiteitsgebouw

aan de overkant en rechts ervan een oud pand met pilasters, waar punkjongens en -meisjes met vurige hanenkammen en kistjes met kettingen in en uitliepen. Er lag veel glas op straat.

Verzet in Friesland

Ik heb drie dagen les gegeven, ook over het verzet in Friesland, met films en dia’s die door de leerlingen van de Jahnschule en studenten van de Ernst Moritz Arndt Universiteit nauwkeurig werden gevolgd.

Ik moest hen echt aansporen vragen te stellen, want al snel bleek dat ze daar heel andere lesmethodes hadden. Kennis over de gebeurtenissen in West-Europa was er nauwelijks, zodat hier een heel grote schade was in te halen.

In mijn vrije tijd liep ik graag een rondje door Greifswald, maar dat werd voor de Wende van 1989 nauwkeurig in de gaten gehouden. Daar waren drie kopstukken verantwoordelijk voor: de rector van de Moritz Arndt Universität, oberbürgermeisterin Resch en bürgermeister Von der Wense. Ze spraken elkaar dagelijks.

Merkwaardige avonturen

Ik maakte daar ook twee of eigenlijk drie heel merkwaardige avonturen mee. De eerste was de heropening van de gerestaureerde Maria Kirche door Erich Honnecker, de stijve man met hoed en hoge stem. Dat was op zich al heel merkwaardig, want Honecker zag nooit een kerk van binnen, maar kennelijk heeft burgemeester Von der Wense hier goede sier mee willen maken.

De dominee hield een ernstig betoog met deemoed naar aanleiding van psalm 31 (over vertrouwen, red.). Een gemengd koor zong meeslepende liederen voor een aandachtig gehoor.

In gesprek met punkers

De derde avond liep ik weer langs het kerkplein, nu in de richting van het punkersverblijf en maakte een praatje met de jongens in leeftijd van 18 tot 25 jaar. Ik werd binnen uitgenodigd en kreeg een glas rode wijn en brokjes kaas aangeboden. De housemuziek werd zachter gezegd.

Ze waren een en al oor en stelden veel vragen. Ik vertelde hen ook over het verzet in Friesland, wat grote indruk op hen maakte. Bij het weggaan vroeg ik hen om een bezem met blik en begon het kapotte glaswerk op te vegen. Ze keken me met grote ogen aan, schaamden zich en in mum van tijd was het hele voorplein glasvrij. Dat was voor het eerst in jaren.

Bevrijdingsdag

De tweede merkwaardige dag was de bevrijdingsdag. Buiten het stadstheater stonden Oost-Duitse militairen in gelid, daaromheen leden van de politiegarde die ons nauwkeurig in de gaten hielden.

Ik had behalve mijn paspoort en perskaart ook een Bescheinigung dat ik het gebouw mocht betreden, maar wel nadat ik uitvoerig gefouilleerd was. Tot mijn verbazing kwamen de heren Michail Gorbatsjov, Erich Honnecker en Egon Krenz op het podium, luid toegejuicht door de aanwezigen.

Honnecker, in het midden staande, glom van trots en zwaaide met zijn onafscheidelijke hoed. Bij alle redevoeringen kwam het hier op neer: dit was het 50-jarig herdenken van de ‘Kampflose Übergabe aan de Sovjet-Unie’, waar de burgers dankbaar voor moesten zijn. Hierna was een gelegenheid een tentoonstelling te bezichtigen, waar ik in gesprek raakte met een oudere heer met wandelstok.

Het was een Belg, die vroeger in Wallonië woonde en daar als mijnwerker de kost verdiende. Hij vertelde dat hij vijf jaar dwangarbeid moest verrichten in Oost-Duitsland. Hij dacht dat hij na vijf jaar zwoegen eindelijk naar de Borinage terug kon om zijn vrouw en kinderen in de armen te vallen, maar nee hoor, hij kwam in een Russisch kamp terecht waar hij houthakker werd en nog zeven jaar gevangen werd gehouden. Hij barstte in tranen uit tijdens het vertellen over zijn lot. Zijn woorden priemden in mij.

‘Wat deed u bij de punkers?’

’s Avonds werd ik voor het avondeten bij burgemeester Von der Wense uitgenodigd. Hij woonde in een gewone flat met een geteerde buitengevel. Het eten was voortreffelijk. En toen kwam de vraag: ,,Wat deed u daar bij die punkers? Dat is mij ter ore gekomen en daar was ik niet blij mee, ook mevrouw Resch niet.”

,,Kan zijn, zei ik korzelig, maar het was mij vrije tijd en dan voel ik me vrij om te gaan en staan waar ik wil. Het was nog nuttig bovendien.”

Von der Wense bond in en nodigde mij uit om de volgende middag op zijn kamer in het stadhuis langs te komen. Het was zonnig weer, de huizen stonden er fris en fruitig bij en onder de koffie liet burgemeester Von der Wense trots een zilveren medaille zien. ,,Die heb ik gisteren van de heer Honnecker gekregen. Kijk, het bezoek van zo’n staatshoofd betekent veel voor mij en om een goede indruk achter te laten heb ik timmerlui en schilders opdracht gegeven de vervallen gevels rondom het plein van glas te voorzien en in frisse kleuren op te verven en geraniums op de vensterbanken te zetten. De rest is een puinhoop gebleven, maar dat zag Honecker. Niet. Die was vooral trots.”

De laatste avond werd ik uitgenodigd voor een diner in de kelder van het stadstheater. Aan lange tafels zaten voornamelijk oudere mensen, van wie sommige in militair uniform. Er stonden grote glazen bier of wijn op tafel en een salonorkest speelde stemmige muziek. Dat klonk beter dan de oorverdovende housemuziek die uit de boxen van een oud Trabantje kwam.

Generaal uit WOII

Inmiddels bleken er een paar plaatsen over te zijn en schoof het gezelschap wat op. Tegenover mij kwam een oude heer met krukken en gehavend gezicht te zitten: generaal Krüter, aangenaam. Tja , wat moet je zo gauw zeggen tegen een man die aan de verovering van Stalingrad heeft meegewerkt, daar leiding aan heeft gegeven en medeverantwoordelijk was voor de dood van ettelijke duizenden Russische burgers en militairen?

Ik zei niet veel, maar nipte niet samen met hem en liet het glas ook niet klinken. Toen ik vertelde met welke achtergrond ik hier in Greifswald was, werd de generaal heel nerveus: ,,Ik heb grote fouten gemaakt in mijn leven, wilt u mij alstublieft vergeven?” ,,Maar ho even”, reageerde ik, ,,dat gaat mij te snel. Ik ben een gewone Hollandse polderjongen en ga u niet voor uw wandaden vergeven.”

De generaal trilde, schokte en zei bijna huilend: ,,Wat moet ik nou?” Dezelfde man die bevelen geschreeuwd had, trilde nu met zijn handen en geestelijke behoefde geestelijke ondersteuning.

Ik zei kort en bondig: ,,Beste generaal Krüter, wat u hebt gedaan in de oorlog was niet fraai, ik kan u alleen maar aanraden tot God te bidden om vergeving.” Krüter slaakte een zucht van verlichting en zei: ,,Ik ben blij dat u dit gezegd hebt, ik ben na de oorlog bekeerd, zing op een mannenkoor en heb om vergeving gevraagd.”

Zo kwam dit samenzijn toch nog tot een goede afloop.

Zelf een verhaal?

Heeft u zelf ook een verhaal voor de Jouster Courant Zuid-Friesland? Dan kunt u dit sturen naar jou@ndcmediagroep of naar zfr@ndcmediagroep.nl. Bijbehorende foto’s dienen vrij van rechten te zijn en gratis gepubliceerd te mogen worden met toestemming van de fotograaf.