Meimeringen | De roze spreeuw

Het was me het weekje wel. Een Woonhof dat eerst bejubeld wordt door de gemeente en dan te horen krijgt dat het zelf maar aan grond moet zien te komen en zeker niet op die van de gemeente kan rekenen in bepaalde delen van Lemmer.

Het bevreemdde me, omdat DFM dit project ook nog als communicatiedoel had bestempeld. Die mensen helemaal over de zeik, want ze zijn er al jaren mee bezig. Aan de communicatie schort het dus zo te zien nog steeds wel redelijk. Iedereen heeft recht op een kavel gaf de gemeente als reden. Maar als een club mensen in zo’n hof gaat wonen, trekken ze toch uit hun huidige woning? Dan is er toch elders een kavel, weliswaar al met een huis erop? Of denk ik nu veel te simpel?

Na dat debacle werd een CDA-lid uit de partij gegooid. De fractie vond dat ze de integriteit schond, zijzelf zegt dat de maatschap waar ze deel van uitmaakt, nog steeds in gesprek is over de punten waar de partij over valt. En dat klopt: er wordt nog over gepraat. Maar toch een breuk. Een dikke, vette pijnlijke breuk. Alsof een van de partners na veertig jaar zegt dat hij of zij na al die jaren wil scheiden.

Een oproep van een andere politieke partij om vooral niet het groen dat je adoreert in de gemeente aan te melden, bracht heimelijk een lach op mijn gezicht. Dat kwam door de schrijfstijl. Pas op, want de kans is groot dat je zomaar de beul (zaag, bijl , graafmachine) van al dat moois wordt. Ik lachte om de zinnen, maar de kern van waarheid is helaas wel erg groot.

Toch was er in positieve zin ook iets anders dat er afgelopen week uitsprong: we hadden een bijzonderheid in ons midden namelijk. Niet Maxima of Willem Alexander kwamen langs of een andere hotemetoot trouwens.

Nee, we werden wereldnieuws (nou ja misschien landelijk nieuws) door de aanwezigheid van een roze spreeuw. Een gewone spreeuw kende ik wel, maar het roze exemplaar, ik wist niet dat hij bestond. En toch zat hij daar in de tuin van mensen heerlijk te snoepen van de potten pindakaas, terwijl de vogelspotters van heinde en ver kwamen om hem te bezichtigen en vast te leggen.

Heel roze vond ik hem trouwens niet, maar enfin. De lieflijkheid van al die vogelspotters maakte de week goed. „Kijk daar zit hij”, fluisterden ze tegen mij en elkaar. En daar kon niets tegenop.

(Tekst Meisje)