Recensie | Alles over Tom Poes en heer Bommel in ‘Nu begrijpt u wat ik bedoel!’

JOURE – Met de regelmaat van een klok verschijnen er boeken, die het oeuvre van stripmaker-literator Marten Toonder belichten. Vaak lezen die boeken heerlijk weg, waarna ze op de boekenplank belanden om er zelden of nooit meer vandaan te komen…

Hoe ander is dat met ‘Nu begrijpt u wat ik bedoel. Heer Bommel en Tom Poes van krantenstrip tot boek. Deel 1’, een 390 pagina’s tellend boek, dat door zijn gewicht, grootte en dikte als ‘koffietafelboek’ omschreven mag worden. Dit deel  is het eerste van een trilogie, die het niet verdient om ongebruikt in de boekenkast te laten staan. Integendeel. Hoe vaker de delen geraadpleegd gaan worden, des te meeslepender wordt het betreffende heer Bommel- en Tom Poes-verhaal voor de lezer. Wanneer deze echter enige feeling heeft met Marten Toonder en zijn fameuze scheppingen… 

Jack Didden, Erik Können & Paul Verhaak: ‘Nu begrijpt u wat ik bedoel! Deel 1’. Pas Producties Drunen. ISBN 978 90 830406 2 2.

Zeven jaar van onderzoek waren er nodig om alle gegevens boven water te krijgen, die er nodig waren om ieder verhaal tot aan het bot te ontleden. Want wat kunt u nu verwachten van de zeer lijvige trilogie, die beoogt élk verhaal van de 177 Heer Bommel en Tom Poes-dagstrips van uitvoerig commentaar te voorzien:

De samenstellers hebben de verhalen geïndexeerd naar de plaats waar Marten Toonder woonachtig was. Zo kent het eerste deel de ondertitel ‘de Amsterdams/Bussumse periode, 1941-1954’; deel 2: ‘de Blaricumse periode 1954-1965’, en deel 3: ‘de Ierse periode 1965-1986’. 

Uit kranten en diverse boekuitgaven werden 600 verhalen gescand. Een tiental Bommelliefhebbers werd aangetrokken om alle teksten met elkaar te vergelijken, zowel de dagstripafleveringen van het Heer Bommel-epos als de boekuitgaven die er daarna van zouden verschijnen. Veelal had Marten Toonder de verhalen opnieuw geredigeerd, aangepast, herschreven, ingekort…

Maar zoals in het kinderversje van de “tien negertjes” al gebeurde, bleven er uiteindelijk maar enkele over om de kar te trekken, om het zware, inspannende speurwerk voort te zetten: Jack, Paul en Erik. Ieder bekwaamde zich in de periode waarmee hij de meeste affiniteit had.

BV 27 Tom Poes en de nieuwe ijstijd 

Toepasselijk voor deze tijd van het jaar is het 27e verhaal ‘Tom Poes en de nieuwe ijstijd’. 

Allereerst lezen we dat Marten Toonder zelf het verhaal uit 1947 schreef, de studiomedewerkers Van ’t Klooster en Van Voorn de tekeningen op zich namen, en dat Marten Toonder en Richard Klokkers zorgden voor het inkten.

Vervolgens lezen we een uitvoerig verslag van de inhoud van het verhaal: Op een vakantie in september worden heer Bommel en Tom Poes overvallen door een ijzige koude. Aan boord van de ‘Albatros’, het domein van kapitein Wal Rus, krijgt Tom Poes aantekeningen onder ogen van de geleerde Sickbock. Het blijkt dat overstromingen en ijskapvorming zich aandienen en Rommeldam de plaats van de Noordpool zal innemen. Het verhaal wordt door Erik Können omschreven als één waarin wetenschap en science fiction samengaan. Een verhaal over klimaatverandering dat ook in het huidige millennium een beklemmende actualiteit kent! 

Alle ins en outs komen aan bod voor de échte liefhebber: voor de boekuitgave werd de tekst van ‘De nieuwe ijstijd’ van 14.072 naar 12.240 woorden ingekort. Heer Bommels eigendunk is voor een groot deel achterwege gelaten, en het vertellerscommentaar is weggehaald. Ook veranderingen in de tekst worden aangehaald: “Laat ons spreken als man tot man” (Sickbock), wordt veranderd in: “Laat ons een klein gesprekje hebben”. “Het poollandschap dat blakerde in de zon” veranderde in: “in de zon aan het smelten was”. Twee verworpen afleveringen voor boekuitgaven in ‘Nu begrijpt u wat ik bedoel!’ kregen alsnog een plaats. 

Een tekening die vele jaren later als affiche diende voor de toneeluitvoering ‘De nieuwe ijstijd’ van ‘Opus One’ wordt ook becommentarieerd: op de ijsschots zien we slechts heer Bommel en Tom Poes. Kapitein Wal Rus ontbreekt jammerlijk! Ook droegen Bommel en zijn vriend in het stripverhaal muts noch sjaal!

Zo hebben de makers interessante zaken aangehaald, die lezers van het Bommel-epos uitermate zullen interesseren. Goed, niet iedere vondst van de schrijvers zal bij de lezers voor “opwinding” zorgen en bovendien zijn er verhalen, die aanmerkelijk meer hertalingen kennen dan het hier aangehaalde. 

Met ‘Nu begrijpt u wat ik bedoel. Deel 1’ komt iedere heer Bommel- en Tom Poes-liefhebber aan zijn trekken. Een informatieve reeks om onder handbereik te plaatsen naast het overige werk van Marten Toonder!  

Koos Schulte