Recensie | Hoe Bommel de lookalike van Donald Trump ontmoette…

JOURE – In de dagstrip van Heer Bommel en Tom Poes ‘De grote Barribal’ uit 1965 kwam Marten Toonder met een profetie, die tot vandaag de dag actueel is gebleven: voer een populist op en weet zo de juiste snaar te raken bij de onderdanen.

Doordat Toonder vooral in zijn latere werk vaak thema’s aanhaalde, die zouden uitstijgen boven het “gewone avontuur” blijft zijn werk actueel. De paperback, die er is uitgebracht van ‘De grote Barribal’ met als aanprijzing voorop: ‘Amerikaanse verkiezingseditie’ kan ook in later tijd voor andere populisten gelden waarbij de naam van Trump geschrapt kan worden om plaats te maken voor een ander…

Ook andere boeken die passen binnen het oeuvre van Toonder kunt u in deze recensie tegenkomen.

Marten Toonder: ‘De grote Barribal. Amerikaanse verkiezingseditie’. De Bezige Bij. ISBN 978 94 031 1261 9. 

‘De grote Barribal’ werd in 2012 uitgebracht onder het mom van ‘een Bommelse kijk op het populisme’. Het was het jaar waarin werd opgeroepen de spreektaal te vereenvoudigen: “meer Jip en Janneke-taal in de Tweede kamer!” Helder taalgebruik zoals dat van Geert Wilders zou de vonk van de politiek naar het volk doen overslaan…

Voor de nieuwe uitgave van het verhaal ontwierp Tim Artz de omslagillustratie, waarop de kijker-lezer een woedende Donald Trump ontwaart… Hoe passend voor de Amerikaanse verkiezingen, waarin Trump salvo’s van agressie en demagogie over het land uitstiet.

Het is de demagoog Barribal, die een gevoelige snaar weet te raken bij de bewoners van Rommeldam en omgeving. Barribal komt over als de verlosser bij het volk, terwijl heer Bommel welhaast moet vrezen voor zijn leven: hij is de gebeten hond! Uiteindelijk is het - natuurlijk- Tom Poes, die de kleine van geest Wammes Waggel betrapt bij vreemde werkzaamheden. Maar handelt Wammes wel op eigen houtje…?

In zijn inleiding ‘Bommel for president’ vergelijkt Amerika-correspondent Michiel Vos de politiek van het Haagse Binnenhof met die van Washington. Zou Bommel een rol van betekenis kunnen spelen in de Nederlandse politiek. Bommels “kwaliteiten” zijn immers dom, ijdel, onzeker, naïef, onpraktisch, laf, onnadenkend, kortzichtig, impulsief, kleinzerig, koppig, betweterig en onvoorzichtig….  Het campagneteam zou de handen vol hebben aan deze “presidentskandidaat”. Mocht het niet lukken dan zou Bommel zich op zijn residentie Bommelstein kunnen terugtrekken.

Een fraai uitgaafje met als enige minpunt de kostprijs voorop! Een aantasting van Artz’ artistieke werk!

Marten Toonder: ‘Tom Poes en de knopenmaker’. Deel 9. Uitgeverij Cliché. ISBN 978 90 6438 163 8. (soft cover). 

In 1962 verscheen in ‘het vrolijke weekblad’ het 32e heer Bommel en Tom Poes-verhaal ‘De knopenmaker’. Dit verhaal dat zoals gebruikelijk in Donald Duck tekstballonnen kende, behoort met 32 pagina’s tot de korte uit de serie. Scenarist was Lo Hartog van Banda en de tekenaar Ben van ’t Klooster, een team dat het overgrote deel van de Heer Bommel-verhalen voor de jeugd zou maken. 

In ‘De knopenmaker’ is het Joost, die de aanzet geeft tot een sprookjesachtig avontuur wanneer hij zich inlaat met een knopenmaker. Een handwerksman in wie kenners meteen magister Hocus Pas herkennen! Door Heer Bommels trouwe knecht een knoop te schenken, “Jij bent al aan de knoop gehecht, dus hecht de knoop zich aan jou…”, belandt hij in een netelige situatie. Joost wordt zelf een knoop en onderdeel van Pas’ knopenverzameling. Ook Heer Bommel dreigt ten onder te gaan aan de gehaaide knopenmaker. Gelukkig is daar de alerte Tom Poes, die de knopenmaker hoort mompelen over “de knoop doorhakken…”

Een heerlijk ongecompliceerd avontuur dat naast een soft cover-uitvoering ook als hardcover en in luxe editievorm verkrijgbaar is met een fraai omslag van Tim Artz, die met Dorien Pool ook de inkleuring van het binnenwerk verzorgde.

Klaas Driebergen en Hugo Klooster: ‘Bommel literatuurgids. Een overzicht van tachtig jaar Bommelstudie’. Uitgeverij Klaas Driebergen. ISBN 978 90 826855 6 5.

Op 16 maart 1941 waren dagblad ‘De Telegraaf’ en haar zusterblad ‘Het Nieuws van den Dag’ begonnen met de publicatie van een beeldverhaal waarin een donzige witte kater, Tom Poes geheten, het hoofdpersonage zou zijn. Het verhaal was een lichtpunt in een tijd waarin alles overheerst werd door de waan van de oorlog. 

Met het ingaan van het derde verhaal in juli van dat jaar, ‘In de Tovertuin’, wandelde een al even pluizige heer, een beer, het verhaal in. Gestoken in een deftige ruitjesjas en lurkend aan een pijpje zou hij uitgroeien tot één van Nederlands meest geliefde strippersonages. In zijn inleiding verwoordt Hans Matla het als volgt: “Een typisch Nederlandse reeks verhalen waarin menselijke tekortkomingen fijntjes worden getoond, in woord en beeld”. 

Geen wonder dat er weldra geschreven werd over het tweetal. In het onderhavige boek wordt als eerste een artikel aangehaald van Joop Lücker (voormalig hoofdredacteur van De Volkskrant) van 1 oktober 1941: ‘In het ouderlijk huis van Tom Poes, een kat van goeden zeemanshuize’ uit De Telegraaf. En laat alles in ‘Bommel Literatuurgids’ nu draaien om de publicaties, recensies en interviews uit tijdschriften en landelijke én regionale kranten. Bronnen hiervoor vonden de samenstellers Klaas Driebergen en Hugo Klooster in o.a. het Toonderarchief, de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren en zoekmachines als Google, om  er slechts enigen aan te halen.

Er ontstond een opsomming van meer dan 3500 titels van boeken en artikelen. Kende een (papieren) encyclopedie altijd een supplementdeel, zo zou men  dit boek ook kunnen hanteren… De samenstellers geven aanwijzingen waar en hoe de lezer - de geïnteresseerde - het aangehaalde onder ogen kan krijgen. Tachtig jaar Bommelstudie en niet tachtig jaar Toonderstudie! Andere series van Marten Toonder zoals Panda, Kappie en Koning Hollewijn zijn buiten beschouwing gelaten!

‘Bommel Literatuurgids’ is zodoende niet een boek dat met rode oortjes verslonden gaat worden. Het is een verwijzing naar al hetgeen er over het fraais van Marten Toonder geschreven is. De echte Toonder-liefhebber zal het vol aandacht lezen, eventueel met het potlood in aanslag om zaken te accentueren. 

Naast het literatuuroverzicht hebben Driebergen en Klooster citaten, die met lezen te maken hebben, met de bijbehorende illustraties toegevoegd. Enige luchtigheid is hier dan ook op zijn plaats. Gniffel bijvoorbeeld om de prent waarop Joost zijn broodheer tegemoet treedt uit ‘De labberdaan’: ‘Heer Bommel las de volgende morgen bij zijn ochtendpap met welgevallen de krant. Er stond een aardig stukje in over de verdienstelijke stadgenoot O.B.Bommel…’

Een uiterst interessant en prachtig uitgegeven boek, met leeslint (!) dat de Toonder-liefhebber, die meer wil dan alleen maar verhalen tot zich nemen, mateloos zal interesseren!

Beno Hofman: ‘Stripmuseum te boek. De geschiedenis van het Nederlands Stripmuseum’. Uitgeverij Nobelman. ISBN 978 94 917376 02.

In 1993 besloot een enthousiaste groep stripliefhebbers zich in te zetten voor een Stripmuseum in Groningen. Initiatiefnemer was stripwinkelier en galeriehouder Pick Fokkens. Het zou elf jaar duren na een geweldige inzet van initiatiefnemers, striptekenaars, geldschieters en de gemeente Groningen voordat het pand in het destijds nieuwe winkelcomplex op de Westerhaven op 21 april 2004 geopend kon worden door burgervader Jacques Wallage en wethouder Willem Smink.

Duizenden geïnteresseerden komen in de jaren 2004-2020 af op zowel de tentoonstelling als de vaak prestigieuze exposities. Ook workshops striptekenen trekken veel publiek. Vrijwel alle groten uit de vaderlandse stripwereld komen langs. Wie ‘Stripmuseum te boek’ erop naslaat krijgt een brok in de keel als hij doorheeft hoeveel tekenaars en scenaristen niet meer onder ons zijn: Peter Pontiac, Piet Wijn, Marten Toonder, Siem Praamsma, Patty Klein, Jan Kruis,  Dick Bruynestein, enz. enz. 

In 2006 wordt met exploitant Libéma  besloten een vriendenblad uit te geven om daarmee een netwerk van belangstellenden, waaronder donateurs, op te bouwen. In de loop der jaren wordt het blad echt een liefhebbersitem. Verschillende formaten, die passen bij het hoofditem (Donald Duck op comicformaat, Toonder op krantenformaat van de Rommeldamse Courant… etc.) maken het blad divers.

Alle zaken betreffende het museum komen aan bod in het rijk geïllustreerde overzichtsboek, geschreven door stadshistoricus Beno Hofman. Jan-Willem de Vries verzorgde het vele foto- en illustratiemateriaal voor het boek. Dat ik het boek “meeneem” in de recensie van Toonder-gerelateerde items is dan ook niet verwonderlijk. Veel flyers, posters, brieven, foto’s, schetsen, enz. bevatten afbeelddingen van Marten Toonder of diens medewerkers. 

Alleen al de brief, die Marten Toonder op 12 september 2001aan het bestuur van het op te richten museum stuurde is een genot om te lezen. Lees daaruit: “De oudste vorm van geschreven mededeling was een reeks plaatjes. De zakelijk aangelegde mens uit de oertijd tekende wat hij te vertellen had in een opeenvolging van gemakkelijk aansprekende beelden, die ook begrepen konden worden door vreemdelingen die een andere taal spraken.” Om de brief in essayvorm te besluiten met: “Evenals andere kunstvormen heeft de echte strip geen opvoedende functie. Hij is een spiegel van de tijd; hooggestemd en idealistisch wanneer het grote publiek dat is; grof en agressief in tijden van oorlog; romantisch en fantastisch in perioden van voorspoed.”

Op zaterdag 2 maart 2019 sloot het museum definitief haar deuren om een klein jaar later op te gaan in Storyworld in het Forum. De Stichting Nederlands Stripmuseum bestaat nog steeds en in de toekomst zullen delen van de collectie aan het publiek getoond worden. 

‘Stripmuseum te boek’ is een boek van formaat dat een interessant stuk stripgeschiedenis prijsgeeft. De echte  (Toonder-)liefhebber kan er zeker zijn gerief mee doen!

Koos Schulte