Recensie | Koninklijk Blauw, het mooiste Delfts aardewerk van Willem en Mary

JOURE – De hele wereld kent het vermaarde blauw-witte aardewerk: Delfts blauw. In de late zeventiende eeuw werd dit mooiste tinglazuuraardewerk van Europa vervaardigd in de vele plateelbakkerijen die Delft destijds rijk was.

In ‘Koninklijk Blauw’ maakt u kennis met Willem III (1650-1702) en zijn vrouw Mary II (1662-1695) én het vele aardewerk dat beiden ooit lieten maken.

Suzanne M.R.Lambooy (red.) & tal van medewerkers: ‘Koninklijk Blauw. Het mooiste Delfts aardewerk van Willem en Mary’. Kunstmuseum Den Haag & Paleis Het Loo, Apeldoorn. Waanders Uitgevers Zwolle. ISBN 978 94 6262 284 5.

In het jaar 1677 trouwde de pas 15-jarige Engelse prinses Mary II Stuart met haar neef, Willem III van Oranje. De eerste jaren van hun huwelijk woonden beiden in Nederland, waar Mary ongetwijfeld onder de indruk is geraakt van het Hollandse keramiek. Toen Willem en Mary in 1689 op verzoek van een groep protestantse edellieden de Engelse troon overnamen verhuisden ze naar Engeland om niet meer terug te keren naar Nederland. Mary, wier vader Jacobus een fervent keramiekverzamelaar was geweest, zette deze luxe hobby voort. Aardewerk ging een veel belangrijkere rol spelen in het vorstelijke interieur.

Interieur-en tuinontwerper , de Hugenoot Daniel Marot zou vanaf 1684 in zijn ontwerpen vaak keramiek toepassen, een kolfje naar de hand van met name Mary. De liefde van Mary voor bloemen en tuinen moet van invloed zijn geweest op de ontwikkeling van bloemenpiramides en tuinvazen, die zij onder andere bij de plateelbakkerijen De Grieksche A en De Metaale Pot bestelde. Deze ambitieuze opdrachten zouden de productie van Delfts aardewerk naar een hoger plan brengen.

Eigenaardig genoeg is er van al het Delftse aardewerk dat het paar in Nederland in bezit had vrijwel niets bewaard. Scherven en fragmenten die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw zijn opgegraven bij Paleis Het Loo zijn met zekerheid afkomstig uit de verzameling van Willem en Mary. 

Onder invloed van koningin Mary II en haar echtgenoot koning-stadhouder Willem III bereikte het Nederlandse tinglazuuraardewerk een grote populariteit onder de adel en de gegoede burgerij in Engeland. 

Welk aardewerk er zoal door de vele Delftse plateelbakkerijen vervaardigd werd, waar het belandde, en waar het voor diende valt na te gaan in ‘Koninklijk Blauw’. In 11hoofdstukken nemen tal van experts een onderdeel voor hun rekening: ‘Voor pronk en gebruik’, ‘Paleis Het Loo als plantenparadijs’, ‘Meesterlijk gemaakt’, ‘Oranje in huis’ , ‘Royal Delft’,  enzovoorts.

Vele schitterende foto’s van Britse eigenaren en van Nederlands bezit, musea en paleizen, van zowel grote als kleine objecten ondersteunen de tekst voortreffelijk. Uit vroeger tijd en uit het heden. Koningin Máxima geldt als ambassadeur van Nederlandse ontwerpen.

Tuinvazen uit 2016 van Royal Tichelaar Makkum zijn als reproductie in de tuinen van Paleis Het Loo te bewonderen. 

Albertine Agnes, de tweede overlevende dochter van Frederik Hendrik en Amalia, Albertine Agnes (1634-1696), die met de Friese stadhouder Willem-Frederik van Nassau-Dietz lange tijd o.a. in Leeuwarden vertoefde aan het Stadhouderlijk hof zou buitenplaats Oranjewoud stichten. De formele ontvangstkamer werd ingericht met veel porselein en lakwerk.

Royal Delft, ooit De Porceleyne Fles geheten, is de enige Delftse aardewerkfabriek uit de zeventiende eeuw, die daar tot op de dag van vandaag in bedrijf is! En dan te bedenken dat er in de bloeiperiode van het Delfts aardewerk, de jaren 1680-1720, maar liefst 33 plateelfabrieken aldaar werkzaam waren! 

Een boek waar liefhebbers van aardewerk, en met name Delfts blauw, veel plezier aan zullen ontlenen. Op de tentoonstelling ‘Koninklijk Blauw – Het mooiste Delfts aardewerk van Willem en Mary’ in Kunstmuseum Den Haag kan men tot en met 22 november 2020 de geschiedenis in woord en beeld nagaan. Als de corona daar tenminste geen stokje voor steekt…

Koos Schulte