Recensie | Een grote diversiteit aan vakantiestrips

JOURE – Dankzij de coronacrisis is de verschijning van nieuwe strips erg achtergebleven in vergelijking met voorgaande jaren. Maar stadig aan komen er weer meer en meer, zeker leuk voor vakantievierders die al dan niet hier dan wel in het buitenland hun sores willen vergeten.

In de nevenserie ‘Suske & Wiske Junior’ verscheen deel 2: ‘Terug voor het eten’. (Standaard ISBN 978 90 02 27021 5). Kinderen van zeven jaar en ouder uit de vroege basisschoolleerjaren zullen genieten van de één pagina-grappen over huiswerk maken, op vakantie zijn en kattenkwaad uithalen.

Van Paul Geerts, de tekenaar die in de periode 1972-2001 de avonturen van Suske & Wiske verzorgde (oplage destijds ca. 400.000 per deel) verscheen ‘De preutse prinses’ (Standaard ISBN 978 90 02 27012 3), dit ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Vlaamse serie. En het moet gezegd worden: de 83-jarige tekenaar kan het nog als in zijn hoogtijdagen.

Na de flauwe openingspagina waarop een mop uitgewerkt is, die al in de jaren dertig-veertig van de vorige eeuw in een Pietje Bell-deel voorkwam, begint een leuk spannend verhaal. Lambik koopt een Thais masker op een rommelmarkt, dat bij thuiskomt begint te brabbelen. Barabas maakt dit gebrabbel  verstaanbaar, zodat het niet lang duurt of onze vrienden bevinden zich in Thailand waar ze op zoek gaan naar de verdwenen prins en zijn verloofde. 

In deel 352 van de huidige makers van de reguliere Suske & Wiske-serie Peter van Gucht en Luc Morjaeu ‘Team Krimson’ (Standaard ISBN 978 90 02 26874 8) gaan onze vrienden op zoek naar een geneesmiddel om opa Snor, de vader van Tante Sidonia, te genezen. Ook slechterik Krimson is hiernaar op jacht om zijn moeder te genezen. Er wordt besloten te gaan samenwerken, “goed en kwaad”, maar Krimson blijkt gevoelig en deugdzaam te zijn. Een leuk avonturenverhaal waarin, geloof het of niet,  quarantaine een belangrijke rol speelt hoewel het fenomeen corona tijdens het maken van dit verhaal nog niet speelde! 

Noortje 30: ‘Noortje slaat op hol’ 

‘Noortje’, heldin uit meisjesblad ‘Tina’ beleeft haar rentree bij uitgeverij Personalia, die alle niet eerder gepubliceerde strippagina’s van het pubermeisje in kleurrijke albums uitgeeft. In ‘Noortje slaat op hol’ (Personalia ISBN 978 94 92840 73 8) zorgt een kunstkerstboom voor emotie, maakt Noortje een afspraak met Arjen en loopt spieken verkeerd af. Leuke avonturen voor meisjes van de basisschool en diegenen die de verhalen over hun heldin vroeger lazen in ‘Tina’. 

‘Jommeke’ de plasticjagers deel 300

Speelde de problematiek rond plastic al een grote rol in Suske & Wiske 347 ‘Lambik Plastiek’, nu komen we deze tegen in ‘De plasticjagers’. Wanneer Jommeke steeds geconfronteerd wordt met plastic, richt hij zich tot professor Gobelijn. De verstrooide geleerde gaat hierop aan de slag met een plastieken walvis, die het water van de oceanen kan omzetten in energie. Al snel blijken mensen met minder goede ideeën, waaronder Ronny Tromp (!), roet in het eten te willen gooien. Een leuk humoristisch verhaal voor kinderen over Jommeke, die, vreemd genoeg, in Vlaanderen nog telkens meer lezers trekt dan bij ons.

De Generaal 4 & 5

De afleveringen van ‘De Generaal’, zoals die in de jaren ’70-’90 in ‘Pep’, ‘Eppo’, enz. werden gepubliceerd, blijken tijdloos. Zo blijkt eens te meer uit de fantastische bundels 4 en 5, die onlangs weer uitkwamen bij Personalia. Deel 4: ISBN 9789492840653 en deel 5: ISBN 9789492840813. Vaders, die destijds stripbladen lazen, maar ook hun kinderen, zullen glimlachen om De Generaal, die ervan droomt de macht in handen te krijgen.

De motoragent is hij telkens  te slim af, maar zelf delft hij het onderspit als hij het fort met de Maarschalk probeert binnen te dringen. Humor, die te vergelijken is met die van Goscinny (‘Asterix’) en die nooit verveelt! De prachtige dossiers met vele extra’s zullen er zeker bij de oudere lezers ingaan als koek! Bijzonder is de speciale pagina voor het eenmalige persiflageblad ‘Poep’, dat speciaal gemaakt werd toen hoofdredacteur Frits van der Heide in 1981 afscheid nam. Prachtige banden!

‘Piet Pienter en Bert Bibber. Integraal 2’

De tweede band van ‘Piet Pienter en Bert Bibber. Integraal’ Matsuoka. ISBN 978 90 02 27073 4. bevat vier dagstripverhalen uit Vlaamse kranten uit de periode 1957-1958, getekend in de klare lijn-stijl (‘Kuifje’). Uitvinders, Zuid-Amerikaanse boevenbendes, de Noord-Amerikaanse maffia en een Buldaarse volksmenner maken het de vrienden Piet en Bert niet gemakkelijk, maar zij maken het hen óók niet licht! Prachtige avonturenverhalen, die nog het sappig Vlaams kennen, zoals ooit Suske en Wiske in de vroege jaren vijftig dat ook bezigden: “Wat voert gijlie hier uit? En gemaskerd nog wel?!!”

Eén van de weinige interviews uit 1981 vormt voor deze uitgave het dossier. De verrassende uitspraken van Pom, pseudoniem van Jozef van Hove (1919-2014 ), doen droogkomisch aan en verraden iemand, die zich standvastig opstelt, maar door zijn uitspraken het tegendeel uitstraalt. “In mijn jeugd was ik kleiner dan nu. Maar ik ben gegroeid. Voor ’t geval ge ’t nog niet wist.” “Ik heb veel gom nodig, heel veel gom. Omdat ik heel moeilijk teken en omdat ik de lijnen voortdurend wil verbeteren.” “Als ik aan overproductie ga doen zoals Vandersteen, op wat trekt het dan nog?” “Ik was vroeger misschien niet schuw, maar ik kwam toch ook niet veel onder de mensen…”

Collega tekenaars weet hij op zijn plaats te zetten: “Als Franquin (‘Guust Flater’) een huis tekent leeft dat. Als Hergé (‘Kuifje’) een huis tekent, of een building of een stadsgezicht, dan is het een architectentekening. ’t Is afgewerkt, maar er zit geen leven in.”

Pom is een illustrator, die de pupil, het middelste van de iris dat er van buitenaf uitziet als een zwart gaatje, maar heel zelden weergeeft in zijn personages.  Alleen hierom is zijn werk herkenbaar uit duizenden! Een prachtige serie die het verdient om niet alleen in België maar ook in Nederland veel lezers te trekken!

‘Posthumus’

Het mooiste voor het laatst bewaren is een uitdrukking, die ik hier in praktijk breng. Pieter van Oudheusden (1957-2013) was naast journalist, schrijver, docent en redacteur ook vertaler o.a. van strips. Elke keer als ik hem zag riep hij bij mij nostalgische gevoelens op. En na het lezen van ‘Posthumus’ weet ik waarom: ‘Pieter had qua uiterlijk mijns inziens heel veel weg van Franz Schubert, de Oostenrijkse componist (1797-1828), die onder armoedige omstandigheden overleed aan tyfus.

Een nagelaten manuscript , ‘Posthumus’, werd door zijn vriend en illustrator-striptekenaar Jeroen Janssen na het overlijden van Pieter verbeeld. Op impressionistische wijze komen tal van feiten aan de orde uit leven en gedachtegang van de grote Weense componist, die tijdens zijn leven nauwelijks rond kon komen, zoals zijn vader ook ooit tot de bedelstaf geraakt was.

Elke aparte gebeurtenis is vernoemd naar een lied uit het oeuvre van Schubert: ‘Totengräberlied’, ‘Der Tod und das Mädchen’, enz. Janssen gebruikt verschillende achtergrondkleuren wat zorgt voor een divers waaierachtig effect. 

Wat Van Oudheusden schreef is niet de werkelijkheid, maar een interpretatie over hoe iets geweest zou kunnen zijn! Fragmenten van een ontluisterend leven waarin liefde, angst, ziekte, demonen, en een hunkering naar het hiernamaals de dienst uitmaken. 

Dat Schubert en Van Beethoven nu al haast twee eeuwen lang op de idyllische begraafplaats van de Weense voorstad Währing naast elkaar liggen is sprankelend verbeeld door Jeroen Janssen.

De in- en uitleiding in de stijl van graficus Frans Masereel zijn weergaloos van opzet! De personages, die een rol speelden in het leven van Schubert krijgen elk een eigen biografie achterin het boek. 

‘Posthumus’ (uitgeverij Sherpa. ISBN 978 90 8988 201 1) zou wel eens het meest bijzondere stripboek van 2020 kunnen worden dankzij het verhaal en de vormgeving! Een boek dat ook in het buitenland hoge ogen kan gooien, waarbij ik vooral denk aan Duitsland en Frankrijk.

Koos Schulte