Recensie | ‘Darwin’ en overige nieuwe stripuitgaven

JOURE – Naast de welbekende series zoals Suske & Wiske en De Rode Ridder zijn er ook weer nieuwkomers, graphic novels, die alleszins het lezen waard zijn waaronder ‘Darwin’

‘Stripglossy 14’. Uitgeverij Personalia.

Kwartaalblad Stripglossy blikt terug in het verleden van ‘Asterix’ en de oorspronkelijke makers René Goscinny en Albert Uderzo in: ‘Na zestig jaar nog steeds eigenwijs’. We zouden haast vergeten dat Conrad en Ferri nu al 4 albums achtereen de nieuwe makers zijn. Onlangs verscheen: ‘De dochter van de veldheer’. 

Fred de Hey maakte een één pagina gag over de Galliërs waarin hij het opneemt voor een vroegere schepping van Uderzo: ‘Tanguy en Laverdure’. Ook Dick Matena haalt Asterix aan; destijds werd hij na publicatie van zijn strip ‘De Argonautjes’ in stripblad ‘Pep’ gesommeerd een punt te zetten achter “de imitatie-Asterix”.

Achdé de tekenaar, die na het overlijden van de schepper van Lucky Luke, Morris, in 2001 de fakkel overnam en al negen albums op zijn naam heeft staan, krijgt eveneens de nodige aandacht in een interview.

Verder onder andere stripafleveringen van ‘De Generaal’, een nieuwe aflevering van de Tom Poes-strip ‘De Tijdverdrijver’ van Artz en Straatman, ‘Saul’  en het slot van ‘Jelmer’. 

Josse Pietersma & Roelof Wijtsma: ‘Jelmer 1. Wie dienen wij hiermee?’ (Sc.) Uitgeverij Personalia. ISBN 978 94 928 4050 9. 

In het eerste album van Jelmer, in afleveringen voorgepubliceerd in de Leeuwarder Courant, volgen we kruisvaarder Jelmer van Bedum, die in het jaar 2018 ter kruisvaart trekt. Met duizenden andere christenen moet havenstad Damiate heroverd worden op de moslims. Dan slaat bij Jelmer de twijfel toe wat hij als rechtgeaarde Fries in het verre Egypte te zoeken heeft… Een integere en spannende geschiedenis, geschoeid op historische feiten en kundig neer gezet door Roelof Wijtsma.

Patty Klein & Jan Steeman: ’Noortje ruimt op’. Deel 29. Uitgeverij Personalia. ISBN 978 94 92840 57 8.

Sedert 1975 maakte het duo scenariste Patty Klein en tekenaar Jan Steeman voor ‘Tina’ de gagstrip ‘Noortje’. Het werd de langstlopende stripreeks van het meidenblad, ononderbroken opgezet door één en hetzelfde team. Na het overlijden van allround tekenaar Steeman (1933 -2018) nam zijn zoon Lucas de tekenpen over. Na het overlijden van scenariste Patty Klein (1946-2019) besloot de redactie van ‘Tina’ oudere gags van de eeuwig jeugdige ‘Noortje  Visser’ te gaan herdrukken. Weer een leuk album vol strips van the girl next door voor moeder én dochter!

Willy Vandersteen: ‘Suske & Wiske 349. Het lekkere lab’. Standaard. ISBN 978 90 02 26537 2.

Wanneer tante Sidonia uit een erfenis van tante Hildegonde drie geiten ontvangt, besluit ze van de geitenmelk kaas te gaan maken samen met Suske en Wiske. Professor Barabas kan de kaas waarderen, maar denkt dat deze nog verbeterd kan worden. De kaas oogt totaal niet en Wiske stelt voor de kaas te gaan presenteren als wolkjes. Het is een schot in de roos, een schot dat echter ook negatieve mensen aantrekt. Weer een aardig album, nu al weer jarenlang door de studiomedewerkers Luc Morjaeu en Peter van Gucht verbeeld.

Willy Vandersteen: ‘De Rode Ridder’ integraal 5. 1965 – 1966’. Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 26785 7.

Rond 1965 bouwde Studio Vandersteen voor zijn diverse reeksen een voorsprong van veertien dagen op ten opzichte van de krantenpublicatie. Bij een voorsprong van één dag betekende een zieke tekenaar immers een groot probleem, want de krant moest toch publiceren. Het gevolg van deze verandering was dat Willy Vandersteen niet meer in Brussel hoefde te wonen, maar zich op het platteland van Kalmthout ging vestigen. Zoals hij het verwoordde: “Het is toch maar heerlijk als je in zo’n zuivere atmosfeer zit, waar de omgeving rust uitademt. Ik vind het hier best. Mij krijgen ze hier in geen geval weg.”

Het is een kleine gebeurtenis, die David Steenhuyse aanhaalt in de inleiding van deel 5 ( van de te verschijnen 6 delen) en die de lezer op meeslepende wijze meeneemt naar de jaren ’65-’66, de tijd waarin tekenaar Frank Sels de Rode Ridder verbeeldde. Sels, de illustrator, die op knappe wijze menige pagina van een eigen compositie wist te voorzien. De albums vonden gretig aftrek en kenden zoveel succes dat de tekenaar ook vermeld wilde worden. Toen hem dit geweigerd werd (n.b. bij de Nederlandse Toonder Studio’s bijvoorbeeld werden medewerkers ook niet vermeld!) besloot hij op te stappen. Dit 30e verhaal werd voltooid door Eduard de Rop en staat in deze bundel. Later keerde Frank Sels terug bij Vandersteen, omdat er nu eenmaal brood op de plank moest komen. Als tekenaar van ‘Bessy’ werd hij nu aan het werk gezet. Hoe de covers van De Rode Ridder, voorop en achterop, zouden evolueren, wordt in de inleiding uit de doeken gedaan. Een prachtige uitgave, deze ridderstrips in beeld!

Fabien Grolleau & Jérémie Royer: ‘Darwin. De reis met de HMS Beagle’. Soul Food Comics. ISBN 978 94 92882 05 9. 

Vanaf 27 december 1831 voer His Majesty’s Ship Beagle de haven van Devonport uit voor een geplande reis van twee jaar. Dat het uiteindelijk vijf jaar zouden worden, kon destijds niemand voorzien! Omdat kapitein FitzRoy zich een tafelgenoot wenste zocht hij er één, die hij vond in de 22-jarige Charles Darwin. Tijdens de wetenschappelijke reis, die als doel had nieuwe kustkaarten te ontwikkelen, zou natuuronderzoeker Charles Darwin niet alleen ter verpozing naast de kapitein aan boord zijn, maar eveneens zelf onderzoek kunnen verrichten.

Darwin wist zich te ontpoppen tot een enthousiast onderzoeker in de gebieden die de Beagle aandeed. Hij onderzocht de geologie en de natuur, zodat hij regelmatig opgezette dieren, fossielen en planten verzond naar Cambridge, die hij vergezeld liet gaan van uitvoerige beschrijvingen. De duizenden monsters zijn tegenwoordig nog steeds de trots va het British Museum. Deze zouden de basis vormen voor zijn latere werk. Tijdens de reis maakte hij kennis met de schaduwzijde van het kolonialisme, de slavernij die hij tot op het bot verafschuwde. Hij groeide uit tot een humanist die die in gelijkheid van mensen geloofde, maar tegelijkertijd de Angelsaksische, protestantse, paternalistische bourgeois zijn eigen beschaving wilde opleggen.

In zijn ‘Origin of Species’ (1859) werkte hij de theorie uit dat alle soorten planten en dieren zich uit voorgaande vormen hebben ontwikkeld: er had evolutie plaatsgevonden! De aarde was veel ouder dan de wetenschap vermoedde.

‘Darwin. De reis met de HMS Beagle’ verbeeldt op innemende wijze de reis, die de continu zeezieke Darwin maakte, waarna hij aan land weer oergezond en energiek zijn onderzoekswerk ging verrichten. Prachtig is etappe IV waarin de onderzoeker de Galápagos eilanden aandoet en kennis neemt van leguanen en reuzenschildpadden! 

Je zou het boek, de graphic novel, een deelbiografie kunnen noemen omdat niet Darwins leven in zijn geheel aan bod komt, maar slechts de vijf onderzoekjaren. Het boek is op semi realistische wijze getekend, pastel ingekleurd, en beschrijft de reis van een jongeman, die na vijf jaar als man terugkeert. De wetenschap zou danig veranderen!

Michel Blanc-Dumont & Laurence Harlé: ‘Jonathan Cartland 3. De geest van Wah-Kee’. Sherpa. ISBN 978 90 8988 150 2. ‘Jonathan Cartland 4. De schat van de spinnenvrouw’. Sherpa. ISBN 978 90 8988 152 6.

In de serie ‘Jonathan Cartland’ heeft uitgeverij Sherpa nu de delen 3 en 4 op groot formaat én in kleur uitgebracht. In ‘De geest van Wah-Kee’ gaat trapper Jonathan Cartland op jacht naar een mysterieuze seriemoordenaar. Wanneer hij deze uiteindelijk traceert, is het gruwelijke slot onafwendbaar. In ‘De schat van de spinnenvrouw’ fungeert Jonathan als gids naar een oud indianengraf, maar het wordt bepaald geen plezierreis! Cynthia-Ann is het zonnetje te midden van bloeddorstige indianen en de ruwe mannenwereld uit het wilde westen rond 1860. Pas tegen het einde van het verhaal blijkt wie zij werkelijk is en keert Jonathan van een koude kermis terug…

In de dossiers die in beide uitgaven geplaatst zijn, komen we een interview tegen met auteur Michel Blanc-Dumont uit 1984. De serie loopt dan al acht jaar. We lezen hoe de jonge Blanc-Dumont leest over een ophanden zijnd nieuw maandblad: ‘Lucky Luke Mensuel’, ‘Lucky Luke Maandblad’. Er werd gezocht naar nieuwe realistische strips. Middels Laurence Harlé wier man een winkel had in indiaans curiosa ontstond het idee een western op te zetten. Laurence wilde de scenario’s verzorgen en de samenwerking was een feit. Zij was het die de naam Jonathan Cartand bedacht, naar een vriendje dat ze ooit gehad had. Cartland de emigrant, de zwakkeling die in een stoere samenleving moeite heeft overeind te blijven. 

Blanc-Dumont vergelijkt een stripalbum met een muziekstuk. Inkleuring met heftige passages en rustige momenten komt perfect overeen met het orkestreren van een symfonie. Zo laat de tekenaar de kleur rood steeds feller worden in ‘De schat van de spinnenvrouw’ en op zijn felst wanneer de turkooizen schedel getoond wordt. 

De serie ‘Jonathan Cartland’ is een hoogtepunt binnen het genre westernstrip. Prachtige uitvoeringen!

Koos Schulte