Recensie | Over een ridder, een piraat en een heer…

Joure - Ook dit kwartaal verschenen er weer tal van mooie bundelingen vol strips van voorheen, die het lezen nog alleszins waard zijn. Zij die deze strips kennen zullen genieten van deze uitgaven, die een extra impact hebben door het toegevoegde dossier over hun stripheld.

Bourgne & Perrissin: ‘Roodbaard. De Schrik der Zeven Zeeën. Deel 13’. Uitgeverij Sherpa. ISBN 978 90 8988 178 6. 

Na zeven jaar kan uitgever Mat Schifferstein de lezers eindelijk de dertiende en laatste bundeling betreffende superpiraat Roodbaard presenteren. Het boek zal zeker zijn weg naar de vele liefhebbers en verzamelaars weten te vinden. De hierin geplaatste avonturen 34 en 35, het tweeluik ‘Het geheim van Elisa Davis’, zagen in 2001 en 2004 het licht. Tegenvallende verkoop dankzij afnemende belangstelling voor de piraat was destijds de reden voor de directie van Dargaud om een punt te zetten achter de serie, die er op dat moment al zo’n veertig jaar (!) op had zitten. Aan de scheppers van de laatste twee delen, derde scenarist Christian Perrissin en zesde tekenaar Marc Bourgne, heeft het bepaald niet gelegen. De vrije pagina-indeling met daarin de vlot neergezette personages maakt van elke pagina een lust voor het oog, waarbij ook de inkleuring van Jean-Jacques Chagnaud bepaald niet onderschat moet worden!

Nieuw in de Roodbaard-cyclus is de structuur van ‘Elisa Davis’. Het verhaal kent twee parallelle intriges. Enerzijds is daar de moeizame tocht door de jungle waarin Anny Read aan Roodbaards zoon Erik vertelt hoe ze ontdekte dat haar moeder een geducht piraat was. Anderzijds is er het heden waarin zij en Erik in het strijdgewoel van de Spanjaarden en de Engelsen belanden. De naamgever van de serie, Roodbaard, komt slechts zijdelings in het verhaal voor. 

Misschien dat Sherpa in de nabije toekomst nog eens ‘De jonge jaren’ gaat uitgeven. Pas dan is er sprake van ‘Roodbaard compleet’!  We wachten af. Een zeer verzorgde uitgave, deze dertiende Roodbaard!

Marc Sleen & Dirk Stallaert: ‘Nero. De Stallaert jaren. Deel 4’. Matsuoka. ISBN 978 90 02 26769 7.  

In de vierde bundel van Nero komen we vier verhalen tegen uit de jaren 1993-2002, de jaren waarin Stallaert de scenario’s van “de meester” zou uitwerken in maar liefst 42 verhalen. In 1996 zou de zogenaamde India-trilogie ontstaan, waarin ‘Het achtste wereldwonder’, ‘Singbonga’, en ‘De roos van Sakhti’. Zoals ze destijds als feuilletonpublicatie in de krant verschenen zijn de avonturen in deze band eveneens afgedrukt in zwart-wit. Ook nu komen we alle helden uit het Nero-epos weer tegen: Nero, madam Pheip, Adhemar, Petoetje en Petatje, enzovoorts.

Wanneer de laatsten druk aan het praten zijn over de zeven wereldwonderen, wordt de baby van de ambassadeur van India ontvoerd. Petoetje en Petatje lossen het misdrijf op en als beloning worden ze uitgenodigd de Tadzj Mahal te gaan bezoeken. Als ze in India zijn komen al vlug alle Nero-personages om beide kinderen bij te staan. In het afsluitende deel is de bloedmooie Sakhti de verleidster, die niet alleen hartstocht en liefde voorstaat, maar ook dood en vernietiging…

In het laatste verhaal uit de bundel ‘Nero, de held der helden’ voorkomt Nero een aanslag op de koning van Marrakech. Als beloning wacht hem een herstelperiode in het verre land. Keer op keer ziet Nero kans het recht te laten zegevieren, zodat hij uitgroeit tot “held der helden”. 

Deze Nero mag weer bijgeschreven worden in de annalen. In samenhang met het uitgebreide dossier kan elk avontuur nu in zijn eigen context gelezen worden.  De vele gastrollen, met name Belgische prominenten, worden alle met naam en toenaam genoemd. 

Willy Vandersteen: ‘De Rode Ridder’. De eerste avonturen 1963-1965’. Deel 4.’ Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 26784 0.  

In de serie die in totaal zes delen zal beslaan omtrent Johan, de Rode Ridder  verscheen onlangs deel 4 met daarin de verhalen 19 tot en met 24. Het zijn de beginverhalen, die zich allemaal gaan afspelen in Brittannië, het huidige Engeland. Het is de tijd waarin de legendarische koning Arthur regeert, de koning die Willy Vandersteen zowel historisch als mythisch in de verhalen laat voorkomen. Als tekenaar koos Vandersteen voor de jonge Frank Sels, die bezeten was van geschiedenis en bovendien razendsnel kon tekenen. Toen Sels aan het dertigste album van de Rode Ridder werkte in 1966, eiste hij dat zijn naam prominent op de albums kwam te staan. Dat werd niet gehonoreerd door Willy Vandersteen, die zich als de geestelijke vader beschouwde en derhalve zelf vermeld wilde worden. Sels vertrok en zou een succesvol tekenaar worden, die vooral in Duitsland met zijn indianenreeks Zilverpijl bekend zou worden.

In deel 19 ‘Koning Arthur’ komen we meteen de Rode Ridder tegen, die zich bij de orde van de ridders van de Ronde Tafel wil vervoegen. Weldra is hij geliefd bij Lancelot en bij tovenaar Merlijn. In ‘Kerwyn, de magiër’, deel 20  is het deze tovenaar die het op koning Arthur gemunt heeft. Helaas laat heer Walewyn het leven. Ook in de opvolgende delen neemt de Rode Ridder het op tegen gevaarlijke tegenstanders van de koning.

Het dossier geeft ook nu de informatie die wenselijk is om net even meer te weten van de achtergronden van elk avontuur. De verhalen zijn ongekleurd, dat wil zeggen slechts in de kleur blauw, gedrukt. Zoals ooit in het verleden ook het geval was. Een prachtige heruitgave!

Koos Schulte