SKS Vader en zoon bij Langweer in de touwen

LANGWEER – Op de polderdijk bij Earnewâld vroeg schipper Jeen Zwaga ruim veertig jaar geleden Frans de Boer uit Burgum een handje mee te helpen op het Earnewâldster skûtsje. “Ik bin sa fanôf de wâl plukt: it wetter op”, vertelt de nu 59-jarige Frans. Vanaf dit seizoen vormt hij samen met zijn zoon Jesse (21) deel van de bemanning op Twee Gebroeders van Langweer bij schipper Jaap Zwaga.

Hoe je bemanningslid wordt, is altijd weer een levensverhaal. Frans huwde de Earnewâldster bakkersdochter Durkje Postma die samen met hem op de polderdijk wandelde: een oase voor ontmoetingen.

Gaffellijn

Ook zijn eerste werkklussen aan boord van een skûtsje staan Frans de Boer helder voor de geest: “It gaffellyntsje fêsthâlde tidens de wedstriid om te foaren te kommen dat de gaffelbek njonken de mêst rekket. Dat wurke doe noch sa. En fierders it rinnende wurk op dy plakken der’t in ekstra hantsje nedich wie”. Nadien promoveerde hij tot zwaardenman aan stuurboordzijde. Drie jaar ervaring op dit front wisselde hij af met drie jaar als toeschouwer, maar het skûtsjevirus bleef steeds de kop opsteken.

Samen acteren

“It is net tsjin te hâlden”. Een uitnodiging van Freddy van der Heide aan boord van het IFKS-skûtsje Drie Gebroeders mee te werken, greep hij dan ook met beide handen aan. Na dertien jaar ervaring als schotenman hierop wenkte schipper Lodewijk Meeter van Huizum hem. Bij die keus speelde mee dat Freddy ermee stopte, zodat een direct alternatief uiterst gelegen kwam. Na Huizum volgde voor Frans het hoofdstuk Langweer waarin vader en zoon vanaf dit seizoen voor het eerst samen acteren: vader op de achterplecht als gespierd schotenman, terwijl Jesse zijn spierkracht kan uitleven op de voorplecht als fokkenist. “Wy komme dan wol fanút Burgum, mar Burgum is in echt wâld- EN wetterdoarp”.

Optimist

Op het uitnodigende volgschip van Langweer kan Jesse bij koffie en gebak snel aangeven hoe vloeiend een sollicitatie kan verlopen. “Freddy van der Heide frege my as jonkje even mei te helpen”. Hij kende als jong toeschouwer op het volgschip al talrijke skûtsjefamilies, zodat er al een wederkerige band was. “Dan is it feest as in skipper dy freget”. Vanuit het roef oftewel als roefkapitein voorzag hij in de eerste wedstrijden de bemanning en schipper van drinken. Zijn zeilkennis vanaf zijn prille jeugd in de Optimist maakte vervolgsprongen snel mogelijk onder toeziend oog van een ervaren schipper: “Al ridlikgau koe ik oan de bak as peiler en dêrnei as fokkenist”.

Kansen

Voor Jesse bleef het zeilen niet beperkt tot de jaarlijkse wedstrijdenreeks van de IFKS. Een jaar lang heeft hij als lierenman meegezeild op het SKS-skûtsje van Earnewâld met direct aansluitend een periode bij de IFKS: binnen drie weken 18 zeilwedstrijden. “Heftig”, zo geeft hij aan. “Mar, dan hast de kânsen en dan kinst genietsje”. Dit jaar zal hij de SKS-wedstrijden op het Langweerder skûtsje vervolgen met een periode als schotenman bij het IFKS-skûtsje De Tajefte van Cees Riezebos uit Hindeloopen. “Dy woe der graach in jonge baas by ha”. In die ferme taal ligt de toekomst verborgen.