Recensie | Charlotte van Pallandt, Kunst als levensdoel

Joure - Op 24 september 1898 werd ten huize van kamerheer Jan Anne baron van Pallandt, heer van Walfort, en diens vrouw Sarah Agnes Sophie barones van Pallandt een meisje geboren: Charlotte Dorothée barones van Pallandt.

Dat deze baby van adellijke komaf zou uitgroeien tot een van de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw, zal niemand destijds hebben kunnen voorzien… Museum De Fundatie in Zwolle houdt van 25 mei t/m 1 september van dit jaar een grote overzichtstentoonstelling. Naast de belangrijkste beelden uit het oeuvre van Charlotte van Pallandt zijn er eveneens schilderijen, tekeningen en gipsen voorstudies te bewonderen.

Een fraai uitgevoerde catalogus begeleidt het geheel

Maarten Jager: ‘Charlotte van Pallandt. Kunst als levensdoel’. Museum De Fundatie / Uitgeverij Waanders & De Kunst. ISBN 978 94 6262 236 4.

Charlotte van Pallandt (1898-1997) moet in haar jeugd al een zeer begaafde tekenares en pianiste geweest zijn. Echter, doorgaan in de kunst was voor een meisje en zeker van haar komaf niet weggelegd. Een huwelijk op stand met diplomaat Joachim Adolph graaf van Rechteren Limburg werd na vier jaar in 1923 beëindigd in Bern, waar Van Rechteren attaché honorair was.

Ze besloot als schilderes door te gaan waarbij het feit dat haar ex-man haar ‘partneralimentatie’ betaalde , hoewel zij degene was die vertrok (!), haar onafhankelijk maakte. Toch zou ze later zeggen: “Ik heb geleefd, alsof ik m’n brood moest verdienen, ik heb gewerkt van ’s ochtends tot ’s avonds…” In Lausanne zou ze schilderlessen volgen bij landschapschilder Arnold Loup. Charlotte, die uitstekend Frans sprak dankzij haar Franse gouvernante, verhuisde vervolgens naar de lichtstad waar ze les kreeg van onder anderen Henry Morton en Çharles Malfray. Voor Zadkine had ze niet gekozen, omdat ze in het atelier het werk zag van een vijftigtal leerlingen: “50 Zadkines!”

Van Pallandt zou in Parijs kennismaken met iemand uit de Hollandse kunstenaarskolonie: de kordate Friezin Jeanne Bieruma Oosting. Samen volgden ze toen lessen bij modernist, schilder en kunsttheoreticus André Lhote. Met Bieruma Oosting zou ze lange tijd een hechte band hebben.

In 1927 kwam Charlotte er dankzij de Frans- Russische beeldhouwer Akop Gurdjan achter dat ze het beeldhouwen prefereerde boven het schilderen en zou ze door beeldhouwers waaronder Albert Termote, Toon Dupuis en Charles Despiau worden opgeleid.

In 1939 keerde ze terug in haar geboorteland, waar ze in Amsterdam in de Zomerdijkstraat een atelierwoning ging betrekken, die was verlaten door de Joodse bewoners. Diverse kunstenaars woonden in haar directe omgeving waaronder Jan Wolkers, die er maar liefst drie decennia zou verblijven. Na de oorlog zou ze deelnemen aan de opbloei van de beeldhouwkunst. Met haar ‘Wilhelmina-monumenten’ in Rotterdam en Den Haag zou ze bewondering oogsten en bij een groot publiek bekend worden.

Veel waardering kreeg ze voor haar portretten, ‘koppen’, die het karakter en de persoonlijkheid van het model fijnzinnig weergaven.

Het model Truus Trompert, die eigenlijk Anna Borghmans heette, zou Charlotte van Pallandt ruim twintig jaar inspireren met als resultaat een reeks spontane ‘Truusbeelden’. Truus, die ook de muze zou worden van vele andere beeldhouwers zoals Mari Andriessen, Hildo Krop en John Rädecker.

Maarten Jager, auteur van ‘Charlotte van Pallandt’ en gastconservator zet in zijn inleiding uiteen waarom er zoveel bekend is over de kunstenares: “Zij nam de moeite om veel ‘papier’ dat te maken had met haar lange carrière veilig te stellen, hoewel zij meer dan eens verhuisde en nooit bijzonder ruim woonde.” Zo bewaarde ze uitnodigingen, gastenboeken, speeches, catalogi van tentoonstellingen, enz. Dit alles zou na haar overlijden belanden bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag, documenten die deels niet openbaar zijn maar voor de expositie en het boek door de familie werden vrijgegeven.

Ze sleepte vele prijzen in de wacht en in 1963 mocht ze de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau in ontvangst nemen. In de jaren 1995-1996 legde ze contact met diverse musea om te zorgen, dat na haar overlijden kunstwerken en gipsen een bestemming zouden krijgen. Op 30 juli 1997 overleed Charlotte van Pallandt in Noordwijk in verzorgingstehuis Groot Hoog Waak. Het jaar hierop schonken de erven de Hannema-de Stuers Fundatie 65 gipsen beelden; 44 schetsboeken en een aantal losse schetsen werden door de Fundatie aangekocht.

Naast het diverse werk van Van Pallandt, maar ook dankzij nieuw bronnenmateriaal konden zowel het oeuvre als het leven van de kunstenares voor het voetlicht gebracht worden. Een prachtig portret van een vrouw, die in allerlei technieken, formaten en materialen thuis was. Zowel de tentoonstelling als de catalogus geven een interessante inkijk op één van de eerste vrouwelijke kunstenaars in ons land, die zich in de twintigste eeuw volledig wijdden aan de beeldhouwkunst.

Koos Schulte