Recensie | Nieuwe uitgaven uit Toonder Studio’s

Joure - Het eerste halfjaar is nog niet eens verlopen of uitgeverij Cliché heeft al weer drie aan Marten Toonder gerelateerde uitgaven op de markt gebracht.

Allereerst is daar een ballonstrip van ‘heer Bommel en Tom Poes’, zoals die ooit voor kinderen in vervolgafleveringen in ‘Donald Duck’ verscheen: ‘Tom Poes en de trillings’. In ‘De volledige werken van Panda’ en van ‘Koning Hollewijn’ verschenen respectievelijk de delen 23 en 6.

Marten Toonder: ‘Tom Poes en de trillings’

. Uitgeverij Cliché. ISBN 978 90 643 80 709 (softcover) en ISBN 978 90 643 80 815 (hardcover).

‘Tom Poes en de trillings’ verscheen oorspronkelijk in de maanden september en oktober van 1960 in het vrolijke weekblad. Het wordt hier voor de eerste keer als zelfstandig verhaal uitgegeven door uitgever Ton Mackaaij, die elk verhaal prachtig opnieuw heeft laten inkleuren. In ‘De trillings’ voelt heer Bommel zich vereerd wanneer hij als proefpersoon atoomtrillingen op zijn lichaam mag laten uittesten door professor Prlwytzkofski. Maar helaas wordt hij deels onzichtbaar… een te kleine dan wel een te grote heer Bommel zijn de gevolgen. Wanneer de penose, in de vorm van Bul Super, zich ook nog eens met de zaak gaat bemoeien is Leiden pas echt in last. Tom Poes voelt zich geroepen in te grijpen…

Het verhaal werd geschreven door Marten Toonders rechterhand Lo Hartog van Banda, waarbij de bekwame studiomedewerker Ben van ’t Klooster het tekenwerk verzorgde. Hoewel het hier de kinderversie betreft van een Tom Poes-verhaal, zou er toch wel eens een stuk actualiteit van toen in het verhaal geslopen kunnen zijn. Het “atoom”-verhaal verloopt immers niet vlekkeloos en in 1960 werd in ons land de eerste kernreactor geopend in Petten…!

Marten Toonder: ‘De avonturen van Panda’, deel 23

Uitgeverij Cliché. ISBN 978 94 92904 17 1.

In deze band een vijftal verhalen van Panda, zoals ze in de jaren 1967 en 1968 als dagstrip in de krant werden gepubliceerd. Alle vijf werden geschreven door Andries Brandt, waarbij de eerste vier getekend werden door de jonge Dick Matena, nu een gevierd striptekenaar. In de loop van 1968 zou hij gaan werken aan ‘De Argonautjes’ voor stripweekblad ‘Pep’. Halverwege het vijfde en laatste verhaal uit deze bundel was het Jan Steeman, die de Panda-strip als tekenaar overnam van Dick Matena. Vanaf 1975 was het vooral de meisjesstrip ‘Noortje’ voor ‘Tina’ waar hij decennia lang succes mee kende.

In ‘Panda en de meester-vervalser’ excelleert vooral Joris Goedbloed, de sluwe vos, die graag zoveel mogelijk wil bezitten. Inleider Dick de Boer ziet in dit gegeven een verwijzing naar de toegenomen welvaart in de jaren zestig. ‘Panda en de meester-superman’ zou door kunnen gaan voor een persiflage op de Superman-strips, die op dat moment mateloos populair waren in Nederland. Het personage Leentje in dit verhaal, een meisje in minirok en netkousen, aldus De Boer, is nog weinig geëmancipeerd en een stuk minder vrij dan de vriendin van Superman: Lois Lane… In het afsluitende vijfde verhaal uit deze bundel ‘Panda en de superschat’ is het andermaal Joris Goedbloed, die voor opschudding zorgt dankzij vele verkleedpartijen. Het fragment waarin de indiaanse squaw aangeeft met Joris in het huwelijksbootje te willen stappen is ronduit hilarisch.. Weer een prachtig uitgegeven bundel deze nieuwe ‘Avonturen van Panda, deel 23’ van Cliché !

Marten Toonder: ‘Koning Hollewijn’, deel 6

Uitgeverij Cliché. ISBN 978 94 92904 18 8.

In deze chique bundel omgeven door rood kunstleer en met een opgeplakte voorplaat komen we vier Koning Hollewijn-verhalen tegen uit de jaren 1958-1959. Scenarist is andermaal Lo Hartog van Banda en tekenaar is Ben van ’t Klooster. Hetzelfde duo dat ook verantwoordelijk was voor de eerder aangehaalde: ‘Tom Poes en de trillings’. De inkters, zij die het potloodtekenwerk gaan afmaken met Oost-Indische inkt, zijn Marten Toonder (,die het na dit verhaal voor gezien houdt als tekenaar van deze serie), Ben van Voorn en Jan Wesseling.

De verhalen in deze bundel zijn leuk, maar hebben verhaaltechnisch niet de diepgang van de eerdere Koning Hollewijn-verhalen. Het zijn avonturen zoals ook heer Bommel dan wel Kappie ze zouden kunnen beleven. Avonturen over een poppenmaker, die poppetjes construeert, die minder popperig worden dan gedacht. Of een verhaal waarin een wezentje, Anders, zich in een andere gedaante steeds “anders” manifesteert, zodat (hof)detective Euvel hem als “een monster” ziet…

In het verhaal ‘De vriend’ komt een personage voor dat er debet aan is dat waar hij ook komt arbeidsvreugde plaats maakt voor plichtsbesef. Het is grappig dat dit personage heel veel gelijkenis vertoont met dat van de Zwarte Zwadderneel, de boeteprediker uit het 75e heer Bommel en Tom poes-verhaal met dezelfde naam uit 1957. Een heerschap in het zwart, emotieloos, en voorzien van zwarte hoed en dito paraplu. Aan het eind van het verhaal zegt Koning Hollewijn filosofisch tegen zijn assistente Wiebel Wip: “Wij onderwerpen ons aan iets dat wij zelf hebben gemaakt…”

Het afsluitende verhaal uit deze bundel is een soort magisch-realistisch verhaal. De kroon van de koning blijkt tweeduizend jaar na dato in een museum te liggen voorzien van een vreemde deuk. Hoe en wanneer is die deuk erin gekomen? En wat te denken van de ontluikende romance van Wiebel Wip en de vreemdeling uit de toekomst, die haar een roos schenkt onder het uitspreken van: “Amorelle…” Niet op politieke voorvallen gebaseerde verhalen, maar vlot lezende verhaaltjes, die de nieuwe tijd al aankondigen! Humor ten top!

Koos Schulte