Rechtbank stuurt verdachte van Tesla-branden naar PBC

Leeuwarden/Noordwolde - De 32-jarige Noordwoldiger die ervan wordt verdacht dat hij in maart en april vorig jaar tot twee keer toe de Tesla van een advocaat uit Joure in brand heeft gestoken, gaat ter observatie naar Het Pieter Baan Centrum (PBC) in Utrecht.

 

Mede op advies van een psycholoog en de reclassering besliste de rechtbank in Leeuwarden dinsdag dat het nodig is dat de Noordwoldiger intensief wordt geobserveerd en psychologisch wordt onderzocht in het PBC. De man kampt met de nodige psychische problemen, hij heeft ADHD en autisme, en hij is zwakbegaafd. Hij heeft een strafblad van 22 pagina’s.

 

Behalve dat hij een aantal diefstallen zou hebben gepleegd, wordt hij ervan verdacht dat hij in de nacht van 4 op 5 maart vorig jaar de Tesla van een advocate in Joure in brand zou hebben gestoken. Ruim een maand later, in de nacht van 18 op 19 april, zou hij dat opnieuw hebben gedaan. De auto’s stonden dicht bij een woning, de bewoners lagen in bed. De advocaat was curator bij het faillissement van de CMS-werf in Leeuwarden.

 

De Noordwoldiger ontkent, maar inmiddels zijn er paar getuigen gehoord bij de rechter-commissaris die voor de Noordwoldiger belastende verklaringen zouden hebben afgelegd. De man zou zelf ook gezegd hebben dat hij de autobranden in Joure had ‘gedaan’. Hij is eerder veroordeeld voor brandstichting: in 2004, hij woonde toen nog in Harkema, had hij na een inbraak een boerderij in brand gestoken terwijl de bewoner lag te slapen.

 

In 2006 legde de rechtbank de PIJ-maatregel – ook wel jeugd-tbs- genoemd nadat hij de auto van zijn ouders in brand had gestoken. Toen al werd door deskundigen de mogelijkheid van het opleggen van tbs met dwangverpleging genoemd. De Noordwoldiger gebruikt regelmatig speed en alcohol. Als hij onder invloed is, wordt hij volgens een psycholoog impulsiever. Zowel de psycholoog als de reclassering achten de kans groot dat hij weer in de fout zal gaan, als hij op vrije voeten komt en opnieuw drugs gebruikt.

 

Verslag: Renze van der Sluis