Recensie | Nieuw uit de schatkamer van Marten Toonder

JOURE - De publicatie van het werk van Marten Toonder zal hoogstwaarschijnlijk nog vele jaren beslaan.

Van zijn stripcreaties en over zijn strippersonages verschenen ook in de afgelopen tijd weer tal van boeken. De liefhebber dan wel verzamelaar van Toonders werk is nog lang niet “uitgetoonderd”…

‘Stripglossy nummer 12’. Personalia Leens.

Toonder-liefhebbers zullen allereerst naar de vervolgfeuilleton gaan van ‘De Tijdverdrijver’, de ballonstrip rond heer Bommel en Tom Poes, die scenarist Ruud Straatman en Tim Artz voor ‘Stripglossy’ hebben opgezet. Zoals vaker in verhalen van het geliefde tweetal is een kleine rakker de bron van veel ellende…

Verder de lopende strips ‘De Generaal’, de laatste aflevering van ‘De meimoorden’, ‘Saul’, ‘Nick Name’ en ‘Jelmer’. Ook aandacht voor het werk van Typex, Aloys Oosterwijk, de nieuwe ‘Flint’ en Tom Boudens persiflage op Sjors. De laatste is trouwens eveneens terug via een interview met de drie makers Robert van der Kroft, Wilbert Plijnaar en Jan van Die en een nieuwe één pagina aflevering. Verder veel stripnieuws en een overzicht over de jaren waarin Sjors en Sjimmie geliefde jeugdhelden waren. Jammer dat er in het fraaie artikel weer melding gemaakt wordt van tekenaar Frans Piët die het personage Sjimmie bedacht, “de foute benadering van de zwarte Nederlander…” Frans Piët, de tekenaar die het jongetje uit Afrika juist opvoerde in herrijzend Nederland om de eenheid van de volkeren te benadrukken, om aan te geven dat mensen van waar ook ter wereld elkaars vriend kunnen zijn, ondanks diverse verschillen. Dat Sjimmie weergegeven werd zoals de tekenaar dat deed was vanuit de jaren vijftig visie, wars van een discriminerende ondertoon… ‘Stripglossy’ blijft een blad dat iedere keer weer weet te boeien!

Erik Können en Paul Verhaak: ‘Argus, de biografie, leven en werk van een nieuwsjager’. Uitgeverij De Republiek. ISBN 978 90860 50 208.

Sinds maart 2017 verschijnt het tweewekelijkse periodiek ‘Argus’ waarvoor voornamelijk oud-journalisten schrijven. Het blad is vernoemd naar journalist Argus, de kleine verslaggever uit heer Bommel en Tom Poes. Ruim een jaar verscheen er in het blad een column over deze nieuwsjager. Momenteel zijn de columns gebundeld in een boek dat heel pretentieus ‘Argus, de biografie’ heet, en eerlijk gezegd, het is een biografietje waarbij het personage Argus natuurlijk ook maar klein van stuk is…

De auteurs zijn chronologisch alle gangen van Argus in de Bommelsaga nagegaan. Hij zou geboren zijn in een verpauperd deel van Rommeldam onder de naam Querulijn. Als journalist was hij in de periode 1947-1986 werkzaam voor respectievelijk ‘De Rommelbode’ en ‘De Rommeldamse Koerier’. Enige tijd was hij zelfs buitenlands correspondent op het eiland Sollidee. En in 1984 benoemde hoofdredacteur Fanth hem tot economisch medewerker, hetgeen Argus als een mooie promotie beschouwde, “al is mijn salaris hetzelfde gebleven…”Hij zou overal over schrijven, over zowel de Partij van de Blijheid als over de Partij van de Vrijheid…, een politieke groepering (!) die we in 1948 al tegenkomen in de Bommelsaga.

Veel verhalen van Toonder passeren de revue , avonturen waarvan Argus met zijn onafscheidelijke sigaret in zijn mondhoek, - in die tijd gold: ‘het is geen man, die niet roken kan’ - verslag doet. Aardig zijn bewoordingen, die de samenstellers Können en Verhaak van Argus hebben aangehaald: “De lezers hebben geen zin meer in lezen omdat ze het niet menswaardig vinden” en over de astrologische rubriek: “Het is maar bladvulling. Onzin natuurlijk. Zullen we het eruit gooien?” Tom Poes typeert Argus aldus: “Hij is een eerlijke journalist, die alleen niet weet wat een geheim is…” In het nawoord plaatst Den Boef de belevenissen van Argus in het licht van de naoorlogse journalistieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Een fijn boek dat liefhebbers van het werk van Toonder zeker zal aanspreken! De omslagillustratie van Tim Artz dekt de lading geheel: fantastisch!

Paul Verhaak: ‘De Bommelparade’. Uitgeverij Cliché. ISBN 978 90 824268 6 1.

‘De Bommelparade’

Van ‘De Bommelparade’ is onlangs de derde druk verschenen, waaruit eens te meer blijkt dat het lijvige boek in een behoefte voorziet. Op encyclopedische en alfabetische wijze heeft Paul Verhaak alle personages die in de Bommelsaga voorkomen beschreven. Zo komen we bij het woord ‘Im’ de volgende bijzonderheden tegen: “Impresario op het eiland Novo. Im kan duiden als afkorting van idoolmaker of impresario.” Eveneens zien we Im in getekende vorm. Een citaat besluit het item. De lezer wordt vervolgens verwezen naar Bommel-verhaal 114 ‘Het nieuwe Denken’. In de index zien we onder dit verhaal alle personages staan, die hierin voorkomen. In deze derde druk zijn een aantal personen en figuren toegevoegd uit de 177 Bommelverhalen, zodat er nu maar liefst 1450 karakters in het boek voorkomen. Een heerlijk kijk- en leesboek, deze derde druk van ‘De Bommelparade’!

Marten Toonder & Piet Wijn: ‘Panda en de spiegelbloemen’. Uitgeverij Cliché. ISBN 978 94 92904 15 7 (softcover). ISBN 978 94 92904 16 4 (hardcover).

Van 1946 tot en met1991 liep de dagstrip Panda van Marten Toonder. De verhalen 140 tot en met 198 kenden tekstballonnen en waren voor het overgrote deel geschreven en getekend door Piet Wijn (1929-2010), de tekenaar die voor de meest sprookjesachtige doorgaat uit de Toonder Studio’s. In 1981 en 1982 verschenen de verhalen 140 en 141in albumvorm. Verhaal 142 werd nooit in boekvorm uitgegeven, hoewel Piet Wijn het omslag al klaar had. In 2018 werd het nooit gebruikte omslag teruggevonden, waarna uitgeverij Cliché besloot het Panda-verhaal alsnog uit te brengen op de wijze van de vroege jaren tachtig. Met de inkleuring van tekenaar Tim Artz is het boek nu uitgebracht zoals het Piet Wijn voor ogen stond!

Panda gaat voor graaf Hannibal op zoek naar spiegelbloemen waarbij hij hoopt een beloning te ontvangen waarmee hij zijn huize Hobbeldonk schuldenvrij kan maken. Helaas is daar de nare rivaal Mispel die ook uit is op een beloning, maar er van alles aan doet het Panda zo lastig mogelijk te maken. Zijn oneerlijkheid breekt hem op en Panda ontvangt de vorstelijke beloning. Panda, die aan het eind van het avontuur beseft dat hij een nieuw avontuur moet aangaan om geld te verdienen…

Marten Toonder: ‘Koning Hollewijn 5. Volledige werken.’ Uitgeverij Cliché. ISBN 978 94 92904 14 0.

Gestoken in koninklijk rood leer heeft uitgeverij Cliché, accuraat als altijd, band 5 van Koning Hollewijn uitgebracht. De dagstrip die van 1954 tot en met 1971 in ‘De Telegraaf’ zou lopen. Ditmaal vier verhalen uit de jaren 1957-1958 waarvoor Jan Wesseling, Ben van Voorn en Ben van ’t Klooster het tekenwerk verrichtten om vervolgens geïnkt te worden door Ben van Voorn, Toonders rechterhand in de jaren vijftig. Lo Hartog van Banda, de scenarist die exact zo kon schrijven als het Marten Toonder voor ogen stond, stond garant voor de teksten.

‘Koning Hollewijn zoekt de cultuur’

In ‘Koning Hollewijn zoekt de cultuur’ vallen er in de hofhouding van de koning ontslagen. Op dat moment, 1957, noopte de regering ons land tot algemene zuinigheid, meer geld voor de wederopbouw, maar minder voor cultuur…

Koning Hollewijn als gezant’

In ‘Koning Hollewijn als gezant’ draait alles om een diplomatieke missie van de koning en zijn secretaresse Wiebel Wip naar een ver land, Laban, waarschijnlijk de verbastering van Libanon. Oneerlijkheid troef in een tijd waarin Arabische volkeren in opstand kwamen tegen hun gezag…’ In 1958 stapte minister-president Drees op en ontstond er een kabinet zonder Partij van de Arbeid, zodat in ‘De terugkeer van de oude garde’ enige ingedutte grijsaards het voortouw nemen om oude waarden weer opgeld te laten doen.

Koning Hollewijn bezoekt Voorland’

‘Koning Hollewijn bezoekt Voorland’ kent een verdrietige koning, die het vervelend vindt om als een bezienswaardigheid beschouwd te worden. De regering besluit hem vervolgens op vakantie naar Voorland te sturen, waar de sociale controle wat al te ver is doorgevoerd. De koning en Wiebeline verlaten dit land met moeite en begeven zich naar Halward waar een stadsrekenmachine het voor het zeggen heeft. Wiebel gaat deze computer te lijf en wanneer beiden terug zijn op paleis Koudewater beseffen zij dat ze het nog niet zo slecht hebben in hun minder vooruitstrevende land.

Koning Hollewijn, de meest maatschappijkritische strip uit het oeuvre van Marten Toonder, op fraaie wijze door Cliché heruitgegeven!

Koos Schulte