Recensie | Fraai samengaan van schilder- en plateelkunst in ‘Mesdag & Colenbrander’

Joure - Velen zullen bij het horen van de naam Mesdag meteen denken aan ‘Panorama Mesdag’, het panoramadoek dat hij met behulp van zijn vrouw Sientje, Breitner en De Bock schilderde als neerslag van Scheveningen tegen het einde van de negentiende eeuw.

Dat Hendrik Willem Mesdag (1831-1915), die onder anderen les had gehad van de hier alom geliefde L.Alma Tadema, met zijn vrouw een indrukwekkende collectie decoratief aardewerk verzamelde zal bij velen onbekend zijn. In Museum Mesdag in Den Haag loopt tot 23 juni van dit jaar de tentoonstelling ‘Mesdag & Colenbrander. Gedeelde fascinatie’. Theo Colenbrander (1841-1930), de sierkunstenaar die aan de wieg stond van het Nederlandse vernieuwingsaardewerk, komt hierin op sprankelende wijze naar voren.

Titus M.Eliëns: ‘Mesdag & Colenbrander’. Waanders Uitgevers Zwolle. ISBN 978 94 6262 246 3.

Ontwerper en vormgever

In de jaren 1884-1889 was Theodoor Colenbrander ontwerper en vormgever van de decors voor het aardewerk en porselein van de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg. Colenbrander, die van huis uit architect was, schilderde op keramiek in een expressionistische stijl, die voor de sierkunst van die tijd volstrekt nieuw en zelfs revolutionair was. Het sieraardewerk van Colenbrander vond direct zijn weg naar de Mesdags, destijds de belangrijkste verzamelaars van zijn werk. Eerst werd er verzameld voor hun privéhuis, maar al snel gingen ze ook aan de slag voor hun Museum Mesdag. Zo vergaarden ze al met al 130 objecten van de door hen geliefde kunstenaar. Het sieraardewerk paste goed bij het stijlrepertoire van die tijd waarbij meubels in diverse (neo)stijlen werden gecombineerd met kunstvoorwerpen uit Japan en China. Ook Colenbranders werk was geïnspireerd door de oosterse kunst.

Geschil

Toen de fabrieksleiding het accent wilde verleggen van “de kunstafdeling” naar de fabricage van tegels ontstond er een geschil tussen hem en het bedrijf. Colenbrander nam ontslag en hoewel Mesdag, die ondertussen aandeelhouder was geworden van Plateelbakkerij Rozenburg, nog probeerde te bemiddelen bleek de breuk definitief.

Representatief voor de beginjaren

De museale collectie sieraardewerk van Colenbrander gaat door als representatief voor de beginjaren van het Haagse bedrijf. Een journalist van het ‘Amersfoortsch Dagblad’ noemde de collectie die de Mesdags in 1903 hadden tentoongesteld dan ook: “Unicum bij unicum, een lust voor de oogen, een schat van voorwerpen, die men in de hand zou willen nemen om er ’t oog mee te verlusatigen, uur aan uur…”

Interieurontwerper

Nadat er een einde aan het dienstverband van Colenbrander bij Rozenburg was gekomen, ging hij regelmatig aan de slag voor Hendrik Willem en zijn vrouw Sientje, zij het niet als keramist maar als interieurontwerper: muren werden matgoud geverfd, banden met gestileerde florale motieven werden aangebracht, boven de penantspiegel verscheen de tekst ‘Werken is genot’ en voor drie kamers ontwierp Colenbrander tapijten naar zijn ontwerp. De originele tapijten zijn helaas verloren geraakt, maar bezoekers van de tentoonstelling kunnen zich vergapen aan een naweving van het tapijt ‘Visschen’. Op hoge leeftijd, hij was de zeventig al gepasseerd, zou Colenbrander nog korte tijd werkzaam zijn voor Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda om als tachtigjarige (!) nog aan de slag te gaan voor de Arnhemse Plateelbakkerij Ram.

Heerlijk lees-kijkboek

De tentoonstelling gaat vergezeld van een kleurrijke catalogus, waarvan de tekst geschreven is door Titus M.Eliëns voormalig hoofd collecties Gemeentemuseum Den Haag en tevens leraar Industriële Vormgeving aan de Universiteit Leiden. Als kunsthistoricus heeft hij op innemende wijze de relatie Mesdag-Colenbrander belicht. Erik en Petra Hesmerg hebben op geheel eigen wijze het aardewerk gefotografeerd, zoals ze dat al voor vele catalogi gedaan hebben: van nabij, met uitvergrotingen van gedeeltes van een object, en als versteende stillevens. De catalogus sluit uitstekend aan bij de expositie van De Mesdag Collectie in de hofstad, maar is ook los hiervan een heerlijk lees-kijkboek geworden!

Koos Schulte