Recensie | ‘Joop ter Heul’ wordt honderd jaar in ‘vierling’

JOURE

In de jaren 1890-1943 bestond de Amersfoortse uitgeverij Valkhoff. Tijdens haar bestaan verschenen daar 165 titels van 60 auteurs, waarvan er 11 niet de Nederlands nationaliteit hadden.

Negen auteurs waren het meest succesvol waaronder Cornelis Johannes Kieviet met 20 titels (onder andere Dik Trom, De Duinheks en Fulco de Minstreel) en Cissy van Marxveldt met 21 titels (onder andere Joop ter Heul, Marijke en Een Zomerzotheid). De vier Joop ter Heul-delen kennen de illustraties van Hans Borrebach (1903-1991), een illustrator die zo geliefd was bij lezers en lezeressen dat zijn meisjesboekenillustraties “Borrebach-meisjes” werden genoemd. Na vele jaren zijn de avonturen van Joop ter Heul eindelijk weer met deze illustraties verkrijgbaar.

Cissy van Marxveldt: ’Joop ter Heul, vierling’.

Uitgeverij Zomer & Keuning. ISBN 978 94 0191 226 6.

Cissy van Marxveldt (pseudoniem van Setske de Haan) was dertig toen ze in 1919 de eerste druk van ‘De HBS-tijd van Joop ter Heul’ in handen kreeg. Het op groot formaat uitgegeven boek kende pentekeningen van kunstschilder Isidorus van Mens, “Is”, die één jaar jonger was dan Cissy. De prijs was fl. 2,90 voor een ingenaaid en fl. 3,90 voor een gebonden exemplaar. Voor die tijd duur; een arbeider verdiende destijds zo’n tien gulden per week. Nu was de doelgroep van de schrijfster toch “de lezer uit de middenklasse”… In haar boeken speelde het plot zich dan ook vrijwel altijd af in de zorgeloze hogere middenklasse, waar geld geen rol speelde. Ook Joop ter Heul woont als dochter van een succesvolle zakenman in een villa nabij het Amsterdamse Vondelpark. De net beëindigde Eerste Wereldoorlog, de oprichting van de Volkenbond en de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 gaan dan ook aan Joop en haar familie voorbij. Joop, naar Josephine, gaat het liefst taartjes eten met haar vriendinnen van de Jopopinoloukicoclub. Huiswerk maken komt op de tweede plaats. Zo is Joop een puber, die weinig opheeft met naar school gaan evenals Cissy dat had. (Zij zou de HBS in Heerenveen zonder diploma verlaten.)

Door stiekem sigaretten te roken in het fietsenhok, zich af te zetten tegen de leraren en door haar eigen gang te gaan, was Joop eigenlijk al feministisch ingesteld; later zou ze trouwen met een eigenzinnige man, maar zelf zou ze altijd blijven doen wat haar hart haar ingaf. Als HBS-scholiere dreigt de vijftienjarige Joop te blijven zitten, maar doordat “Pa” juffrouw Wijers inhuurt om haar huiswerk maken in de gaten te houden, wordt “die ramp” de familie bespaard.

De boeken van Joop ter Heul, die uiteindelijk vijf delen zouden beslaan, zijn geschreven in de ik-vorm. Vooral de eerste ‘Joop ter Heul’ leest als een dagboek, aangevuld met brieven aan haar vriendin Nettie. In de vervolgdelen uit deze omnibus: ‘Joop ter Heuls problemen’ (1921), ‘Joop van Dil-ter Heul’ (1923) en ‘Joop en haar jongen’ (1925) verhaalt Joop eveneens haar wederwaardigheden, waarbij het dagboekelement minder prominent naar voren komt.

Ooit behoorde de serie tot de lievelingslectuur van Anne Frank, die, misschien dankzij Joop ter Heul ook haar ervaringen zou gaan delen met het wereldberoemd geworden dagboek. Een zeer verzorgde uitgave, die ongetwijfeld weer nieuwe lezers en lezeressen zal weten te trekken, omdat de boeken jarenlang niet meer verkrijgbaar waren! Het is jammer dat deel vijf uit de Joop ter Heul-serie niet in deze band is opgenomen, omdat dit boek, aldus de uitgever, “pas in 1946 werd geschreven…” Zij, die deze Joop ter Heul hopelijk met veel plezier zullen lezen, zullen dat als een dooddoener ervaren… Misschien niet bij iedereen bekend: Museum Heerenveen bezit nog de secretaire waaraan de schrijfster haar boeken heeft geschreven.

Hans Borrebach: ‘Vintage ansichtkaarten’

Uitgeverij Zomer & Keuning. ISBN 978 94 0191 475 8.

In 1927 illustreerde Hagenaar Hans Borrebach (1903-1991) zijn eerste jeugdboek ’n Zomerzotheid, dat trouwens geschreven was door Cissy van Marxveldt. Ruim vijftig jaar zou Borrebach vooral jongens- en meisjesboeken illustreren, zodat veel lezers zich vertwijfeld afvroegen “hoe oud die tekenaar wel moest zijn…” Sommige boeken waaronder ’n Zomerzotheid zou hij vijf maal van nieuwe illustraties voorzien, passend bij “de nieuwe tijd’. In de jaren zeventig wilden de uitgevers iets nieuws en werden illustratoren als Herson en Reint de Jonge “de nieuwe Borrebachs”, hoewel ze nooit zo beeldbepalend zijn geworden als Borrebach. De tekenaar, die ook veel boeken van foto-omslagen zou voorzien, die hij maakte naar foto’s uit zijn eigen fotostudio. Ook veel boeken over fotografie, meisjesboeken, stripverhalen en erotische romannetjes verschenen van zijn hand, soms onder pseudoniem.

Een twintigtal meisjesboekenomslagen van Hans Borrebach uit de periode 1950-1970 is ter herinnering aan het boegbeeld van de Nederlandse topillustratoren uitgebracht als ansichtkaart in een mapje onder de naam ‘Vintage ansichtkaarten’. Leuk om te versturen of om in te lijsten. Wanneer het mapje een succes wordt, zou het aardig zijn in een eventuele opvolger omslagen te publiceren uit de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog, toen Borrebach als graficus én als illustrator zijn hoogtijdagen beleefde.

Tekst: Koos Schulte