Fries initiatief voor hulp aan Afrikaans ziekenhuis krijgt vervolg

JOURE

Eind 2017 is het initiatief ontstaan om een IT project te starten ter ondersteuning van het grootste ziekenhuis op het Afrikaans continent. Vanuit het MCL in Leeuwarden was er al een jarenlange samenwerking op medisch gebied met dit ziekenhuis, het KCMC in Moshi, Tanzania aan de voet van de Kilimanjaro.

De omgeving in deze regio is idyllisch, bij helder weer een warm zonnetje, 32 graden en zicht op eeuwige sneeuw op deze hoogste berg van Afrika met bijna 6000 meter. De dagelijkse werkelijkheid is harder, in dit ziekenhuis is gebrek aan veel, zo niet alles, aan basiszaken als bedden en sanitair, aan medicijnen, aan geld, maar vooral aan kennis en voldoende doctoren. Een combinatie van deze zaken zorgt er ook nog eens voor dat de betere artsen na enige tijd naar andere klinieken gaan die beter betalen of betere middelen hebben. Soms in Afrika, maar ook daarbuiten. Het KCMC is met bijna 700 bedden, meer dan 1000 patiënten per dag en ruim 1300 medewerkers groter dan een gemiddeld ziekenhuis in Nederland.

Toen in 2017 en 2018 veel IT apparatuur in MCL en ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen economisch was afgeschreven en vervangen ontstond het idee voor een groot IT project in het KCMC ter ondersteuning van de basisprocessen. Patientenregistratie en ook de financiële administratie gebeurt nog veelal met de hand en op papier. Met niet alleen achterstallige betaling tot gevolg maar ook verkeerde behandelingen of medicijngebruik. Niet zelden leidt dit tot zeer ernstige gevolgen.

Onder de vlag van Stichting Multimodus hebben IT medewerkers van MCL, NetQloud en Vosko de handen ineen geslagen en een plan gemaakt om te helpen. In 2018 zijn containers vol IT goederen naar Moshi gevlogen, van stroom- en datakabels tot geavanceerde IT systemen. Vanaf het begin is vastgehouden aan het idee dat we nu wellicht veel goederen moeten leveren en installeren, maar dat we uiteindelijk kennis moeten overdragen.

Het team van 7 man is net terug van een reis van bijna 2 weken en spreekt van een enorm succes. Waar voorheen wat clusters stonden van losse PC’s en kleine gekoppelde systeempjes, daar is nu een IT omgeving ingericht die in menig Nederlands bedrijf niet misstaat. Door een lokale partij is de nodige bekabeling aangebracht, er is een centrale ruimte ingericht met netwerk-, server-, en storage apparatuur en in het grootste deel van het ziekenhuis is Wi-Fi beschikbaar met een werkende internet verbinding voor degene die het nodig heeft.

Het team heeft in de eerste dagen na aankomst keihard gewerkt, met dagen van meer dan 15 uur, om de basisvoorzieningen werkend te krijgen. De lokale IT’ers verrichten hand- en spandiensten. In de rest van de dagen is vooral gewerkt aan kennisoverdracht zodat men zelf beheer kan uitvoeren en de zaak draaiend kan houden. Dan blijkt dat het enthousiasme groot is en de wil om te leren soms groter dan wij hier in Nederland zien. Zonder uitzondering bleef het hele team van ’s morgens 8 tot ’s avonds 10 uur meewerken en vragen stellen.

Het is een utopie te denken dat je in minder dan twee weken de mensen van een niveau 2 naar een niveau 8 krijgt qua kennis. Als dat zo zou zijn hadden we in Nederland geen onderwijs nodig waar je soms 10 jaar naar toe gaat. Het feit dat men in Afrika die kennis nu niet heeft ligt niet aan hun wil om te leren, maar aan het feit dat ze alles uit de theorie moeten halen maar nauwelijks de praktijk leren. Domweg omdat de middelen er niet zijn. En veel van wat er heen gestuurd wordt als donatie – uit vele landen in Europa en Amerika – wordt gewoon opgestuurd zonder handleiding of instructie. En verdwijnt ten slotte ergens in een hal of buiten op een groot terrein dat uitpuilt van de oude zooi. Doodzonde en het heeft ons gesterkt in de overtuiging dat we vooral de komende jaren kennis moeten overbrengen. Met misschien nog wat spullen die een gerichte plaats krijgen, waar nu nog behoefte is.

Ik spreek namens het volledige team als ik zeg dat we een erg leerzame tijd hebben gehad in Tanzania. We hebben niet alleen kennis gegeven, we hebben minstens zoveel teruggekregen en gezien hoe dankbaar mensen zijn voor het beetje dat ze hebben. Wij gaan zeker nog terug, maar eerst laten we de mensen daar even wennen aan hetgeen er nu is gerealiseerd. Op afstand kunnen we helpen middels een verbinding die is gelegd. En met de directie van het KCMC zijn afspraken gemaakt voor de komende jaren om te werken aan verdere vooruitgang.

Als we daarmee weten voorkomen dat een kind van 14 maanden sterft op de IC afdeling omdat de monitoringsystemen niet goed gebruikt kunnen worden, terwijl dit kind in Nederland normaal zou zijn blijven leven is onze missie al geslaagd.

Verslag: Wybren Lok