Recensie | Stripglossy 10 in het teken van Marten Toonder

JOURE

In de derde StripGlossy van dit jaar, nummer 10, komen we verheugend veel informatie tegen over heer Bommel en de zijnen. Band 4 van Marten Toonders Koning Hollewijn biedt ons weer een verrassende inkijk in het doen en laten van de tijdgenoot van koningin Juliana: Koning Hollewijn.

‘StripGlossy 10’. Uitgeverij Personalia. ISBN 978 94 928 4026 4.

Dankzij een enorme drive van diverse uitgevers wordt het werk van Marten Toonder levendig gehouden. Anders gezegd: niet alleen het verleden wordt opgehaald, ook wordt er gewerkt aan een toekomst voor de vele scheppingen van Marten Toonder. Met het aantrekken van de tekenaars Henrieke Goorhuis en Tim Artz lijkt de toekomst van met name heer Bommel, Tom Poes en al de andere Rommeldammers in roze nevelen gehuld. Gouden Boekjes voor de jongsten verblijden menigeen, de Tom Poes-avonturen uit Donald Duck vinden weer gretig aftrek, en niet in de laatste plaats dankzij de sprankelende omslagen van Tim Artz.

De nieuwste ‘StripGlossy’ belicht de nieuwe generatie “Toonder-tekenaars”, protegés van tekenaar Wil Raymakers. Als illustrator van ‘Boes’, een aantal Bommel-stripverhalen, en van de prachtige omslagen van de Blauwe banden-serie ‘Alle verhalen van Olivier B.Bommel en Tom Poes’(60 delen) mag hij zich een routinier noemen. Het enthousiaste trio Henrieke (1990) , Tim (1988) en Wil (1963) werkt gedurende een aantal dagen per week samen op ‘Kindermediabedrijf Dromenjager’ waar met name aan ‘Woezel en Pip’ producties gewerkt wordt. Hoe de nieuwe Toonder-lichting precies werkt en wat de invloed op hen is van leermeester Raymakers valt na te lezen in ‘De drie musketiers’. Op heldere wijze typeren ze elkaar! Eén van “de musketiers”, Tim, werkt aan de heer Bommel-ballonstrip ‘De tijdverdrijver’ waarvan we de eerste drie platen zien afgebeeld. Een strip waarvoor stripschrijver Ruud Straatman het scenario schreef; 34 jaar had het op de planken gelegen omdat financiële perikelen tussen Donald Duck en de Toonder Studio’s de totstandkoming destijds belemmerden.

Recensies, Toonder betreffende, een heer Bommel-stripje van ‘Elsje-tekenaar’ Gerben Valkema (in 2012 tekende hij het gelegenheidsverhaal ‘Heer Bommel en de i-padden’), Daan JIppes’ affectie met Toonder, en een ‘Kronkel’ naar Simon Carmiggelt van die andere grote Toonder-verbeelder Dick Matena, alsmede een cartoon van Bommel en Tom Poes zijn items die er bij Toonder-liefhebbes ingaan als koek! Ook Mat van Herpens kijk op de wereld van heer Bommel in de strip ‘Nevelzicht’ is een aardige persiflage!

Noemenswaard zijn verder Kim Duchateaus ‘Verhalen over vrouwen’, de start van het tweede verhaal van ‘Saul’(Ritstier & Kusbiantoro), de prachtige tekststrip die Peter de Smet ooit maakte van zijn ‘Generaal’, het vervolg van Eric Heuvels ‘De meimoorden’ en de sublieme Donald Duck-pagina die Henrieke Goorhuis maakte toen ze zestien jaar oud was! Zo is er weer van alles te beleven in ‘StripGlossy’ nummer 10, die elk nummer mooier lijkt te worden!

Marten Toonder: ‘Koning Hollewijn’4. Uitgeverij Cliché. ISBN 978 94 92904 11 9.

Band 4 van ‘De belevenissen van ‘Koning Hollewijn’, andermaal gestoken in een bloedrood “koninklijk” omslag, bevat een viertal dagstripverhalen uit de jaren 1956-1957 zoals ze destijds in de wakkere krant van Nederland gepubliceerd werden. Eens te meer valt op hoe de makers het dagelijkse leven, de actualiteit van toen, in de strip verweefden. De makers waren destijds scenarist Lo Hartog van Banda, de tekenaars Ben van ’t Klooster, Ben van Voorn en Jan Wesseling. Marten Toonder zelf en Ben van Voorn mochten de klus klaren door de potloodschetsen in inkt te zetten.

Ook de vier verhalen, 11 tot en met 14 in deze band, voeren weer Koning Hollewijn op en zijn persoonlijke assistente Wiebeline Wip, die als domicilie Paleis Koudewater hebben, het equivalent van Heer Bommels ‘Bommelstein’. Met doctorandus Dreutel, socialist en minister-president, en hofdetective Euvel lijken zij het land te bestieren hoewel Hollewijn zelf eerder als filosoof dan als vorst door het leven lijkt te gaan.

Zijn opmerkingen: “Een koning zonder kroon is als een klok zonder klepel”, “Het einde lijkt altijd weer op het begin; het is alleen anders”, “Het is zo gesteld dat men zijn vijand maar half bedwingt, wanneer men hem bedwingt door geweld! List is beter”, “Door hier te zitten komen we geen stap verder...” zijn dan ook licht ironisch, zo niet filosofisch van aard.

Verhaal 11. De Anti-Wielbeweging.

Milieubescherming a la lettre, daar lijkt aanvankelijk alles om te draaien in dit verhaal, waarin alles zich keert tegen het ronde, het slechte… Wiebeline en de koning bemerken dat alles wat rond is kapot gemaakt wordt dan wel vierkant! De heren Heug en Meug blijken hier achter te zitten met hun anti-wiel-beweging. Zij richten zich op specifieke wijze tegen alle “rad”draaierij. Autowielen, scooterwielen, maar ook het wieltje van Wiebeline haar aansteker worden kapotgemaakt. Hollewijn merkt hierover op: “Alles draait en daaruit blijkt dat de werkelijkheid rond is.” Pas wanneer Wiebeline werk vindt bij de Rijksmunt, waar het “ronde” geld gefabriceerd wordt, delven Heug en Meug het onderspit.

Verhaal 12. Koning Hollewijn zoekt de levensvreugde.

De koning wordt geattendeerd over de vreugde van de jeugd. Maar kent de jeugd die wel…Wiebeltje vindt alles even saai. Een feestje met muziek van “Elvis de Pelvis” en “De trappelzakboogie” ( in 1956 in ons land een echte hit van de ‘Drie Kleine Kleuters’) loopt op niets uit. De koning en Wiebeline gaan op zoek naar de levensvreugde, maar circusbezoek, rondscheuren in een limousine, een tocht maken per speedboot en vliegen in de ‘Orkaan zevenentwintig’ brengen de vreugde niet terug. De conclusie die uit alle avonturen kan worden getrokken is dat levensvreugde gevonden kan worden in jezelf dan wel in je eigen huis.

Verhaal 13. Koning Hollewijn bezoekt een bevriende mogendheid.

Wanneer de ministerraad beslist dat de koning een goodwill-reis moet maken door het land en wel met scepter en rijksappel begeven hij en zijn persoonlijke assistente zich naar het station waar de Koninklijke treinwagon, het “rijtuig”, al op hen wacht. Wiebel verwisselt het bord van de Koudewater-trein voor dat van een buitenlandse trein. “Wat zou die goeie ouwe schat het enig vinden om ver weg te reizen”, is haar gedachtegang. Zo belanden de koning en Wiebel in een vreemd land, een Oostblokland… De koning maakt daar kennis met het doen en laten van de gevestigde orde met alle gevolgen vandien! Er ontstaat veel deining om Hollewijns kroon, maar uiteindelijk brengt een olietrein uitkomst.

Verhaal 14. De thesaurier.

In plaats van Wiebeline krijgt Koning Hollewijn een andere “meer capabele” secretaresse, mejuffrouw Scharleder. Haar bemoeienis krijgt een totaal verkeerde wending, maar last but not least krijgt Wiebel haar baan terug. Een verhaal waarin we de macht van buiten tegenkomen, zoals destijds ook op Paleis Soestdijk Greet Hofmans te veel zeggingskracht kreeg over de toenmalige koningin Juliana.

Prachtige verhalen, die gerelateerd zijn aan de jaren vijftig, zestig, maar die ook deels op het heden nog van toepassing zijn. Gelijkwaardig aan het werk uit het Bommel-epos!


Auteur

Koos Schulte