Honderd jaar Spanninga

JOURE

Spanninga Metaal bestaat honderd jaar. Tegenwoordig staat Feike Spanninga aan het roer. Hij maakte van het familiebedrijf een internationale naam.

Tiffany’s

De geschiedenis van Spanninga Metaal begint bij pake Hotso Spanninga, goudsmid. De avonturier wilde zich specialiseren en vertrok midden in de Eerste Wereldoorlog per boot naar Amerika. Zijn talent werd opgemerkt: Tiffany’s in New York wilde graag met Hotso werken. De Jouster zag in die jaren in Amerika dingen die hem inspireerden. Terug in Nederland kocht hij daarom een graveermachine. Op het bureau van kleinzoon Feike staan twee plaquettes van Abraham Kuyper. Eén bronzen en één zilveren versie. Het zijn de werkstukken waarmee pake Hotso zijn Koninklijke predicaat verwierf. Bijzonder, want het bedrijf bestond pas vier jaar. Het is een titel die ze nog steeds mogen voeren.

Fietsachterlicht

In 1918 begon Hotso achter Terra aan de Lijnbaanstraat. Binnen een jaar zat aan hij de Driessenstraat omdat de motor van de machines te zwaar werd voor het pand. In 1920 verhuisde hij naar De Zijl. ,,Klandizie in Friesland voor gouden sieraden was er niet zoveel, vooral in de Amsterdam vond hij kopers voor zijn waar’’, vertelt Feike. ,,Hij wilde ook eens wat anders proberen. Vandaar de diverse plaquettes. In 1926 leek koplampen voor auto’s hem wel wat. En toen kwam de crisis. Dat waren een paar zware jaren. In 1934 begon hij met het ontwikkelen van reflectoren voor fietsen. Een goede timing, want in 1938 werd het fietsachterlicht verplicht in Nederland. Kunststof was er nog niet, alles werd gemaakt van glas en metaal.’’

25 miljoen lampen

In 1947 verhuisde Spanninga Metaal naar de Geert Knolweg, de huidige locatie. Zonen Gatze, de vader van Feike, en Gerben namen in 1965 het bedrijf over. Jeppe overleed in 1972. Gatze, die voor die tijd vooral in de fabriek te vinden was, deed de stofjas uit en ging op kantoor werken. De fietsverlichting nam een vlucht. Vanaf die tijd tot en met 1995 zijn meer dan 25 miljoen lampen van één enkel type verkocht. Feike Spanninga is daarna opgehouden met tellen.

Internationaal

Op 1 januari 1989 ging Gatze Spanninga met pensioen en werd Feike Spanninga directeur. Het bedrijf maakte een flinke groei door. Gloeilampen werden vervangen door halogeen en die weer door LED. ,,Iedereen heeft te maken met fietsverlichting’’, zegt Feike. ,,Tientallen miljoenen zijn er met de naam Spanninga erop, zichtbaar of onzichtbaar. We maken ze onder andere voor Gazelle, Giant, Batavus, Trek en Sparta.’’ Spanninga ging het internationale pad op. Twee overnames deed Feike: in Frankrijk en in China. In Taiwan ging hij een joint venture aan. Samen met deze fabriek wordt tegenwoordig de meeste productie in het buitenland gedraaid.

Uitvindingen

De bekendste uitvinding van Spanninga is de bajonetfitting, eind jaren ‘40. Dankzij deze inventie kon de gloeilamp met schroefdraad niet meer los trillen van de fiets. Ook de lamp met strooilicht met lichtgeleiders uit de jaren ‘90 kwam uit de koker van Spanninga. Alle Hosper uit Broek mocht deze uitvinding op zijn naam zetten.

Fonds Slachtofferhulp

Spanninga is al ruim twintig jaar partner van Fonds Slachtofferhulp. Woensdag komt daarom Prof. Pieter van Vollenhoven. Feike vindt het belangrijk om binding te hebben met een goed doel. ,,Alle aandacht gaat altijd uit naar de dader. Naar het slachtoffer wordt vaak niet naar omgekeken. Daarom vind ik het werk van Fonds Slachtofferhulp zo goed.’’ Feike heeft meester Van Vollenhoven een aantal keer ontmoet en heeft veel bewondering voor hem. ‘Hij is oprichter van een onafhankelijke raad waar naar geluisterd wordt. Dat is heel bijzonder.’’

Boek met de geschiedenis van het bedrijf

Woensdag presenteert Feike ook een boek met de geschiedenis van het bedrijf. Een hele klus, waar hij zich in had vergist. ,,Ik was van plan om ‘even’ een boekje te schrijven, maar ik ontdekte steeds meer. Ik moest mij wel inhouden. Het verhaal is door een historicus geschreven en ik heb de inhoud aangeleverd. Het is een boek van 320 pagina’s geworden met twee leeslinten. Nee, lang niet alles staat erin. Maar dat houd je toch denk ik.’’


Auteur

Brenda van Olphen