Recensie | Heer Bommel internationaal

Joure

In de afgelopen tijd verschenen er weer enige uitgaven waarin Tom Poes en heer Bommel de hoofdrol opeisen. In de serie ballonstripverhalen, die ooit in Donald Duck verschenen, kwam het zesde deel uit: ‘Tom Poes en de jakkerjekker’.

Bovendien werd het eerste deel van deze serie, in het Nederlands ‘Tom Poes en de Krakers’ geheten, vertaald in zowel het Frans als het Engels. Of dat nog niet genoeg is verscheen eveneens ‘Hebt u nog geklopt, heer Olivier?’, waarin de schrijvers de relatie taal en beeld belichten.

Marten Toonder: ‘Tom Pouce et les Cracasseurs’. Cliché. ISBN 978 94 92904 07 2. Marten Toonder: ‘Tom Puss and the Crunchers’. Cliché. ISBN 978 94 92904 08 9.

In dit krakers-verhaal uit 1966-1967 ontfermt heer Bommel zich over een wezentje, dat er voortdurend op uit is iets te kraken. Uiteindelijk belanden heer Bommel en Tom Poes in het land van de Krakers, waar iedereen een nummer heeft. Hoe lager dat nummer is, des te meer aanzien de desbetreffende persoon kent. Heer Bommel krijgt nummer 0 toebedeeld en de gevolgen hiervan laten niet lang op zich wachten…

Beide uitgaven zijn gebonden omdat softcover-banden in het buitenland minder geliefd zijn.

Hoewel heer Bommel en Tom Poes decennia lang tekststripavonturen in de Franse kranten beleefden, vanaf grofweg 1950 tot 1981, zouden hiervan maar enige verhalen in boekvorm worden uitgegeven. De ballontekstverhalen, die er van het tweetal in de periode 1958-1962 als maandblad uitkwamen, waren bewerkingen van de dagstrips. Zodoende is het een echt waagstuk voor uitgever Ton Mackaaij juist de ballonstrips in la douce France uit te brengen. Wie weet zullen de Franse lezers genieten van de wereld waarin Monsieur Bommel, son ami Tom Pouce, en de bediende Joseph (Joost) hun avonturen beleven.

In het Engels zouden het vooral prentenboekachtige uitgaven zijn, uit de periode 1948-1952 , alsmede een zevental dagstripverhalen, die in de periode 1947-1949 in weekbladvorm werden uitgegeven. Zo mag de ballonstrip van ‘Tom Puss and the Crunchers’ een echt debuut genoemd worden voor de Britse markt. Sir Bumble, Tom Puss en servant Joseph zullen met op de achtergrond het vertrouwde slot Bommelstein (Bunblestone Castle,) wie weet ook de jonge harten van de Engelse lezers weten te vermurwen.

Of de boeken in nog meer talen uitgegeven zullen worden is nu nog niet bekend. In samenwerking met Rubinstein worden de delen naar de Franse en Britse markt gedistribueerd.

Marten Toonder: ‘Tom Poes en de jakkerjekker’. Cliché. ISBN 978 94 92904 02 7 (softcover). ISBN 978 94 92904 03 4 (hardcover).

In verhaal 43 ‘Tom Poes en de jakkerjekker’ vreest heer Bommel het ergste van Tom Poes. Deze zou een ‘nozem’ geworden zijn. Hij concludeert dit door zowel het uiterlijk als het gedrag van zijn jonge vriend. De lezers weten dat de oorzaak ligt bij magister Hocus Pas. Door jongeren een mooie leren “jekker” te schenken, overigens een woord dat in de jaren vijftig-zestig gebruikt werd voor het tegenwoordig meer in gebruik zijnde “jack”, zouden ze lid worden van “de club van jakkerjekkers”. Dat de achterliggende gedachte van Pas was deze zelfbewuste, eigenzinnige, agressieve jongelui, rijdend op een bromfiets en in het trotse bezit van een leren jack, de samenleving te laten ontregelen, kwam bij de clubleden geen moment op…

Overigens ligt hier een link met de jeugdcultuur uit de vroege jaren zestig. Verveling, groepsgedrag en eigen geld zouden bij de “nozems” om heer Bommel te citeren veelal leiden tot vandalisme en geweld. In Tom Poes op zijn brommer - een “buikschuiver”, een voertuig met een buddyseat, een doorlopend zadel – en zijn achteloos in de mond hangende sigaret ziet hij de zedenverwildering van nabij. ‘Rommeldam in verval!’ Dat hij de overige clubleden dreigt “hun pruiken te gaan inkorten” is een verwensing, die veel ouderen slaakten met de opkomst van het lange haar in de jaren zestig.

Dankzij zijn o, zo goede aard wordt Tom Poes weer zichzelf en wordt Hocus Pas ontmaskerd. Heer Bommel werpt zichzelf naderhand op als “leider” waarbij de clubleden hun leren jekkers verruilen voor oranje-gele ruitjesjassen…

Een leuk verhaal waarin de tijdgeest van de mid jaren zestig op prominente wijze aanwezig is. Dat Tom Poes dan ook de kreet slaakt dat hij “munten heeft, euro’s!” is een goedbedoelde aanpassing van de tekst, die in dit geval voor een anachronisme zorgt.

Pim Oosterheert & Paul Verhaak: ‘Hebt u geklopt, heer Olivier?’

Cliché. ISBN 978 94 92904 10 2.

In ‘Hebt u geklopt, heer Olivier?’ proberen de samenstellers Pim Oosterheert en Paul Verhaak een stuk van de uniciteit in het werk van Marten Toonder bloot te leggen. Ze ontdekten dat Marten Toonder als dubbeltalent, hij was immers zowel illustrator als auteur, in zijn schepping nieuwe wegen is ingeslagen. In bijvoorbeeld de dagstrips van heer Bommel en Tom Poes tekent hij lang niet altijd datgene wat er in de tekst staat. Integendeel, Toonder overdrijft in tekst of tekening, soms zelfs zodanig dat er sprake is van tegenspraak.

In 1967 werd in de serie ‘literaire reuzenpockets’ het eerste heer Bommel- en Tom Poes-boek uitgegeven: ‘Als je begrijpt wat ik bedoel!’ De reacties op deze uitgave waren uiterst wisselend. Sommige lezers zagen hierin een eerbetoon aan Toonder als literator. Weer anderen klaagden over het te kleine formaat van de tekenstroken en over het feit dat die vaak afgesneden waren! Toonder als tekenaar zou aldus ondergewaardeerd zijn.

Een tekst van heer Bommel lezen zónder daarbij de illustraties bij de hand te hebben doet afbreuk aan het verhaal dan wel aan het begrip!

Beide auteurs van ‘Hebt u geklopt…’ halen de uitspraak van Toonder aan, die als een credo overkomt: “Ik wantrouw de taal, daarom maak ik er tekeningen bij”.

In ‘Hebt u geklopt, heer Olivier?’ tonen de auteurs door middel van vele voorbeelden vervolgens aan dat tekst en beeld bij Marten Toonder onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn! Diverse vormen van ironie als stijlfiguur komen we in zijn werk tegen: hyperbool, litotes, verhaspeling, antifrase, paradox, enzovoorts.

Oosterheert en Verhaak komen met een honderdtal voorbeelden uit de taal- en tekenwereld van Toonder. De auteurs hopen dat lezers het werk van Marten Toonder met andere ogen zullen benaderen waar het de inhoud, taal en tekeningen betreft.

Twee voorbeelden uit het hier aangehaalde boek: we zien bediende Joost helemaal onderuitgezakt de krant lezen, sigaar in de hand, een fles wijn op tafel. In de tekst geeft hij aan “geen slechte betrekking te hebben”. Op een andere illustratie zien we mevrouw Troggel, die haar beide ondeugende zoontjes op het hoofd slaat. De tekst vermeldt: “’En nu stil’, maande ze, terwijl ze de bengels door handoplegging kalmeerde…”

Een goed verzorgde uitgave in hardcover met een prachtige voorplaat van Tim Artz. Het is jammer dat het boek bijna vijftig euro moet kosten, zodat het als cadeautje in veel gevallen letterlijk te hoog gegrepen is!