Recensie | Het wereldsucces van Nederlandse keramiek: Made in Holland

Joure

Nederland is een keramiekland, hoewel de oorsprong van veel bekende soorten niet in Nederland ligt, maar daarbuiten. Het Nederlandse succes begon 400 jaar geleden toen enige Antwerpse majolicabakkers zich gingen vestigen in Delft. Rond 1700 telde deze stad niet minder dan 32 plateelbakkerijen. 

Ter gelegenheid van ‘Leeuwarden – Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa 2018’ wijdt Keramiekmuseum Princessehof met ‘Made in Holland’ een tentoonstelling aan het wereldwijde succes van de Nederlandse keramiek.

Een uitgebreide tentoonstellingscatalogus geeft de geschiedenis van het Nederlandse keramiek weer. Tentoonstelling én catalogus geven uitgebreid antwoord op onder meer de volgende vragen: waar kwamen de Hollandse producten zoal terecht, door wie werden ze besteld, hoe werden ze gebruikt,  en hebben ze de buitenlandse keramiek beïnvloed?

Karin Gaillard (eindred.) & div. medewerkers: ‘Made in Holland’.  Waanders Uitgevers Zwolle, Keramiekmuseum Princessehof Leeuwarden. ISBN 978 94 6262 184 8. 

Zowel de tentoonstelling als de catalogus kennen dezelfde indeling: ‘Delfts blauw: van imitatie tot wereldmerk’, ‘Made in Maastricht:  aardewerk voor de massa en de elite’, ‘Art nouveau uit ‘Holland’: de Nederlandse succesformule op de Parijse expo van 1900’, ‘De glorie van Gouda Pottery op de wereldtentoonstelling te San  Francisco, 1915’ en ‘Dutch Design: een internationaal fenomeen’. 

Delfts blauw 

Van grote invloed op de majolica, die er in de vele Hollandse steden vervaardigd zou worden, was het diverse aanbod van het Chinees blauw-witte porselein, dat de VOC vanaf 1602 in grote hoeveelheden zou gaan importeren. Het echte Chinese porselein was zowel dun als hard en vaak beschilderd met motieven en symbolen, die voor een Nederlander vaak niet te begrijpen waren. Wie het betalen kon, kocht dit porselein. De Nederlandse majolicabakkers namen weliswaar motieven van het Chinese aardewerk over, maar combineerden deze met westerse stijlelementen. In enige decennia zou deze faience, de verfijning van het aardewerk, groeien. Dat de Nederlandse producten aanzienlijk goedkoper waren dan de door de VOC aangeleverde moge duidelijk zijn! 

De plateelnijverheid zou een ongekende groei doormaken, mede doordat er niet meer gegeten werd van tinnen borden, maar witte borden van faience de dienst zouden gaan uitmaken. Er brak zelfs een tijd aan dat de adel het Hollandse aardewerk als decoratie ging toepassen in hun woonverblijven. De Nederlandse republiek zou op een gegeven moment zelf veel aardewerk, waaronder ook tegels, gaan exporteren onder anderen naar de paleizen in Sint-Petersburg, het Oostzeegebied en Japan.  Nederlandse vaklieden werden zelfs vanwege hun vakkennis en kwaliteit ingehuurd om in buitenlandse bedrijven aan het werk te gaan, dan wel deze zelfs op te zetten.

Made in Maastricht

Maastrichtenaar Petrus Regout zou in 1859 de Société Céramique oprichten, die aanvankelijk alleen voor de Nederlandse markt zou produceren. Nadat hij in Engeland ovens en vormmachines had gekocht en Engelse specialisten hem gingen bijstaan, werd het aardewerk van zijn bedrijf steeds beter en zou Regout wereldwijd gaan uitvoeren waarbij het bedrijf op een gegeven momnet uit 1400 medewerkers zou bestaan! Zowel handmatig werd het aardewerk beschilderd, maar ook door middel van de transferprinttechniek.  Vanaf 1899 zou het bedrijf ook onder de naam De Sphinx bekendheid genieten. Divers aardewerk waaronder de vele varianten boerenbont en dat wat in het midden voorzien was van teksten in het Arabisch (,islamitische kunst kent een non-figuratief karakter!,) zou de wereld gaan veroveren.

Art nouveau uit ‘Holland’ 

Vele faience en tegelfabrieken waaronder ‘Holland’ in Utrecht, Brantjes in Purmerend, De Amstelhoek en De Distel in Amsterdam en Thooft & Labouchere v/h De Porceleyne Fles in Delft en Rozenburg gingen in deze tijd van industrialisering terug naar de praktijk van het handwerk om in een groeiende internationale wereld weer een typisch nationale kunstnijverheid in het leven te roepen. Op diverse (wereld)tentoonstellingen toonden de bedrijven hun kunnen. Een prachtig voorbeeld hiervan is het stel majestueuze ‘Vredesvazen’ ter herdenking van de Vredesconferentie in 1899 op huis ten Bosch. De gekroonde initialen W van koningin Wilhelmina en N II voor tsaar Nicolaas II getuigen hiervan. Ook het doorschijnende ‘eierschaalporselein’ zou bewondering oogsten. Motieven van distels, seringen, chrysanten, vogels, vissen, spinnen en slangen zouden door Rozenburg erg veel toegepast worden. 

De glorie van Gouda Pottery

Eigen en gezichtsbepalende producten zouden ontwikkeld worden door PZH, Plateelbakkerij Zuid-Holland. Als Gouda Pottery in de Verenigde Staten en bekroond met een zilveren medaille op de Parijse wereldtentoonstelling zou het naam maken. In 1915 zou het warm beschilderde aardewerk op de wereldtentoonstelling te San Francisco weer van zich doen spreken. 

Dutch Design

Ook nu nog doen ontwerpers als Victoria Anastasyadis, Rob Brandt en Studio Job het zowel nationaal en internationaal goed. De Design Academy Eindhoven  gaat door voor een gedreven toonaangevende ontwerpopleiding.

Zo is de tentoonstelling ‘Made in Holland’ in het Princessehof een heerlijke overzichtsexpositie geworden van wat eens was en nu is. Ambachtelijk vakwerk dat blijft boeien. De expositie kent een overzichtelijke uitstalling , waarbij foto’s en catalogi ter ondersteuning dienen. 

Het boek is mede dankzij de vele onderzoekers die aan tentoonstelling en boek hun medewerking verleenden, én dankzij de fotografen Erik en Petra Hesmerg een prima neerslag geworden. 

De expositie in Keramiekmuseum Princessehof Leeuwarden is nog tot 30 juni 2019 te bezichtigen.


Auteur

Koos Schulte