In het spoor van de kerkuilen

JOURE

Bij de aanleg van Knooppunt Joure zijn de nestkasten voor de uilen verplaatst. De nieuwe snelweg zou te dichtbij de broedplaatsen van de vogels komen te liggen. De werkgroep Kerkuilen heeft in de omgeving naar boeren gezocht die de kasten op hun erf wilden hangen.

Woensdagmorgen maakten drie leden van de werkgroep, Piet Schutten, Joost Boom en Tsjepke van der Honing een ronde. De werkgroep telt op dagen zoals deze het aantal uilen. Nu kunnen ze zien wat voor effect het Knooppunt op de dieren heeft gehad.

Pluizige baby

Piet rijdt de vogelaars naar een boerderij in Vegelinsoord met achter de auto een kar met de ladder. Bij de boerderij begroet een grauwe Rottweiler de werkgroep. ‘We zien pas of het goed gaat, als hij ons niet gebeten heeft’, zegt hij met een stalen gezicht. De kast hangt hoog in de nok op de hooizolder. Tsjepke gaat als eerste omhoog. Moederuil houdt het voor gezien en gaat er vandoor. Piet houdt de ladder stevig vast. ‘Vier piekjes!’ roept Tsjepke van boven. Eentje neemt hij in de hand mee naar beneden. De pluizige baby maakt zachte geluidjes. De mannen schatten dat het beestje een dag oud is. Na een fotoshoot brengt Tsjepke de uil terug naar het nest. De boer wordt op de hoogte gesteld. Hij is blij met het leven in de nok. ‘Mooi dat ze het goed doen’.

Groot vogelliefhebber

Even verderop, aan hetzelfde pad, staat nog een boerderij. Hier zijn meerdere nestkasten geplaatst. De tweede boer is groot vogelliefhebber. De zwaluwen vliegen af en aan. Onder het dak zitten een veertig nesten. Door de droogte zijn de nesten afgebrokkeld. ‘Ik maak de modder regelmatig nat’, vertelt hij. ‘Dan hebben ze weer wat cement om mee te bouwen.’

Jonge uilen

In de stal zijn twee nesten. Eentje is onmogelijk te bereiken met de ladder. Toch kiest die uil het hazenpad. De andere kast is wel te doen. Vier jonge uilen zitten erin. Tsjepke neemt twee mee naar beneden. ‘Drie weken oud’, schat Piet. Het zijn felle dieren. De mannen moeten om hun vingers denken. De uilen en het nest zien er volgens de werkgroep goed uit met voldoende stro. De boer kijkt over de hooivork mee met de werkgroep. In de kast tegenover het huis is dit anders. Vier bruinzwart gespikkelde eieren liggen op het kale hout. Een paar handjes modder moet hen bescherming bieden.

Max Verstappen

Op de terugweg klapt de ladder op de kar als Piet over de hobbels rijdt. ‘Max Verstappen is er niets bij’, grapt hij. ‘Zeker niet met een kar erachter’, lacht Tsjepke mee. De wenkbrauwen van Joost rijzen, maar ook hij heeft er schik in. Joost zit nog maar een paar maanden bij de groep. ‘Ik zag een oproep in de Jouster Courant, waarin ze zochten naar vrijwilligers’, vertelt hij. ‘Dat leek mij wel wat. Ik hou veel van vogels, mijn hele leven al. Dit is een mooie kans om er meer mee te doen.’

Bruine kiekendief

‘Verstappen’ houdt even in voor de bruine kiekendief. De vogel vliegt met dezelfde snelheid op een drie meter van de auto. Parallel aan elkaar gaan de vogel en de vogelaar door het landschap. De drie mannen kijken ademloos naar het spektakel. De magie wordt pas verbroken als Piet voor een tegenligger aan de kant moet. ‘Jammer’, zegt hij. ‘Het ging net zo mooi’.

Aantal uilen is gelijk gebleven

Het drietal heeft in totaal tien kasten gecontroleerd. Op negen locaties waren uilen. Op één van de plekken heeft een steenmarter de eieren geroofd. Op de andere acht telden ze 22 jongeren en 16 eieren. De werkgroep komt hiermee tot de conclusie dat het broedseizoen later is begonnen en dat het aantal uilen in de gemeente nagenoeg gelijk is gebleven. Daarmee lijken de maatregelen die zijn genomen te werken.

Tekst: Brenda van Olphen