Recensie Het échte boek van Lo Hartog Van Banda en Thé Tjong-Khing: ‘Iris’

JOURE

Op 14 januari 1967 werd er in San Francisco het poëzie- en muziekfestival ‘Gathering of the Tribes’ gehouden waarmee de hippiebeweging zich voor het eerst massaal manifesteerde.

Het mag de aanzet genoemd worden van “The summer of love”, het zich op allerlei manieren afzetten tegen de gevestigde orde, die drugs, vrije sex, tegendraads gedrag ten aanzien van oorlogen enzovoorts verwerpelijk achtte. Deze roerige zomer zou uiteindelijk ten onder gaan aan haar eigen succes, maar waarschijnlijk ook door haar eigen naïviteit. Toch zou datgene wat de hippies op gang gebracht hadden zich in de jaren die volgden als een olievlek verspreiden. 
Muziek en beeld zouden op kleurrijke wijze invulling gaan geven aan het leven van alledag. Posters, kleding en muziek, denk in ons land bijvoorbeeld aan de hoes van de ‘Picnic’-lp van Boudewijn de Groot of aan die van ‘Trippin’ thru a midnight blues’ de lp van Cuby & Blizzards, beide uit 1968, zijn daar voorbeelden van.


En het boek ‘Iris’ dat de geschiedenis in zou gaan als het eerste stripboek voor volwassenen in Nederland.  Momenteel, vijftig jaar na het verschijnen van dit boek, ligt het weer in de winkel, mooier dan het ooit als eerste druk de persen had verlaten…


Lo Hartog van Banda: ‘Iris, een roman voor kijkers’. Sherpa. ISBN 978 90 8988 157 1.


Sinds 1967 hadden zowel scenarioschrijver Lo Hartog van Banda als tekenaar Thé Tjong-Khing zich afgescheiden van de Toonder Studio’s, waar ze al meermalen hadden samengewerkt. 
Op een dag kwam Van Banda langs bij Khing. Hij had een boek in popstijl gezien van de Belg Guy Peellaert, dat hem erg had aangesproken in deze “poptijd” van 1968: ‘Jodelle’. Het was een stripboek  als satire in moderne beeldtaal, getoonzet in felle, levenslustige kleuren. Het hoofdpersonage was weergegeven naar het zangeresje Sylvie Vartan, het Franse “next door”-meisje dat destijds getrouwd was met rock idool Johnny Hallyday. ‘Jodelle’ speelde zich af in een fantasiewereld in de toekomst. Het zou uiteindelijk leiden tot de grafische roman, gericht op een volwassen publiek.


In 1967 was De Bezige Bij net begonnen  de literaire Bommel-pockets van Marten Toonder uit te geven  en Van Banda zag zijn kans schoon. Thé Tjong-Khing was enthousiast, dan moest “De Bij” dat ook worden.  En inderdaad, de toenmalige directeur Geert Lubberhuizen ging overstag…: ‘Iris’ zou uitgegeven worden! 


Iris


De Bezige Bij bedong bij de toekomstige makers dat ‘Iris’ op de Boekenmarkt in de Amsterdamse RAI, die van 11 tot en met 20 oktober gehouden werd,  zou uitkomen. Dit hield in  dat zij slechts vier maanden tijd hadden.


Van Banda’s uitgangspunt was dat het ‘zien’ op de eerste plaats zou komen en ‘lezen’ op de tweede: beeldlezen! Het resultaat zou een boek moeten worden met eigenzinnige figuren, die het verhaal ondergeschikt zouden maken aan hun grillen. Impressies en emoties moesten geaccentueerd worden. Belangrijk zou zijn hoe Iris iets ondergaan zou, minder belangrijk wát zij ondergaat. De kijker, aldus Van Banda, moest dingen zien door háár ogen, vandaar de naam IRIS!
In de bijlage van de vernieuwde uitgave van ‘Iris’, een dossier waaraan zeer veel aandacht is geschonken, van meer dan zestig pagina’s vol foto’s, illustratiewerk, documenten, enz. vertelt Thé over de totstandkoming.: “Het mooiste was natuurlijk wanneer hij (Van Banda)verrast was.  Zoals ik verrast was door zijn wendingen van het verhaal…”


Het verhaal


‘Iris’ speelt zich af in een stad waar niet meer gewerkt hoeft te worden. Amusement met overal reclames, speelhallen, jukeboxen en pretpaleizen maken de dienst uit. Deze wereld openbaart zich als een grote speelhal vol luxe en gemak. De  jeugd, die extravagante, futuristische kleding draagt en zich vermaakt met uitgaan en seks, manifesteert zich hierin. Een stel gewetenloze droomkoningen  zullen hier hun machtsstrijd uitvechten. Zo wordt Iris door droomkoning MG uitgenodigd auditie te doen voor een musical.  Een kwaadaardige Joop van den Ende, wiens motto luidt:  Wie wint wordt een ster. Iris’ vriend Mark is niet gelukkig met deze gang van zaken: als het geen spel meer is, raak je dus je vrijheid kwijt…


Mark heeft het goed voorzien. Iris wordt een kunstmatig idool, een hype. Zelfs wordt er een levensechte speelpop van haar vervaardigd, die overal te verkrijgen is. Iris verliest in deze wereld haar identiteit; ze is slechts een product geworden.  Mark gaat op zoek naar haar en in een ondergrondse tocht van mythische proporties om te proberen haar uit MG’s droomwereld te verlossen. Of hij daar in slaagt is niet aan Lo Hartog van Banda en Thé Tjong-Khing, maar aan de lezers…


De productie


Was Marten Toonder op voorhand ingenomen door Thé te schrijven: “Peellaert (de tekenaar van ‘Jodelle’) kan niet tekenen. En jij wel!”, toch zouden er nog allerlei obstakels opdoemen met name bij de productie.  De inkleuring was niet naar de zin van Thé, de inkleurder had allerlei fouten gemaakt (!), en toen de uitgever te kennen gaf dat de tijd te krap was om het boek helemaal in te kleuren, werd er gekozen voor een editie die deels in kleur en deels in zwart-wit uitgevoerd was. 
Toch zou ‘Iris’ succesvol worden. De vele stijlen, soms in de vorm van een droom, dan weer als een opera verweven werkelijkheid en waarneming. Thé kon dromen bedenken en in beeld brengen, een op filmische wijze opererende handwerksman.  De tekenaar modelleerde alle personages naar bestaande personen. Iris werd vormgegeven naar het destijds beroemde fotomodel en mannequin Twiggy.


Voor de op groot formaat heruitgebrachte ‘Iris’ ( 25 x 34,5 cm) werd vormgever Rudy Vrooman aangetrokken om de strip te restaureren, waarbij aan de inkleuring zeer veel aandacht is geschonken.  Het eerder aangehaalde dossier laat geen bijzonderheid onvermeld en verdient niets dan lof. Het boek in een oplage, die 800 exemplaren bedraagt naast 100 in een luxe editie, mag zonder meer het magnum opus van Thé Tjong Khing genoemd worden.  Het toetje, nadat de uitgever eerder al de complete ‘Arman & Ilva’-serie van dezelfde makers had uitgegeven.  
‘Iris’,  het meest beeldbepalende Nederlandse stripboek uit de swinging sixties, dat dit jaar op sprankelende wijze 50 jaar jong is geworden!


Koos Schulte


 


Auteur

Koos Schulte