Recensie | ‘De verbeelder verbeeld(t)’ over boekillustraties en beeldende kunst

Joure

De kunstenaar aan het werk en het werk van de kunstenaar zijn de thema’s in ‘De verbeelder verbeeld(t)’, een lijvig boek dat in 35 hoofdstukken hieraan aandacht besteedt.

Het boek mag een zelfstandig te lezen vervolg heten op ‘De verbeelders’, het overzichtsboek uit 2014 van kunsthistorica Saskia de Bodt. 


A.C.Koldeweij & J.Koldeweij, red. ‘De verbeelder verbeeld(t). Boekillustratie en beeldende kunst’. Uitgeverij Vantilt ISBN 978 94 600 43 62 8. 


Het omslag van Thé Tjong-Khing verbeeldt in zijn ogenschijnlijke eenvoud meteen waarom het gaat als men iets weergeeft. We zien een schilder aan het werk, die met zwier een jongeling schildert, duidelijk iemand van hogere komaf, voorwaar een koning, die heroïsch te paard ten strijde trekt. Het model, “het lijdend voorwerp” zit op een krukje, lijkt aan de zwaarlijvige kant, kortom is een totaal ander personage dan “de held” op het doek…  Het schilderij zou een pastische kunnen zijn van een ruiterportret van Lodewijk XIV dan wel Napoleon.
Zo staat het omslag meteen garant voor een diversiteit aan essays over het verbeelden in boeken, op schoolplaten, schilderijen en steendrukken.


Diversiteit


Tal van auteurs hebben hun bijdrage geleverd.  Over de getransformeerde zelfportretten van Peter Vos, de kunstenaar, die zich steeds als ander personage, mens of dier, verbeeldde. Over wandtapijten, die na de dood van kunstenaar August Macke, naar werken van deze leidende kunstenaar van ‘Der Blaue Reiter’ gemaakt werden, enz.
Zoals men zich kan voorstellen zal het ene item de lezer meer aanspreken dan het andere. Waarom bijvoorbeeld verbeeldde kunstenaar Marc Chagall zich in de jaren 1912-1913 met een hand, voorzien van zeven(!) vingers. En wie werden er op de schilderijen van Gerard van Honthorst (159-1656) geportretteerd.
Weer anderen zullen meer geïnteresseerd zijn in de razzia-illustraties, die tekenaar Johan Herman Isings moest maken voor het lager onderwijs. Zijn schoolplaat ‘Naar het concentratiekamp, 1945’ zou nooit het succes evenaren van schoolplaten als ‘De Noormannen voor Dorestad’ en ‘Een hagepreek buiten Utrecht’. 


Of de schrijvers van de essays wisten dat er op het moment van schrijven gewerkt werd aan biografieën is mij onbekend, maar dat er in dit boek interessante aanvullingen staan, staat buiten kijf. Zo schreef Wim Hazeu onlangs de biografie van de dichter en beeldend kunstenaar Lucebert. In ‘De verbeelders verbeeld(t)’ lezen we over de boeken en jazzplaten, die van invloed moeten zijn geweest op Luceberts werk.
Ook de andere onlangs verschenen biografie over leven en werk van Jacob van Lennep (1802-1868), ‘Een bezielde schavuit’ van Marita Mathijsen, kent een uitstekende aanvulling.  Aan  illustrator Willem de Famars Testas en zijn inbreng bij de totstandkoming van de geïllustreerde prachtuitgave van de Romantische werken werd een uitstekende verhandeling gewijd. 


Zo zijn er nog legio interessante zaken na te gaan, bijvoorbeeld over Georg Sturm, de kunstenaar die de statenzaal in Leeuwarden, die te Assen en de wanden van het Rijksmuseum van prachtige historische wandschilderingen wist te voorzien. En dan is er de bijdrage die Gieneke Arnolli, conservator bij het Fries Museum schreef over haar vader Jans Alef Arnolli, toen die in de jaren vijftig de opdracht kreeg de serie leesboekjes ‘Buurkinderen’ voor de lagere scholen van meer eigentijdse illustraties te voorzien, ter vervanging van die van Cornelis Jetses.


‘De verbeelder verbeeld(t)’is een heerlijk kijk- en leesboek geworden voor iedereen, die begaan is met vormgeving in de meest uitgebreide zin van het woord.


Koos Schulte


Auteur

brenda.van.olphen