Recensie | Het complete proza deel 3 van Marten Toonder

JOURE

Een goed jaar geleden begon Klaas Driebergen, voormalig medewerker van de Toonder Compagnie, met een serie uitgaven rond Marten Toonder: het complete proza.


Voorwaar een prestigieus project. Immers vier delen beoogde de uitgever in spé binnen een jaar uit te geven en voor een serie die “compleetheid” beoogde moest hij zich aan zijn woord houden! Nu, een jaar na dato is het afsluitende deel 3 verschenen. Driebergen, schrijver, redacteur en fotograaf heeft zich hiermee in één klap als eenmansuitgever geprofileerd, hoewel zijn complete oeuvre inmiddels meerdere titels betreft. Afgelopen jaren verschenen van hem bij gevestigde uitgeverijen o.a. ‘Bommel en Bijbel’, het ‘Schrijversprentenboek, Marten Toonder: Een dubbel denkraam’ en met Dick de Boer: ‘Nu is de moen gevangen: Alle poëmen van Marten Toonder”.  


In dit derde deel ‘Alleen maar papier’ komen we onder anderen de natuur tegen, waarbij het feilloos aansluit bij het thema van de Boekenweek: ‘Natuur’. 


Marten Toonder: ‘Alleen maar papier’ met als ondertitel ‘Essays over Ierland en levensbeschouwing; autobiografische stukken’. Deel 3 uit de serie ‘Het complete proza’. Uitgeverij Klaas Driebergen Amstelveen. ISBN 978 90 826855 2 7. (Te bestellen bij: www.klaasdriebergen.nl)


In 1965  emigreerde Toonder met zijn gezin naar Greystones in Ierland om daar een nieuw bestaan op te bouwen, ver van het, voor hem, hectische Nederland. Zoals hij het zou verwoorden: “In plaats van een schrijvende tekenaar ben ik een ondernemende werkgever”. 


Tijdens zijn verblijf in Ierland, maar ook in de jaren, die hij nadien in Nederland zou slijten, zou hij vaak refereren aan de woeste natuur en de Keltische mystiek, die hem zo dierbaar waren geworden: “Een grote verlatenheid, vol van geheimzinnig leven waarin we werden toegelaten. Maar een rol speelden we er niet in. We werden geduld; meer niet”. Toonder was naar Ierland vertrokken omdat hij zijn eigen verhaalwereld , die van Bommel en de zijnen, in het landschap herkende.  Zijn visie op de natuur stemt nog steeds tot nadenken: “Ik begreep dat het begrip ‘natuur’ voor ons eigenlijk geen betekenis heeft. In ons land heeft men ‘milieu’: kunstmatige landschappen, met zorgzaam geplante bomen. Kaarsrechte asfaltwegen, die van hier tot ginder lopen, en dat alles onder een bleekblauwe lucht. Dat milieu moet beschermd worden, omdat de bomen ten onder gaan aan zure regen en een vergiftigde bodem. We zijn iets aan het beschermen dat in wezen half dood is…”


In dit derde deel van de serie ‘Het complete proza’ komen we dan ook meerdere essays over Ierland tegen. Ook het nog nooit elders verschenen ‘De Ierse cultuur in de EEG’ waarin Toonder welhaast meedogenloos stelt: “Praten over cultuur leidt tot theoretische beuzelarij en dooddoeners; cultuur dient te leven.”
Het boek is vol van melancholie, nostalgie, en in zijn referaten over levensbeschouwing, komen we een andere Toonder tegen, de uiterst serieuze naast de meer “koutende” , die uitweidt over Heer Bommel: “Hij begon als een Amerikaan. Voor ons stond de ‘Amerikaan’ voor het begrip vrijheid: we wisten toen nog niet of Amerika aan de oorlog mee zou gaan doen. In de eerste plaats was hij dus een teddybeer. Maar daarnaast heb ik hem spontaan een ruitjesjas aangetrokken, omdat alle Amerikanen ruitjesjassen dragen, zoals we weten…” Het hier aangehaalde is ooit uiteengezet door Toonder toen hij een lezing hield voor de Interdisciplinaire Vereniging voor Analytische Psychologie, en waarschijnlijk nooit eerder in druk verschenen.


De dood van Toonders vrouw Phiny


Uitermate indringend is een tekst die samensteller Klaas Driebergen in het Literatuurmuseum te Den Haag opdiepte. Een niet geplaatst fragment, dat waarschijnlijk bestemd was voor Toonders autobiografie. Over het ziekteproces en daarop volgende dood van zijn geliefde vrouw Phiny. “Het was inderdaad de donkerste periode van mijn leven, toen Phiny pas gestorven was. Er was een grote duisternis om me heen, en die eenzaamheid was bijna onverdraaglijk”. Toonder besluit dit relaas door zijn huishoudster in het verhaal te betrekken: “Ze zorgde voor me als een moeder, zodat ik niets te klagen had, en als een verwend man in dit mooie huis woonde. Verwend in het materiële, maar ongelukkig wat de geest betreft”.


Met dit derde deel van het kwartet aan uitgaven, het complete proza van Marten Toonder betreffend, is de cirkel rond. Vier uitgaven resten ons, boeken die de kunstenaar, de filosoof en bovenal de mens hierachter op innemende wijze weergeven.  Een serie, die in al zijn gradaties een rijke aanvulling is op hetgeen er ooit van Toonder in boekvorm is uitgebracht.


Koos Schulte


 


Auteur

brenda.van.olphen