Recensie | Robbedoes, de bell-boy van de ‘Île de France’

JOURE

Madly en haar zoon, die door iedereen “de rooie” genoemd wordt, werken in een armoedig Frans circus dat te lijden heeft onder de wereldwijde recessie, die het jaar 1929 heeft ingezet.

Tijdens hun acrobatiekoptreden komt moeder om het leven en besluit de opgroeiende zoon zijn heil te zoeken in het land van de onbegrensde mogelijkheden, Amerika. Als verstekeling op het stoomschip ‘Île de France’ hoopt hij zijn kans waar te nemen, maar helaas wordt hij ontdekt… Verron en Y.Sente: ‘Ze noemden hem rooie’. Dupuis ISBN 978 90 314 3563 0. In de serie ‘Robbedoes door…’, deel 13, waren het ditmaal Laurent Verron met name bekend als de tekenaar van de serie ‘Bollie en Billie’, en Yves Sente, de scenarist van veel prachtige scenario’s voor onder anderen ‘Blake & Mortimer’, ‘XIII’ en ‘Thorgal’, die het deel voor hun rekening mochten nemen. Tijdens de grote economische malaise zijn onlusten en stakingen aan de orde van de dag. Zelfs op het paradepaardje van de Compagnie Générale Transatlantique, de ’Île de France’ zijn krachten aan het werk, die op krachtdadige wijze ontslagen willen tegengaan. Onder de passagiers bevinden zich ook reder Sainteloi, zijn ziekelijke dochter Juliette, en de gouvernante Oscarine Grandjean. Als de rooie wordt ontdekt, kan hij toch als bell-boy aan het werk worden gezet omdat er één afgehaakt is wegens ziekte. Een medereiziger noemt de verstekeling “een robbedoes”, een wilde levendige kwajongen. Deze naam zal in de toekomst zijn geuzennaam worden! De sociale onlusten op het schip komen meer en meer aan de oppervlakte en zelfs worden er bemanningsleden van verdacht de medicijnen van Juliette opzettelijk te hebben gestolen om maar pressie uit te oefenen. Een op het schip aanwezig vliegtuig, de dubbeldekker ‘La Petite Suzie’, wordt ingezet om geneesmiddelen voor het doodzieke meisje uit New York te halen, waarbij de acrobatische Robbedoes goede diensten weet te verrichten. De verhouding tussen de weesjongen Robbedoes en societykind Juliette is optimaal, hoewel het standsverschil niet te overbruggen valt. Onder het personeel bevindt zich ook de sympathieke steward van de speelzaal, Robert Velter, die veel schetsen maakt aan boord. Onder anderen van het jongetje met zijn warrige haardos: Robbedoes. Wanneer hij in 1930 op een andere boot van de rederij, cruiseschip ‘Champlain’ vaart, valt hij door zijn bijzondere tekentalent op bij passagier Martin Branner. Dit is de tekenaar van ‘Winnie Winkle’, de strip die hier onder de naam ‘Sjors’ bekend zou worden. Bij hem leert hij het vak van striptekenaar. Als Velter in 1936 terugkeert naar Frankrijk wordt hem door uitgever Paul Dupuis gevraagd een personage te ontwerpen voor een nieuw stripblad. Zo zal “de rooie” als Robbedoes in het nieuwe blad voortleven. Deze nieuwe loot uit de serie Robbedoes-delen mag er zijn. Het verhaal is enerzijds spannend en kolderiek, anderzijds serieus. Op aannemelijke wijze is het begin van weekblad ‘Robbedoes’ en diens schepper Rob Velter in beeld gebracht. De tekenstijl is semi-realistisch en de platen zijn vol vaart getekend. Bij een herdruk moet er nog wel een correctie toegepast worden. Het boek begint en eindigt met Oom Paul, die het verhaal anno 1959 aan zijn oomzeggertjes vertelt. Een gezellig pijprokende corpulente man in een heerlijke fauteuil. De vertaler heeft de naam Paul aangehouden, en er geen rekening mee gehouden dat Paul ooit vertaald is als Wim , Oom Wim! In weekblad ‘Robbedoes’ begonnen de waargebeurde verhalen altijd met ‘Oom Wim vertelt’. Om critici de mond te snoeren, die vonden dat de jeugd niets leerde van “stripblaadje”, moesten de waargebeurde verhalen voor het educatieve element zorgen! Overigens een stripboek dat jong en oud van het begin tot het einde zal verslinden! Koos Schulte

Auteur

Redactie