Recensie | Marten Toonders ‘Koning Hollewijn’ helemaal terug dankzij uitgeverij Cliché

JOURE

In november 2017 sloot uitgeverij Cliché het uitgeef-contract met de Toondercompagnie betreffende het heruitgeven van de series ‘Koning Hollewijn’ en ‘Panda’.

Voornoemde series waren na de ‘Tom Poes- en Heer Bommel-strip’ de meest succesvolle uit de rijke carrière van de Godfather van de Nederlandse krantenstrip. Marten Toonder: ‘De belevenissen van Koning Hollewijn’. Deel 1. Uitgeverij Cliché. ISBN 978 90 6438 5018. Het 23e verhaal van de dagstrip van heer Bommel en Tom Poes werd op maandag 20 november 1944 afgebroken omdat, naar het heette, Tom Poes “ziek was”. De werkelijkheid was echter dat Marten Toonder weigerde op dat moment te blijven publiceren voor het foute dagblad ‘De Telegraaf’. Na de oorlog kreeg deze krant een verschijningsverbod en Marten Toonder zocht naarstig naar nieuwe publicatiemogelijkheden, die hij vond in de ‘Nieuwe Rotterdamse Courant’, waar op 10 maart 1947 het 24e verhaal van beiden, ‘De wonderdokter’ van start ging. Nadat in de landelijke pers de dagstrips ‘Kappie’ (1945) en ‘Panda’ (1946) succesvol werden gepubliceerd, wilde de wakkere krant van Nederland ook zelf weer graag een krantenstrip van Toonder waarvan zij het alleenrecht hadden. Voorwaarde moest tevens zijn dat er regelmatig een stuk “Nederlandse actualiteit”, noem het herkenning, in de strip zou voorkomen. Toonder bedacht een aantal figuren, schreef een plot, en al snel ging de krant akkoord met een dagstrip waarin een koning zonder politieke bevoegdheden de hoofdrol zou spelen. Slechts een symboolfunctie mocht hem toebedeeld worden. En zo kon ‘De Telegraaf’- lezer al in korte tijd Koning Hollewijn, woonachtig in Paleis Oudewater in zijn hart sluiten. Koning Hollewijn Op 20 maart 1954 verscheen de eerste aflevering van Koning Hollewijn in de krant van ‘De holle appel’. Al in de eerste alinea leert de lezer hem kennen: “Om zo de hele acht-urige arbeidsdag, als symbool zijnde, op een troon te zitten, valt heus niet mee als men niet veel aanspraak heeft. Hij placht dan ook van tijd tot tijd naar het venster te schrijden en een blik op de gierende trams en de knallende motoren te werpen”. In tegenstelling tot de Panda en Tom Poes-strips had Toonder de serie opgezet in een semi-realistische inkttechniek, zoals hij die ook had toegepast in zijn spotprenten voor het satirische blad ‘Metro’. De strip, telkens bestaande uit drie tekeningen met de opmerkelijke afgeronde hoeken, zou uitgroeien tot een strip die een milde satire zou worden van het Nederland in de jaren vijftig en zestig. Om terug te gaan naar de allereerste aflevering: als koning Hollewijn op de troon zit en druk doende is zijn zware, gouden rijksappel te dragen, doet het drukke treinverkeer zijn troon schudden. De middelste tekening verbeeldt een groot plein, dat met enige verbeelding zou kunnen staan voor ‘De Dam’. We zien een drukte aan voetgangers, trams, auto’s én veel vrachtwagens, opponenten van die jaren, bijna zichtbare bewijzen dat de tijd van wederopbouw in volle gang is. De serie werd succesvol en zou tot 26 juni 1971in de krant lopen. Voor Toonder en zijn medewerkers was de serie echter minder interessant, daar waar het ’t financiële gewin aanging. Doordat de ondertoon in de verhalen veel Nederlandse trekjes kende, was de vraag naar deze Toonder-dagstrip in het buitenland minimaal. Slechts Denemarken en Zweden, landen die een vergelijkbare constitutionele monarchie kenden, gingen over tot publicatie van Hollewijn. Toonder, die zich tot en met het vierde verhaal met zowel het plot als het tekenwerk bemoeide, bleef de strip uiteraard volgen, maar bouwde zijn bemoeienis met Hollewijn en de zijnen redelijk snel af. De reden was mede de kwantiteit maar belangrijker nog de kwaliteit, die zijn medewerkers tentoonspreidden. Zo was daar Toonders zoon Eiso, die jarenlang de scenario’s zou verzorgen en niet te vergeten de onvolprezen Lo Hartog van Banda. Voor “niet ingewijden”: voor alle bekende strips afkomstig uit de Toonder studio’s zou hij voor onvergetelijke bijdragen zorgen: ‘Aram’, Tom Poes’,‘Kappie’, ‘Arman & Ilva’, enzovoorts. In later jaren zou hij voor de televisie series opzetten als ‘Ti-ta-tovenaar’, en ‘De Bereboot’. Beide heren hadden het vermogen zodanig te schrijven aan ‘Koning Hollewijn’, dat er geen stijlbreuk was met de schrijfstijl van Marten Toonder! Echter ook de tekenaars die aan de strip werkten waaronder Ben van Voorn, Ben van ’t Klooster, Thé Tjong-Khing, Jan Wesseling, en de tekenaar die meer dan veertig verhalen (!) op zich zou nemen Piet Wijn, bewezen elk op hun manier dat het tekenen in hun bloed zat met pure kwaliteit. Overigens hebben er veel meer illustratoren zich met Koning Hollewijn beziggehouden, maar helaas zijn niet alle gegevens daaromtrent bewaard gebleven. De personages Zoals in alle strips van Marten Toonder het geval is, kent ook de hoofdpersoon Koning Hollewijn een nevenpersonage naast zich. Had Heer Bommel zijn trouwe kompaan Tom Poes, Kappie de Maat, Panda zijn butler Jollipop en Aram zijn schildknaap Presto, Koning Hollewijn had niemand minder dan Wiebeline Wip, een secretaresse van formaat. Ondanks dat ze als een “teenager” verbeeld werd, strak truitje, wijde rok, die later veelal vervangen zou worden door een “o zo hippe” spijkerbroek én een paardenstaart zoals de destijds bekende filmster Brigitte Bardot die vaak droeg, zou ze in het merendeel van de verhalen van de koning uitgroeien tot diens geweten. Is de koning soms naïef , de vele jaren jongere Wiebeline is dat ook, maar doorziet soms eerder een precaire situatie. Aardig is het dat stopwoorden in de strip, zoals Wiebelines “gompie” in deze tijd als verouderd beschouwd worden, maar tja “cool” kende men destijds nog niet… Andere personages die in de zeventien jaar durende dagstrip hun entree maakten zijn Magnus Daalder, een geslepen zakenman die haast te vergelijken is met Joris Goedbloed uit ‘Panda’. Dan is er Minister-president Dreutel, die het vertrouwde gevoel uitstraalde van de socialistische premier Willem Drees, de kunstenaar Halbo Hoep, een soort Karel Appel in spé, en hofdetective Euvel, de beveiliger van de koning, die het uiterlijk kende van Dirk Huizinga, één van Toonders meest vooraanstaande scenaristen. Eén van de meest aansprekende figuren is generaal Hoetentoeter, die een leger heeft bestaande uit één soldaat, het “Manschap”, dat gelegerd is in legerplaats Horrelhoef. Echter ook anarchist Zwederik Loser - anarchisten waren in de jaren vijftig “not done” - en twee spirituele heksachtige zusters, evenmin geliefd in de jaren waarin Greet Hofmans ten paleize Soestdijk vertoefde, zijn karakters van formaat. En zoals ooit Bonny & Clyde als criminelen neergezet werden, zijn dat in de strip Alexander en Troubelle, wel twee erg domme crimineeltjes! Zo kent ‘Koning Hollewijn’ een scala aan personages dat deel uitmaakt van de strip. Figuren, die ook na lezing nu nog springlevend zijn en de verhalen schwung geven, zoals Hiep Hieper en Bul Super , de Markies en Bulle Bas dat bijvoorbeeld doen in de verhalen rond Heer Bommel. De banden Het is de bedoeling dat het koning Hollewijn-epos in een serie van negentien in rood kunstleer vormgeven banden uitgebracht wordt. Het eerste is hier beschreven, hoewel er ook al een tweede deel uitgegeven is. De serie, enige jaren terug opgezet door de Haagse uitgeverij Panda, kent in deze delen dan ook nog de imprint ‘Panda’. Vanaf maart, wanneer deel 3 uitgegeven wordt door de uitgever uit Maarssen, Ton Mackaaij bij diens uitgeverij Cliché, zal dát vanzelfsprekend de imprint worden. Elk deel in de serie ‘Koning Hollewijn’ kent een aanvullend dossier waarin de ontstaansgeschiedenis , dan wel de gebeurtenissen uit die jaren, op interessante, plastische wijze uiteengezet worden. Veel beeldmateriaal, zoals advertenties, schetsen, foto’s, enz. zorgen daarbij voor ondersteuning bij het lezen. Een interessante uitgave voor diegenen, die, wie weet, al in het bezit zijn van de lang geleden uitgegeven (pocket)edities rond paleis Koudewater en diens hoofdbewoner koning Hollewijn. De tekenstroken zijn ditmaal op groot formaat uitgebracht en haarscherp weergegeven. Zij, die deze strip (nog) niet kennen, maar wel houden van de wederwaardigheden van ‘Heer Bommel en Tom Poes’, zullen deze na lezing ongetwijfeld in hun hart sluiten. Om iedereen bekend te maken met deze serie heeft de uitgever een speciale introductieprijs voor dit eerste album vastgesteld! In de toekomst zal ik u zeker op de hoogte houden van deze nieuwe uitgaven rond ‘Koning Hollewijn’ in optima forma! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen