Recensie | Terug in de tijd met ‘Het rode autootje’

JOURE

In de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw kende het familieweekblad ‘Panorama’ wekelijks voorplaten, die geschilderd waren en zodoende een heel andere impact hadden dan de fotografische covers, die in de jaren nadien het blad zouden sieren.

De op dat moment beste illustratoren uit zowel binnen- als buitenland was die eer toebedeeld. Zo maakte de uit Haarlem afkomstige illustrator Nico van Dam (1923-2010) in de jaren ’66-‘71een reeks waarin steeds een stad of dorp afgebeeld werd, met daarin telkens een verholen grapje. Liefhebbers zal het opvallen dat op veel van die platen een rode auto afgebeeld stond, een rode Citroën, in de volksmond “snoekebek” genoemd. Tegenwoordig kennen deze “stedenplaten” tal van verzamelaars! Qua sfeer komen de vele ansichtkaarten uit de verzameling van Sonja van Hamel overeen met deze voorplaten. Zij verzamelde de prenten jarenlang om ze uiteindelijk te bundelen in ‘Het rode autootje’. Sonja van Hamel: ‘Het rode autootje’. Uitgeverij De Harmonie i.s.m. Birdfish. ISBN 978 94 6336 035 7. De auto op de Panorama-voorplaten was vaak dezelfde omdat de toenmalige hoofdredacteur Gerard Vermeulen de tekenaar naar de plaats bracht waar hij zijn schetsen, kleuraanduidingen en bijzonderheden kon maken. De tekenaar beleefde er zodoende genoegen aan de auto op de prenten weer te geven. Meer dan een decennium geleden kocht grafisch ontwerpster en muzikant Sonja van Hamel een uitvouwboekje op de Amsterdamse Noordermarkt met daarin tal van ansichtkaarten van de Afsluitdijk uit de jaren zestig. Toen ze de kaarten nauwkeuriger bekeek zag ze daarop tot haar verbazing telkens een rode auto terugkeren onder een strak blauwe lucht. Nadat ze op rommelmarkten, in kringloopwinkels en op verzamelaarbeurzen op zoek ging naar meer ansichtkaarten uit het einde van de jaren vijftig en de vroege jaren zestig - de kaarten moesten immers wel in kleur zijn(!) - trof ze op een groot deel van de kaarten telkens een rode auto aan, een verschijnsel dat ook wel het Tati-element genoemd wordt. De fascinatie voor het verschijnsel van ‘het rode autootje’ werd zo hevig dat ze er hele fantasieën op los liet gaan: waren de foto’s geënsceneerd, waren ze ingekleurd? Een voormalige fotograaf van ansichtkaarten vertelde haar dat een rode auto een saai dan wel kleurloos gebouw wist op te vrolijken. Een rode auto was zodoende een graag geziene “gast”! Zelfs waren er fotografen, die met graagte hun eigen rode auto ergens parkeerden om zodoende een aangenamer plaatje te schieten. Ook kwam het voor dat fotografen de rode kleur van een gefotografeerde auto iets aanzetten om deze toch vooral te laten opvallen. In de inleiding schetst Nienke Denekamp het huidige kleurenpalet van auto’s. Meer dan de helft van de autobezitters gaat tegenwoordig voor grijs of zwart. Slechts zes procent schaft zich nog een rode auto aan. Bij snelheidscontroles zouden rode auto’s eerder worden aangehouden, misschien omdat rode auto’s sneller lijken te rijden, een optische illusie. De rode auto was in de jaren zestig, zeventig nog erg in trek. Het leek de groeiende welvaart, meer vrije tijd en avontuur te verbeelden. En op de foto’s: “Kijk, daar zijn we helemaal naar toe gereden…” In ‘Groeten van het rode autootje’ zien we diverse types auto van Volkswagen naar Opel en van ‘Lelijke eend’ naar Fiat . Het woord “autootje” is dan ook eigenlijk niet altijd op zijn plaats, klein afgebeeld veelal, dat wel, maar in werkelijkheid vaak een aardige gezinsauto. Zo is ‘Het rode autootje’ vooral een fijn kijkboek geworden, waaruit eens te meer blijkt hoe het ooit was. Een boek dat ook met kinderen bekeken kan worden als ware het een prentenboek. Het is leuk te weten dat beide personen, die zich hard maakten voor dit boek met de titel, die zo van een Gouden Boekje afkomstig zou kunnen zijn, zelf hier ook regelmatig nog mee te maken hebben. Sonja als vormgeefster en Nienke als schrijfster. En waarschijnlijk beiden dol op een roodgekleurde auto… Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen