In memoriam | ‘Dag Herman’

Joure

Herman Kramer is na een ziekbed van een paar maanden overleden. De markante man zal worden gemist, want bij een bezoek aan de Midstraat kon je er bijna zeker van zijn dat je hem tegen kwam. Zijn grijze container vooruit duwend, met een grijper in zijn hand ruimde hij de rommel op. Geen blikje, papiertje of pakje shag bleef liggen. Zijn voetstappen werden in de loop van de jaren steeds zwaarder, maar hij bleef de rondes maken.

Iedereen kende hem. En kende je Herman Kramer niet, dan groette je hem alsnog met een: ‘Dag Herman’. Regelmatig moest hij het werk onderbreken voor een praatje. Zijn favoriete onderwerp was voetbal. Zomaar uit het niets kon hij een heel betoog houden over zijn geliefde club Feyenoord. En als je stiekem geen verstand had van voetbal, dan had hij dat onmiddellijk door.

Bij de dodenherdenking in Park Heremastate had hij een vast ritueel. Altijd bracht hij bosje witte rozen mee. Die ene keer dat er een afprijssticker op zat, deerde hem niet. ‘Dat kan onze lieve heer niets schelen’, zei hij toen met een lach. Herman maakte zijn eigen rol tijdens de herdenking. De tocht van de Toer naar het park, luisteren naar de gedichten en als het moment daar was, de rozen bij het monument leggen. Dan liep hij naar voren, plaatste wankel de bloemen en sloeg een kruisje terwijl hij zijn hoofd naar de hemel richtte. Dit moment van respect deed heel veel Jousters goed. Daar werd over gesproken. Het was Herman die de bijeenkomst in een paar tellen samenvatte.

Vorig jaar werd hij ziek en kon hij niet langer thuis wonen. Tot aan zijn dood is hij verzorgd in De Flecke. Zijn Midstraat heeft hij niet hoeven te verlaten. In de katholieke kerk is er in kleine kring afscheid van hem genomen. Voor de laatste keer zegt Joure: ‘Dag Herman’.


Auteur

Redacteur