Recensie | Jonathan Cartland, pelsjager en indianenvriend in eigenzinnige western

JOURE

In 1976 kwam het eerste deel in vertaling uit van ‘Jonathan Cartland’,’Het laatste konvooi naar Oregon’, Het album zou door liefhebbers van de serieuze western-strip meteen worden vergeleken met delen uit de al veel langer lopende “cowboyseries” ‘Jerry Spring’ (Jijé), ‘Blueberry’ (Giraud) en ‘Comanche’ (Hermann).

Veel liefhebbers en recensenten meenden op dat moment de wijsheid in pacht te hebben door te beredeneren dat “het slechts een western was, die overduidelijk geënt was op de al bestaande voornoemde series”. Met het verstrijken der jaren en het zich uitbreiden van het aantal ‘Jonathan Cartland’- titels (,vanaf 1983 zou de serie als ‘Cartland’ door het leven gaan, )verstomde de kritiek. ‘Jonathan Cartland’, de serie, die in 1995 10 titels zou beslaan, groeide uit naar een western van formaat. Een serie die vanwege zijn open scenario’s ook niet westernliefhebbers zou aanspreken, doordrenkt met een stuk indiaanse geschiedenis. Nadat de serie door verschillende oorzaken in 1995 werd beëindigd, zijn de delen nog slechts tweedehands dan wel antiquarisch verkrijgbaar. Uitgeverij Sherpa verkreeg de rechten deze serie heruit te geven waarbij ze meteen flink uitpakte. Op groot formaat hardcover (34 x 25 cm), gedrukt in zwart-wit, en voorzien van een dossier wordt elk deel nu uitgebracht, te beginnen met ‘De indianenvriend’ en ‘Het laatste konvooi naar Oregon’. Eveneens verschijnt er van ieder deel een gelimiteerde luxe editie met prent. Geïnteresseerden weten dat ‘Jonathan Cartland’ naast ‘Comanche’ en ‘Blueberry’ nu de derde westernserie is, die verschijnt bij Sherpa waarop het originele tekenwerk in al zijn gradaties en op super grootte te bewonderen valt! Na de driedelige serie ‘Colby’ verzorgt Blanc-Dumont vanaf 1998 in samenwerking met scenarist François Corteggiani de spin-off serie van Blueberry: ‘De jeugd van Blueberry’. Hoe divers kan de loopbaan van een (strip)tekenaar zijn… Michel Blanc-Dumont & Laurence Harlé: ‘Jonathan Cartland: De indianenvriend’. Sherpa. ISBN 978 90 8988 107 6. Om enig inzicht te verkrijgen in het hier beschreven oeuvre van Blanc-Dumont is het duidelijker als ook zijn privéleven aangekaart wordt. Michel werd op 7 maart 1948 geboren in het Franse Saint-Amand Montron in de Val de Loire. Zijn vader was beeldend kunstenaar, die zich na de Tweede Wereldoorlog ging bezighouden met restauratie van kunstvoorwerpen. Er was op dat ogenblik namelijk geen droog brood te verdienen met nieuwe kunst. Op school was de jonge Michel een matige leerling, die maar in één vak uitblonk: tekenen. Misschien mede ingegeven door de vele tekeningen die er in het huis van zijn ouders aanwezig waren, de erfenis van een betovergrootvader, die rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw een vermaard satirisch tekenaar was geweest. Op zijn zeventiende belandde hij op de school van toegepaste kunsten, de ‘École Olivier-de-Serres’ in Parijs, waardoor hij het tekenen tot zijn professie wist te maken. In de zomer van de studentenopstanden, 1968, kwam hij bij zijn vader aan het werk als restaurateur van schilderijen, werk waarvan hij na enkele jaren schoon genoeg had. Ook een baan als tekenleraar lag hem niet, waarop hij besloot zich in het tekenen van strips te verdiepen; creatief bezig zijn was het wat hij wilde! Nadat Claude Moliterni, redacteur van het slechts één jaar uitkomende maandblad ‘Lucky Luke’, hem vroeg “iets nieuws te verzinnen” werd het striptekenen menens. Laurence Harlé In die vroege jaren zeventig werkte Michels broer in een winkel, die gespecialiseerd was in western kledij. Veel geld werd dan ook gehonoreerd dankzij het verhuren dan wel verkopen van kleding voor westernfilms, een genre dat op dat moment erg in was. Zo belandde Michel bij de uitbaters, het echtpaar Harlé, dat zich helemaal ingewerkt had in de jaren 1830-1890 van de Amerikaanse geschiedenis. Laurence (1949) ging akkoord een scenario te schrijven over een fictieve westernheld, een pelsjager, waarbij ze exact zou aangeven wat de personages, trappers, kasteleins, doktoren, indianen, dominees, enz. in die jaren aan kleding droegen. Overigens zou de bevlogen scenariste in 2005, na een lange lijdensweg, overlijden. Hoewel ze geen stripfanaat was, had Laurence snel door hoe ze een spannend, en vaak ten dele waarheidsgetrouw verhaal op moest zetten. Zo ontstond ‘De indianenvriend’. Het album, het eerste van een rij, dat knap tekenwerk kent, maar in de vervolgdelen meer evenwichtig, zeker qua arcering overkomt. Overigens zou ‘De indianenvriend’ in ons land pas als deel 4 uitgebracht worden. De vage inkleuring destijds, waarin Michel zich aanvankelijk wilde onderscheiden van collega-tekenaars als Giraud en Jijé valt bij het openslaan van de oude jaren zeventig delen nu dan ook des te meer op. In ‘De indianenvriend’ is Jonathan, zoon van Ierse immigranten en opgegroeid in Boston, de persoon, die het opneemt voor de indianen. Tegenstanders zijn de geniepige blanken, die maar op één ding uit zijn: het gebied der indianen. Doordat Jonathan langere tijd bij de Oglala’s verblijft leert hij Kleine Sneeuw kennen, dochter van Running Bear, op wie hij verliefd wordt en waarmee hij uiteindelijk trouwt. Dan verlaten de pelsjager en zijn kersverse vrouw het kamp, naar het schijnt een zorgeloze toekomst tegemoet… Als extra heeft de uitgever Blanc-Dumonts eerste korte stripverhaal ‘De legende van de vogelman’ aan het album toegevoegd. Michel Blanc-Dumont & Laurence Harlé: ‘Jonathan Cartland: Het laatste konvooi naar Oregon’. Sherpa. ISBN 978 90 8988 108 3. Het is 1857 en in de Absaroke Mountains worden Kleine Sneeuw en Jonathan ouders van een jongetje: Kleine Bunzing. Hun geluk lijkt compleet. Wanneer de pelsjager een tijd later terug komt van de jacht, vindt hij moeder en kind , die op harteloze wijze aangevallen zijn. Daarbij heeft zijn vrouw het leven gelaten. In haar verkrampte hand bevinden zich twee arendsveren van de Shoshone-stam. De baby geeft Jonathan een onderkomen bij de Oglala Black Turtle. Confrontaties met de Shoshones en de bende van Stevens volgen. Jonathan geraakt door zijn verdriet meer en meer aan lager wal. Uiteindelijk lijkt hij de rust teruggevonden te hebben binnen een groep pioniers… Met het heruitgeven van de serie ‘Jonathan Cartland’ zal Sherpa zowel in Nederland als België goede sier maken. Hoewel de inkleuring uit de jaren 1976-1995 niet slecht was - met uitzondering van ‘De indianenvriend’ - valt in deze zwart-wit edities nu eens te meer de schitterende lijnvoering op binnen de divers opgezette pagina’s. De toegevoegde dossiers, de fraaie schutbladen met daarop een uitvergrote illustratie en de prachtige belettering maken dat het lezen van ‘Cartland’ tot een belevenis wordt! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen