Stageplaats voor Syrische journalist

WOUDSEND

De Syrische Mohammad Alshehaza is de komende maanden mede het gezicht van de Jouster Courant en de Zuid-Friesland. Hij zal door middel van een soort stageplaats foto’s en filmpjes maken van plaatselijke gebeurtenissen.

Mohammad was in zijn moederland Syrie journalist, was afgestudeerd aan de universiteit van Damascus en woonde in Raqqa. Deze stad werd in 2014 door IS uitgeroepen tot de hoofdstad van het kalifaat. Het Islamitisch kalifaat wordt niet geregeerd door een kabinet met een minister-president en het wordt ook niet gecontroleerd door een democratisch parlement dat is verkozen door een vrij volk. Een kalifaat wordt geregeerd door een zogenoemde kalief. De kalief wordt door orthodoxe moslims gezien als een opvolger van de islamitische profeet Mohammed. In zo’n kalifaat geldt de sharia oftewel de islamitische wetgeving. Muziek is er verboden, vrouwen moeten volledig bedekt zijn, mannen moeten gezichtsbeharing hebben, bij overspel worden vrouwen gestenigd en wie zich niet houdt aan de regels wordt zo ter plekke doodgeschoten of er wordt een arm of hand afgehakt. Ook spietsen de leden van IS hoofden op palen zodat andere inwoners konden zien wat er met hen zou gebeuren als ze zich niet aan hun regels hielden, als ze zich tegen hun bewind keerden of als ze wilden vluchten.

Mohammad schreef voor kranten, schreef boeken en maakte films en foto’s. Hij werkte veel met hulporganisaties die onder andere voorlichtingsfilmpjes door hem lieten maken. Zo werkte hij onder andere voor de Syrische Rode Halve Maan, een soort Rode Kruis maar dan met name in Islamitische landen.

Toen de oorlog uitbrak bleef Mohammad schrijven en filmen. In Homs en Aleppo, steden die enorm getroffen werden door het geweld van zowel de regeringspartijen als de tegenstanders, als IS maakte hij reportages die de gruwelen van de oorlog bloot legden. Maar toen kwam IS naar hem toe met de vraag of hij propagandafilmpjes voor hen wilde maken. ‘En dat wilde ik niet. Ik had gezien wat zij deden. Dat strookt totaal niet met het moslimgeloof, mijn eigen geloof. Ik kan niet werken met mensen die geloven in bloed, oorlog en doden. ’ Zomaar nee tegen de groepering zeggen kan overigens niet. ‘Ik zei dat ik er over na moest denken hoe dat dan moest.’ Dat gaf hem wat tijd, maar toen vroegen ze hem nog een keer. ‘Toen wist ik dat ik moest verdwijnen.’ Een smokkelaar bracht hem uiteindelijk naar Turkije, maar zijn vrouw en kinderen moest hij achterlaten. ‘Het was vreselijk,’ stelt zijn oudste zoon. ‘We waren daar alleen, zonder vader. De scholen waren al een jaar dicht, IS vindt namelijk dat onderwijs slecht is voor jongeren. De hele dag waren er bovendien bombardementen, sluipschutters van het vrije leger waren altijd aan het schieten. Alle partijen voerden oorlog: de overheid, de tegenstanders en IS. Je wist nooit waar de bommen zouden vallen, maar dat ging dag en nacht door.’ De lieden van IS noemt de jongen gekken. ‘Wat zij van de Koran maken is niet waar de Koran voor staat. Zij maken er hun eigen wetten van.’ Veel contact tussen de gevluchte Mohammad en zijn gezin was er niet, want IS had alle internetverbindingen afgesloten. ‘En er was veel te weinig te eten, we leefden altijd in angst. Het was vreselijk,’ zegt de jongen nog een keer.

Zijn vader probeerde kwam uiteindelijk via Turkije en Griekenland in Duitsland terecht. In mei 2015 kwam hij naar Nederland en woonde hij eerst in Ter Apel en toen in Vledder. Vanuit Nederland probeerde hij zijn gezin over te krijgen, maar dat was niet eenvoudig. Acht maanden geleden arriveerden zijn vrouw, die in Syrië apotheker was, en zijn drie kinderen dan toch en gingen zij ook in de woning in Woudsend wonen. Daar moet het viertal nog wel heel erg wennen. Er is vooral weinig contact met de omgeving en dat vinden ze wel moeilijk. ‘Mensen zijn erg op zichzelf,’ zeggen ze daarover. Omdat ze beide altijd werkzaam waren en nu thuiszitten op de inburgeringscursus na, is ook dat moeilijk. ‘We willen hier graag weer aan de slag. Ik wil vooral weer verhalen vertellen. Met mijn camera,’ stelt Mohammed die overigens alleen een telefoon met camera tot zijn beschikking heeft. Gelukkig heeft een begaan medewerker van de NDC Mediagroep waar de Jouster Courant en de Zuid-Friesland onder vallen haar camera voor 3 maanden ter beschikking gesteld. ‘Ik zou wel weer apparatuur willen hebben zoals ik dat in Syrie had, maar daar heb ik het geld gewoon niet voor.’ Ook zou hij graag een goed editingprogramma willen gebruiken. ‘Maar daarvoor geldt hetzelfde.’

Als het tijd is voor de foto van de nieuwe fotojournalist van de Balkster Courant kijkt hij wat peinzend. Geef maar zegt hij dan, draait aan alle knopjes van de camera, stelt na enig zoeken sluitertijd en diafragma in en probeert dan even wat foto’s uit. ‘Ik wil een verhaal vertellen. Het verhaal van de mensen in Nederland. Ik hoop dat de mensen me daarbij willen helpen en het fijn vinden als ik een filmpje of foto van ze maak. En uiteindelijk hoop ik mijn oude vak weer helemaal te kunnen uitoefenen. ’

Meintje Haringsma


Auteur

Redacteur