Recensie | Met Toonder het jaar 2018 in

JOURE

Afgelopen jaar verschenen er weer tientallen boeken, die betrekking hadden op het oeuvre van Marten Toonder. Zo waren er bundelingen dagstrips van heer Bommel en Tom Poes (o.a. De Bezige Bij) en de kleurrijke weekstrips van het tweetal uit ‘Donald Duck’ (Cliché).

Uitgevers waaronder Cliché, Klaas Driebergen en Personalia brachten bovendien prachtige boeken uit, handelend over de achtergronden van het Bommel-epos, stripkarakters, tekenstijl, schrijfstijl, een tijdsdatering, enz. Prachtig daarbij aansluitend het maandelijks uitkomende tijdschrift ‘De Geschiedenis van de Toonder Studio’s’ van Jan-Willem de Vries. En dan meldt zich eveneens uitgeverij Rubinstein met haar eerste Gouden Boekje over heer Bommel en Tom Poes… Sjoerd Kuyper & Henrieke Goorhuis: ‘Tom Poes en het cadeautje voor heer Ollie’. Rubinstein. ISBN 978 90 476236 6 3. Door heer Bommel en Tom Poes een hoofdrol te laten vervullen in hun eerste Gouden Boekje lijkt het erop alsof de uitgever het gezegde “jong geleerd, oud gedaan” in praktijk wil brengen. Wie al vroeg kennismaakt met de (strip)karakters van Bommel en Tom Poes zal in de toekomst gemakkelijker de overstap maken naar het overige, zich meer op de ouderen richtende werk. Het eerste Gouden Boekje van beide makers mag er zijn! Sjoerd Kuyper heeft een lang verhaal neergezet waarin diverse karakters uit het Bommel-epos aan bod komen. Omdat heer Bommel jarig wordt, gaat Tom Poes iedereen vragen wat voor cadeau hij hem geven kan. In het laatst is hij er nog niet uit, maar is het Bommel, die erg in zijn schik is met zoveel bezoek: “De warmte die slot Bommelstein doorstroomt…” Henrieke Goorhuis, de illustratrice, heeft in navolging van de Gouden Boekjes van voorheen “geschilderde prenten” gemaakt, waarbij haar iPad uitstekende diensten bewees. Vakwerk dat lijkt te refereren aan de hoogtijdagen van de Toonder Studio’s! Bij het voorlezen van het verhaal aan mijn kleinkinderen veranderde ik de tekst hier en daar enigszins om het begrijpelijk te houden. Wij weten bijvoorbeeld wat de ‘Oude Schicht’ is, maar kinderen van vier, vijf, jaar… Of het woord “poëem” uit de mond van de Markies… Met de avonturen van Tom Poes lijkt Rubinstein binnen de Gouden Boekjes een serie van formaat binnengehaald te hebben! Dat er meerdere deeltjes over het illustere tweetal zullen verschijnen staat voor mij als een paal boven water! Dat heer Bommel ook deze krant, de Jouster Courant, weet te waarderen, is na te gaan op de illustratie die Henrieke Goorhuis hiervoor speciaal vervaardigde. Waarvoor dank! Marten Toonder: ‘Het volle leven. Alle korte verhalen. Proza 4.’ (samenstelling Dick de Boer en Klaas Driebergen.) Uitgeverij Klaas Driebergen. ISBN 978 90 826855 3 4. Marten Toonder voelde zich aanvankelijk meer tekenaar dan schrijver. Zo liet hij teksten bijvoorbeeld schrijven door zijn broer Jan Gerhard. Naar gelang de jaren verstreken zou bij Toonder pas het besef komen dat hij wel degelijk schrijftalent bezat! Denken we bij Toonder meestal aan de teksten die hij voor zijn strippersonages Bommel en Tom Poes, Panda, Kappie, en Koning Hollewijn schreef, ook ander pennenvruchten van hem zijn of blijven (zeer)lezenswaardig. Toonder-kenners De Boer en Driebergen verzamelden uit een grote hoeveelheid tijdschriften alle korte verhalen, waaronder avonturenverhalen zich afspelend in diverse exotische oorden, fabels, magisch realistische verhalen en kolderiek proza. In de inleiding preciseren de samenstellers de verhalen in de periode 1940-1941 en die vanaf 1947. Ze komen tot de conclusie dat er veel raamvertellingen onder zitten: het eigenlijke verhaal wordt verteld door een personage in een omlijstend verhaal. Eveneens maakt Toonder in diverse verhalen al gebruik van dierlijke personages. Interessant is ook het feit dat sommige thema’s uit de hier gebundelde verhalen terugkeren in het heer Bommel-epos, vaak vele jaren nadien! Het verhaal ‘Dies Natalis’ uit Toonders middelbare schooltijd halverwege de jaren twintig, inclusief de bijbehorende illustraties, is één van de parels, die de lezer in deze bundel tegenkomt. Liefhebbers van het werk van Marten Toonder zullen deze bundel, vol onbekende, dan wel vergeten bijdragen van “de Meester”, maar wat graag bij hun Toonder-zaken plaatsen. Met het uitbrengen van ‘Het volle leven’ is de serie bijna compleet. Nu rest nog het wachten op deel 3 ‘Alleen maar papier’. Rob Barnhoorn: ‘Maanlicht op het laar. Taal en wereld van de Bommelsaga’ deel 1.Uitgeverij Personalia. ISBN 978 94 928 4003 5 & Rob Barnhoorn: ‘Toonder vertaald. Taal en wereld van de Bommelsaga’ deel 2. Uitgeverij Personalia. ISBN 978 94 928 4004 2. Rob Barnhoorn (1963) vertaalde in 2009 het Bommel-verhaal ‘De Bovenbazen’ in het Spaans: ‘Los Altos Mandos’. Het kreeg zoveel bijval dat het boek ondertussen een tweede druk beleeft (Uitgeverij Personalia). Toen Frits Spits, maker van het Radio 1 programma ‘De Taalstaat’, Barnhoorn hierover interviewde, waren de hem toegezegde vier minuten spreektijd zo kort dat hij besloot er een boek aan te wijden. Opzet van de auteur werd zo de vele Bommel-liefhebbers tegemoet te komen, maar eveneens aan te geven hoe enorm creatief Marten Toonder met taal omging. Deze twee items, taalcreativiteit en het vertalen van (literair) werk, maakten Barnhoorn zo enthousiast dat de neerslag zou volgen in een tweedelige uitgave. In deel 1 ‘Maanlicht op het laar’ stelt de auteur Toonders taalvirtuositeit centraal, waarbij uiteraard diens denkwereld uitgebreid ter sprake komt. Een allesomvattende denkwereld ontleend aan mythologie, psychologie, magie, fantasy, filosofie, astrologie en religie. Zo verwijst de titel ‘Maanlicht op het laar’ zowel naar de natuurkrachten binnen het Toonder-oeuvre, maar eveneens naar zijn rijke taalgebruik waarin buitenissige woorden een eigen leven gaan leiden. Waren de teksten van de zogenaamde Bommelsaga tot aan de jaren vijftig met name afgestemd op de jeugd, in de jaren die volgden zouden de teksten steeds een meer literair karakter krijgen. Aan de hand van schema’s, die voor taalliefhebbers erg interessant zijn, geeft Barnhoorn weer hoe woorden in het Bommel-oeuvre tot stand zijn gekomen, waaraan ze ontleend zijn, en wat hun betekenis is. In deel 2 ‘Toonder vertaald’ vraagt Barnhoorn zich af of het werk van Toonder wel te vertalen is… Sfeerwoorden bijvoorbeeld vallen onder gevoel, maar zijn ze rationeel wel uit te leggen… De schrijver verdeelt ‘Toonder vertaald’ in drie gedeeltes: vertalingen die collega’s hebben gemaakt van bestaand (serieus) werk; de uitdagingen en mogelijkheden binnen diverse talen en het vergelijken hiervan; ervaringen tijdens het vertalen Nederlands-Spaans van ‘De Bovenbazen’ en de reacties van lezers hierop. Beide delen zijn een welkome aanvulling op de diverse taalverhandelingen, die er rond het werk van Toonder in de loop der jaren al verschenen zijn! Een interessante vraagbaak tevens. Hoe bijvoorbeeld brengen de vertalers van de ophanden zijnde vertalingen van de Tom Poes-stripverhalen uit ‘Donald Duck’ in het Frans, Duits en Engels (uitgeverij Cliché) het ervan af, anders gezegd: hoe is hun inlevingsgevoel, zelfs als het de “kinderstripverhalen met ballonnen” betreft. Zodoende is het einde van eindeloos het Toonder-taal-oeuvre betreffend, nog lang niet in zicht! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen