Recensie | Terug uit de vergetelheid, biografie over Chris van Abkoude

JOURE

Meer dan een eeuw lang waren de kinderboeken van Chris van Abkoude alom zeer geliefd. Menig verjaardagsfeest werd dan ook opgeluisterd met een boek van de auteur van ‘Pietje Bell’, ‘Kruimeltje’ of ‘Jaap Snoek’.

In gegoede milieus en in de openbare leeszalen waren boeken van de Rotterdamse onderwijzer Chris van Abkoude echter niet te vinden: verboden goed! Over het avontuurlijke leven van Van Abkoude( 1880-1960) verscheen een intrigerende biografie van de hand van journalist, planner en kunstschilder Jan Maliepaard. Jan Maliepaard & Jan Oudenaarden: ‘Dát is Pietje Bell. Het geheime leven van Chris van Abkoude’. Uitgeverij Pepper Books. ISBN 978 90 206 0857 1. Chris wordt geboren op 6 november 1880 als zoon van Pieter en Anna Geertruida van Abkoude aan de Rotterdamse Jonker Fransstraat, waar het echtpaar een zaak ‘in modeartikelen’ drijft. Na twee weken overlijdt Anna. Pieter hertrouwt weliswaar maar moet in zes jaar tijd maar liefst drie echtgenotes begraven. Van de veertien kinderen die hij in de loop der jaren krijgt, overlijden er negen op jonge leeftijd… Zus Ida Margaretha, die voor onderwijzeres leert, is de aangewezen persoon om voor haar zestien jaar jongere halfbroertje als moeder te fungeren. De jonge Chris volgt een opleiding aan een particulier instituut, een christelijke dag- en kostschool. Vervolgens doorloopt hij de christelijke kweekschool in de Maasstad, zonder examen te doen, omdat hij zijn militaire dienstplicht in de Haagse Oranjekazerne moet vervullen. Hierna haalt hij in 1901 zijn onderwijzersakte, een diploma dat hij nodig heeft tot het jaar 1907 wanneer hij het onderwijs gedag zegt. Met vrienden trekt hij het land in, houdt lezingen en voorziet in zijn levensonderhoud door het geven van poppenkastvoorstellingen. Willem Kloos Doordat Chris van Abkoude in de gaten heeft dat hij over bepaalde schrijverstalenten zou kunnen beschikken, neemt hij contact op met het lid van de tachtiger beweging: Willem Kloos. Deze ziet er geen heil in hem te laten debuteren in ‘De Nieuwe Gids’: “Gij denkt er te weinig aan of gij, door die woorden, werkelijk iets uitdrukt, wat in uw geest heeft geleefd…“ Van Abkoude kiest ervoor zich te gaan richten op de jeugd. Weldra verschijnt het ene na het andere jeugdboek van zijn hand. In veel van zijn boeken verweeft hij zijn eigen leven, het onderwijzersleven, het middenstandsleven, zijn mobilisatietijd (1914) waarin hij korporaal bij de Landweer was, gebeurtenissen van zijn zus, de onderwijzeres, zijn leven als entertainer, poppenkastspeler, enz. Emigratie Hoewel hij een succesvol jeugdauteur was geworden van met name ‘jongensboeken’ en een liedjesbundel met versjes, die hij ook ten gehore bracht bij zijn optredens (‘Jolige liedjes voor de Jeugd’ ) wilde hij meer avontuur. In 1916 emigreerde het gezin Van Abkoude naar de Verenigde Staten. Hij was ondertussen getrouwd en had drie zonen. Als pianist en children’s entertainer zou hij onder de naam “Winters” rondtrekken om uiteindelijk in Alameda (Californië) te gaan wonen. De naam ‘Van Abkoude’ zou de Amerikanen qua uitspraak te veel problemen opleveren…Hij zou zich gaan bezighouden met tijdschriftendistributie en een toneelgezelschap. Ondertussen kenden zijn boeken veel succes, zoveel dat hij met Karl May (‘Winnetou’) en C.Johan Kieviet (‘Dik Trom’) tot de top drie van de jeugdauteurs was doorgedrongen. In overleg met zijn Nederlandse uitgever Kluitman schreef hij er enige per jaar, die hij liet situeren in zowel de Verenigde Staten als in (met name) Rotterdam. Door de goede verkoop van zijn boeken verdiende Chris van Abkoude een vermogen. Hij profiteerde er zelf mede van door op losbandige wijze het leven aan te gaan… Jeugdboeken om de vleet Van Abkoude begon als verteller van avontuurlijke jongensboeken, ‘Tim en Tom’, ‘Bert en Bram’, ‘Hollandsche Jongens’, ‘Bob zonder zorg’, ‘De Voetbalclub’, ‘Hein Stavast’, ‘De Padvinders van Duinwijk’, enz. om in 1914 met ‘Pietje Bell, of De lotgevallen van een ondeugenden jongen’ zijn eerste grote succes binnen te halen. Druk na druk beleefden de boeken van het ondeugende schoenmakerszoontje , dat het o, zo goed bedoelde, maar het toch altijd weer bij velen wist te verbruien wanneer een streek anders afliep dan hij op voorhand gedacht had. Opvoeders en bibliotheken haalden uit de boeken van ‘Pietje Bell’ dan ook met verve zijn “slechte streken” aan om hem een slecht imago te bezorgen. Overigens zou ‘Pietje Bell’ aanvankelijk slechts één avontuur beleven, maar kwamen er op aanmoediging van de uitgever nog zeven vervolgdelen. Verhalen, die zich zowel in Nederland afspeelden, in Delft, Rotterdam en Alkmaar, maar eveneens in Amerika, zoals ‘De vlegeljaren van Pietje Bell’ en ‘Pietje Bell in Amerika’. Kruimeltje In 1923 verscheen ‘Kruimeltje’, het boek over het straatschoffie dat met zijn hond Moor in Rotterdam op straat leeft. Nadat zijn kostvrouw, Vrouw Koster, na een noodlottige val van de trap valt en sterft, krijgt hij een enveloppe waarin staat dat hij de zoon zou zijn van Lize van Dien en Harry Volker. Het schrijnende verhaal dat eindigt met de hereniging van het gezin is tot vandaag de dag Abkoudes grootste succes! 1960 Op 2 januari 1960 overlijdt Van Abkoude in Portland. Kort voor zijn dood waren de Pietje Bell-boeken nog in een pocketuitvoering op de markt gebracht, een release die veel verkoopsucces kende. Films, toneelstukken en stripbewerkingen van ‘Kruimeltje’ en ‘Pietje Bell’ voor ’Donald Duck’ van Dick Matena werden eveneens succesvol. De laatste jaren moet uitgeverij Kluitman het nog van een schaarse verkoop van ‘Pietje Bell’ (deel één) hebben en van ‘Kruimeltje’. De hoogtijdagen van Van Abkoude zijn definitief verleden tijd. Naar het schijnt wordt er momenteel aan films van ‘Pietje Bell III’ en ‘Kruimeltje II’ gewerkt. Wie weet zorgen de verfilmingen voor de opbloei van het werk van de Rotterdamse auteur. Met ‘Dát is Pietje Bell’ heeft Jan Maliepaard (1964) een indringend beeld geschetst van één van de meest toonaangevende jeugdboekenauteurs uit de twintigste eeuw. Een schrijver, die voor een groot deel zélf Pietje Bell was. Leuk en interessant is het dat een cd met uitvoeringen van Van Abkoude-liedjes aan het boek is toegevoegd’, onder anderen uitgevoerd door Frédérique Spigt en Joris Lutz. Jan Oudenaarden (1943), stadshistoricus van Rotterdam, wist veel zaken aan Maliepaards beschrijving toe te voegen, waar ‘t het Rotterdamse betrof, de leefwereld van zowel Pietje Bell als Kruimeltje… Verdient die andere grote uit de Nederlandse jeugdliteratuur C.Johan Kieviet ook niet zo’n waar eerbetoon? Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen