Ingezonden brief | Bedreiging landschappelijk erfgoed

Joure

De Omkromte, ik weet nog dat er schuttersputjes waren, gegraven voor de Duitse bezetters. De singel met hakhout aan weerszijden van het pad sprak tot de verbeelding, indianen en cowboys konden daar hun gevechten houden. Als ik daar aan terug denk dringt zich een vergelijking op.

De weidse verten, de ruimte, de gronden in Amerika, waar de Indianen hun roots hadden, werden door de nieuwkomers, landverhuizers bezet. En de Indianen? Die werden naar de eeuwige jachtvelden gestuurd. Niet omdat zij anders waren maar vanwege economisch gewin. De nieuwe elite, ranchers, militairen, mijneneigenaren en spoorwegeigenaren roken geld waardoor ze, niet geremd, hun claims verdedigden en bevochten. Als de veroveraars het te moeilijk kregen dan stuurde Washington een leger om ze een hand boven het hoofd te houden.

Bij de Omkromte lijkt het, in afwijking van de algemeen geldende houding, dat het de meeste bewoners goed uit komt dat de gemeente een lakse houding aan neemt. De oude route waar je zuinig op moet zijn, is geleidelijk aan de publieke ruimte is onttrokken, het pad dreigt zonder argumenten teloor te gaan. We moeten wijs zijn met ons landschappelijk erfgoed van oude wegen en paden. Wat weg is krijg je niet terug en daarbij komt; je krijgt nooit weer de kans om twee woongebieden op z’n natuurlijke wijze te verbinden.

Goed beschouwd zou het college blij moeten zijn met zoveel support. Het is dan niet moeilijk loyaal de rechterlijke uitspraak te moeten uitvoeren. Wat is het niet uitgesproken belang om tegendraads te zijn. Of houden ze elkaar de hand boven het hoofd ? Moai in âld Skarsterlân, daar gaat het toch om.

Theo Huisman


Auteur

admin