Recensie | Kwart eeuw Jamie Hewlett in beeld in magistrale uitgave

JOURE

In de jaren negentig kwam in het Verenigd Koninkrijk een muziekstroming op gang, die zich snel als een olievlek zou verspreiden: de Britpop. Door deels terug te vallen op muzikale helden van voorheen zoals The Who, The Beatles en The Kinks zou de Britse popmuziek een enorme opleving beleven.

Bands als The Verve, Suede, Radiohead, Manic Street Preachers en Supergrass zorgden weer voor volle popzalen en grote aantallen verkochte cd’s. De onbetwiste muzikale uitschieters waren echter de elkaar rivaliserende bands Blur rond voorman Damon Albarn en Oasis rond de broers Gallagher. Laatstgenoemde band van de twee zou uiteindelijk met de eer “meest succesvol” gaan strijken. Damon Albarn zou het in de jaren, die zouden volgen er niet bij laten zitten. Met Jamie Christopher Jewlett creëerde hij de virtuele band Gorillaz. Een animatie-band, die zo succesvol zou blijken dat met name het Angelsaksische publiek tot op de dag van vandaag vol overgave luistert en kijkt naar de scheppingen van Albarn en Jewlett. Wie het onlangs verschenen (kunst)kijkboek rond Jamie Jewlett erop naslaat, begrijpt waarom onze westerburen maar geen genoeg krijgen van het werk van deze kunstenaar. Julius Wiedemann: ‘Jamie Hewlett. Works from the Last 25 Years’. Taschen. ISBN 978 3 8365 6093 1. Jamie Hewlett werd op 3 april 1968 geboren in Chester, een vestingplaats ten zuiden van Liverpool. Vervolgens verhuisde de familie naar West Sussex, waar hij op Tanbridge House School terecht kwam. Met name dankzij zijn kunstzinnigheid won de school een nationale wedstrijd, die gehouden werd rond een project verkeersveiligheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jamie na de middelbare school op Worthing Art College belandde. Nadat hij deze kunstopleiding had doorlopen belandde hij met drie (ex)klasgenoten bij het blad ‘Deadline’ waarvoor hij een strip over een punkmeisje zou opzetten. Daarna vroegen bands hem albumcovers te ontwerpen waarmee Hewletts entree in de wereld van de muziek een feit was. In 1997 ontmoette hij Damon Albarn met wie hij een half jaar op kamers ging. Hier ontstond het idee een virtuele band op te richten, virtueel omdat beide vonden dat de popmuziek van dat moment van een zeer matig gehalte was. Misschien zouden de personages 2-D, Noodle, Russel Hobbs en Murdoc Niccals de muziek weer uit het slop kunnen halen. Diverse cd’s zouden er van The Gorillaz verschijnen, die in totaal 15 miljoen keer over de toonbank gingen. Echter ook concerten, waarbij de echte muzikanten als silhouet afgebeeld werden met daarnaast projecties van de virtuele fab-four trokken veel bekijks. Zowel de muziek van Damon Albarn als de ontwerpen van Hewlett waren de reden dat er vervolgens (circus)shows en een heuse opera opgevoerd zouden worden, waarin de muziek, een mengeling van hiphop, pop, dub, dance en zelfs punk een prominente plaats kreeg toebedeeld. Het overzichtsboek ‘Jamie Hewlett’ Een interview gehouden door Jean-Baptiste Mondino , modefotograaf (Dior, Dolce & Gabbana, etc.) en tevens muziekvideoregisseur (Madonna, Björk, David Bowie, etc.) opent het zware boekwerk van 25 x 32 cm. Vervolgens worden in elf hoofdstukken de werkzaamheden uit de afgelopen 25 jaar belicht. In ‘Tank Girl’ aandacht voor Hewletts eerste stripcreatie, een punkmeisje dat als geen ander de vrouwenemancipatie op gang wist te brengen. In schetsen en strippagina’s komt haar fascinerende wereld tot leven. ‘Phoo Action’ is een aanzet voor een tv-serie. Kijkers zouden een keuze moeten maken welke karakters een rol zouden gaan spelen in een tv-serie. Helaas werd het project vroegtijdig stilgezet. Wat rest: prachtige illustraties en heerlijke strips, waarbij de zwart-wit strips mij het meest aanspreken. Maar liefst honderd pagina’s worden er besteed aan het ‘Gorillaz-project. Grappig om deze figuurtjes tot je te nemen: op voorhand lijken het griezelige wezentjes, tot je ze beter leert kennen. Opmerkelijk is trouwens het niet weergeven van de cd-illustraties van Gorillaz! Natuurgeweld in de vorm van gigantische hoosbuien met alle gevolgen van dien verbeeldt Hewlett in het hoofdstuk ‘Bangladesh’. De opera ‘Monkey’, waarvoor Hewlett andermaal samenwerkte met Albarn had veel ontwerpen nodig, posters, figuren, enz. In ‘Miscellaneous’ een grote diversiteit in diverse technieken. Zeer intrigerend is de serie van 21 tarotkaarten, afbeeldingen die op de lezer overkomen als posters vol heldere belijning en warme inkleuring. In ‘Honey’ bewerkt Hewlett bestaande filmaffiches door het gezicht van zijn vrouw Emma daarin te monteren. Een aardige ode aan de B-films uit de jaren 60 en 70 én aan zijn vrouw... Op zijn reizen naar Zuid Frankrijk leerde Hewlett diverse naaldboomsoorten kennen zoals dennen. Realistische illustraties in intens zwart-wit van de contouren van deze bomen zijn dermate poëtisch dat ze een lust voor het oog zijn. Ter afsluiting van het boekwerk, dat de talen Engels, Frans en Duits kent, zijn er vele illustraties op kalkpapier weergegeven, zo levensecht dat je als kijker de illusie beleeft “originelen” in handen te hebben! Door de diversiteit van Jamies werkzaamheden en de verscheidenheid aan illustratiestijlen, blijkt al dat de kunstenaar niet voor één gat te vangen is. Het boek kent een schitterende lay out en zal liefhebbers van zowel illustratief- als stripwerk aanspreken. Een aanrader voor iedereen, die kennis wil nemen van een eigentijdse kunstenaar in een al even eigentijds en divers uitgebracht boek! Kijk voor meer informatie op www.taschen.com. Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen