‘Mensen gaan hier zo gelukkig de deur uit’

Joure

Armoede is overal. Ook in gemeente De Fryske Marren. Maar wat is armoede precies? En welke instanties zijn er om op terug te vallen als je moet leven van een minimaal bedrag? De redacties van de Jouster Courant, Balkster Courant en de Zuid-Friesland zochten het uit.

Deze week deel twee: de kledingbanken. Die in Joure en Balk hanteren geen inkomensgrens. Mensen die het nodig denken te hebben, kunnen daar terecht.

Miranda Ras en Zwaan Betsema uit Balk zagen op een gegeven moment dat er behoefte was aan een soort kledingbank, omdat mensen gewoon niets nieuws voor zichzelf of hun kinderen konden kopen. Zij startten de kledingbank in de Treemter. Omdat ze een andere ruimte nodig hadden voor een permanente voorziening en die er niet kwam, wordt nu twee keer per jaar een kledingbeurs georganiseerd in de Treemter. Totdat er wel een heuse permanente plek is waar mensen regelmatig terechtkunnen.

Miranda:’Het beeld van armoede is dat mensen helemaal niets meer hebben. Maar dat beeld klopt vaak helemaal niet. Het zijn vooral de mensen die bijvoorbeeld in een nare situatie beland zijn. Door ontslag, de recessie, een scheiding. Of met een huis onder water. En ook als je hoofdinkomen wegvalt en je 12 weken moet wachten op een uitkering, heb je een probleem. Maar ook bijvoorbeeld de mensen van het AZC hebben weinig geld te spenderen en doen graag een beroep op de kledingbank. Overigens snappen zij vaak niet hoe dat dan werkt. Als wij vertellen dat zij de kleren gratis mee mogen nemen, begrijpen ze dat niet en willen ze toch betalen.’ Miranda constateert ook dat juist die mensen die zo worden verrast doordat ze alles zo mee mogen nemen, later vaak terugkomen. Maar dan om te helpen. ‘Dat is echt een wisselwerking. Mensen die een beroep op de kledingbank hebben gedaan, komen vaak terug om hier te werken.’

De inbreng van de kleding is overigens nooit een groot probleem stelt ze. ‘Ik heb een aantal vaste ‘dealers’. Meiden die hun kledingbank vaak opruimen en anderen daarmee blij maken. Die bel ik dan op of ze nog wat hebben liggen.’ Maar ook andere mensen brengen enthousiast in. ‘Alleen soms zit er kleding bij die echt niet kan. Vies en kapot. Mensen moeten wel begrijpen dat we die kleding niet aanbieden.’

Op de inbrengdag worden daarom alle kledingstukken gesorteerd. En op de dag zelf mag iedereen komen. Maar omdat er ook schaamte heerst zijn er ook mensen die even op een ander moment mogen komen. ‘Terwijl je geen schaamte hoeft te hebben. Je vraagt niet om zo’n situatie.’ Er zijn vaak ook schrijnende gevallen bij stelt Miranda. ‘Als je net 7 euro meer verdient dan de grens voor de voedselbank heb je echt een probleem.’ Bij de kledingbank in Balk hanteren ze overigens geen inkomenseisen. ‘Dat doen we op goed vertrouwen. We zien wel eens iemand die er misbruik van maakt. Die vragen wij dan vriendelijk zelf te vertrekken. Mensen die het echt slecht hebben doen zoiets niet. Die zijn dankbaar voor elk kledingstuk dat ze krijgen.’

De Balkster dames hadden gehoopt dat er minder gebruik gemaakt zou worden van de kledingbank doordat de economie weer aantrekt. ‘Maar dat is niet het geval. Nog steeds zitten veel mensen er niet goed bij.’ Wel zien de dames dat de groep steeds wisselt. ‘Je ziet mensen die er na een tijdje toch weer uitkomen en dan de kledingbank niet meer nodig hebben. Maar dan staan er weer anderen op die het nodig hebben.

Geen ondersteuning gemeente

De dames hebben de kledingbank zelf opgezet., Wat ze missen is ondersteuning vanuit de gemeente. ‘Ik mis het dat de burgemeester nog nooit moeite heeft gedaan om met ons om tafel te gaan zitten. Of dat wethouder Schouwerwou eens een kijkje is komen nemen om wat voor project het gaat. Als ik burgemeester zou zijn zou ik dit soort projecten die vanuit particulieren komen en mensen ondersteunen met eigen ogen willen zien. Of ik zou eens een keertje komen helpen als burgemeester of als wethouder zonder dat dit nu in het kader van NLDoet moet. Overigens heeft plaatselijk belang Balk zich ook nog nooit laten zien. ‘

Kledingbeurs Joure

Als er iemand binnenloopt die zegt, ik heb niks en ik wil zo graag wat andere kleding. Of een gezin dat binnen komt en waarvan de kinderen nog in zomerjasjes lopen terwijl ze hoognodig winterjasjes nodig hebben. En die dan vervolgens dolblij met die warme kledingstukken de deur uit gaan of een heel nieuwe outfit krijgen. Dat is wat Jopie Hingst en Janny Zijlstra-Wijnalda uit Joure van de kledingruilbeurs gelukkig maakt.

In 2012 hadden beide dames het idee voor een kledingruilbeurs voor mensen die dat nodig hadden. Jopie begon in die tijd weer met haar grote hobby kleding naaien en had heel veel kleding in haar kast hangen die ze niet meer droeg. ´Ik dacht dan kun je dat ook wel weggeven aan anderen. En misschien willen anderen dat dan ook wel.´ Janny Zijlstra-Wijnalda vond dat een goed idee en samen gingen ze op zoek naar hoe ze dat moesten oppakken. Ze keken naar andere initiatieven en kregen de steun van de diaconie van kerk de Oerdracht. Inmiddels is de ruilbeurs een begrip en al voor de 11e keer georganiseerd. ´We zijn inmiddels met 10 vrijwilligers, allemaal dames die de dagen voor geen goud willen missen. We mogen de ruimten in de Oerdracht gratis gebruiken en worden ook ondersteund met koffie en thee. De diaconie betaalt kortom alles. Geld wilden ze ook wel geven, maar dat hebben we niet nodig.

Armoede kennen de beide dames maar al te goed. ´Ik kom uit Amsterdam en wij hadden heel weinig vroeger. Zo ging ik altijd met mijn vader mee aardappelen rooien om er voor te zorgen dat we die genoeg hadden,´aldus Jopie. Ook Janny geeft aan dat zij het vroeger niet ruim hadden. Zij begrijpen dus als geen ander dat mensen wel graag nieuwe kleren willen, maar er geen geld voor hebben. Overigens is de ruilbeurs voor iedereen die denkt dat hij het nodig heeft. ´Mensen hoeven hier niet aan te tonen dat ze een minimaal inkomen hebben. We gaan ervan uit dat iedereen die het nodig heeft, hier komt.´ De ruilbeurs werkt trouwens met een puntensysteem. Mensen die vroeger kledingstukken inbrengen, kunnen met de punten die ze daarvoor krijgen ´s middags weer wat anders uitzoeken. Alleen mensen die ook gebruik maken van de voedselbank hoeven niets in te leveren, maar kunnen met hun pasje of de flyer gratis kleding halen. En dat is heel hard nodig, weten de dames. ´Er komen hier soms hele gezinnen die dan met kleding weggaan. En gelukkig dat ze dan zijn!´ De dames hadden zelfs eens een keer een vrouw uit het asielzoekerscentrum die heel graag wilde trouwen en op zoek was naar een geschikte jurk. ´En toen was er net een trouwjurk ingebracht. Ze was daar zo ongelofelijk blij mee!´

Mensen die het zelf goed hebben, brengen vaak alleen kleding en hoeven daar niets voor terug. `Dat is ook heel mooi om te zien.´ Armoede is volgens de dames overigens iets dat je vaak niet aan mensen afkijkt. ´Er is toch nog veel schaamte, terwijl dat helemaal niet hoeft. Die verborgen armoede is moeilijk te helpen.´ De kledingruilbeurs werd trouwens niet alleen opgezet vanuit het idee dat mensen die minder geld hebben dan ook weer in het nieuw lopen. ´We gingen ook uit van duurzaamheid. Als kleding wordt hergebruikt is dat ook daarvoor heel goed.´

Op de kledingbeurs, die twee keer per jaar wordt georganiseerd, komen vaak dezelfde mensen. ´Omdat ze dan vaak weer wat anders nodig hebben. En we kleden ze ook aan, spelden af, laten ze zien wat er nog meer is dat leuk voor hen is. Omdat wij weten wat er allemaal hangt. ´ Voorwaarde voor de inbreng van kleding is wel dat de stukken schoon en heel zijn. De dames staan overigens ook nog regelmatig de kledingstukken te strijken of geven ze nog even een sopje. Mensen met weinig geld kunnen bij de ruil ook terecht voor schoenen, tassen en accessoires als riemen. ´En soms zit er zelfs een dekbed bij dat we kunnen weggevenEn het mooie is dat alles wat er overblijft vervolgens naar Roemenië gaat.´

De dames zouden willen dat mensen het beter hebben. Daarom wijzen ze op het bestaan van de Budgetwinkel waar levensmiddelen en andere zaken worden verkocht voor een heel laag bedrag. En ze adviseren mensen ook om naar het Repair Café te gaan waar allerlei zaken voor weinig of niks worden gerepareerd zodat ze het vervolgens weer doen. ´Ook worden daar kledingstukken weer gerepareerd of wordt er een rits in een broek of jas gezet. Dan kan dat ook weer lang mee.´ Janny heeft bovendien ook een idee voor voedsel dat overal vaak overblijft. ´Als je uit eten gaat blijft er altijd veel over. Maar ook bij de bakker, de slager, de supermarkt. Ik zou wel een systeem willen waarbij dat eten dat overblijft en niet meer verkocht kan worden, naar mensen gaat die daar dan weer lekker van eten.´

Meintje Haringsma


Auteur

Redacteur